Ook al zou je weten hoe 'de typische Rotterdammer' er uit ziet, dan nog had je die zaterdag niet in de Rotterdamse stadsschouwburg zien rondlopen. Uit alle windstreken waren mensen naar Rotterdam gekomen om van noen tot middernacht Shakespeares koningdrama's bij te wonen. In de vrije Vlaamse bewerking van Tom Lanoye en in vertolking van regisseur Luk Perceval met zijn gezelschap Blauwe Maandag Compagnie 'Ten oorlog' geheten.
In de wandelgangen van de vier pauzes kon je afwisselend Noordnederlands, Haags, Amsterdams, Brussels, Gents en Antwerps opvangen, en nadrukkelijk afwezig was daar de Engelse taal. Opmerkelijk genoeg, want ook in Engeland zelf worden Shakespeares koningsdrama's zelden integraal op de planken uitgevochten. Voor zover 'het kantoor' van de Blauwe Maandag Compagnie weet, verschenen er geen Engelse kritieken in de Britse kranten over 'Ten oorlog'. Als omgekeerd een Engels gezelschap een Vondel-productie van een half etmaal zou uitvoeren, zou die geheid door Vlaamse en Nederlandse journalisten worden bijgewoond. De Engelse theatercritici hadden zich niet door de Nederlandse taal hoeven laten afschrikken, want ook al is de Blauwe Maandag Compagnie een Vlaams gezelschap; 'Ten oorlog' staat behalve van het plat-Antwerps, beschaafd-Nederlands, (Guido Gezelle)Vlaams en (koeterwaal)Frans uiteindelijk strak van het Afro-Engels.
Zo strak dat je ook bijna een week na die Rotterdamse drama-marathon nog nauwelijks begrijpt hoe hoofdrolspeler Jan Decleir zich die laatste drie uren als 'Risjaar Modderfokker' (Richard III) letterlijk door zijn tekst heen beet. De theaterbezoeker die ooit Albee's 'Wie is bang voor Virginia Woolf', Jarry's 'Koning Ubu' of Bernhards 'De wereldverbeteraar' zag, raakte geharnast tegen vocabulair geweld op de planken. Maar ook dan nog krijgt die van bewerker Tom Lanoye in de slotdrama's 'Edwaar The King' en 'Risjaar Modderfokker' een taallawine om de oren geslagen.
Al moordend en gifspuwend raakt 'Risjaar' moederziel alleen, z'n eigen veldmaarschalken lopen zelfs letterlijk van hem weg door hem vanaf de tribune tussen het publiek toe te roepen. Alleen op het lege toneel verorbert Jan Decleir zijn laatste avondmaal, tergend traag en elektronisch versterkt de botjes van zijn kip brekend. Risjaar heeft in die laatste uren nog veel tekst maar amper meer taal voor de boeg. Zijn gescheld vormt, ook al is het de apotheose, geen hoogtepunt maar dieptepunt van 'Ten oorlog'; het getier draait als een steeds nauwer kringende lasso om de eenzame Richard heen. Geen koninkrijk of paard dat hem daar nog uit verlossen kan.
Lanoye toonzet Risjaars neergang in aanhoudend fortissisimo:
“Not bastards, by our eigen vaders kut. Gefokt in stront Bretagne incest kweek. Uit geiten slain bestolen jankend snot. Gespogen ongedierte fokking slijm. En fokking leeggezogen kakkerlakken... They? They? They fokking modderfokking they? Own us? Us wijven dochters land kroon? They? The fok, the screw, the modderfokking they? No! Go!”
Kwartieren aaneen spuwt Decleir dat spervuur van 'asshole', of 'godbloddiemodderfokking ranzig rottenis' uit zijn mond, die met knikkers gevuld lijkt omdat hij om de seconde van taal moet wisselen.
Iedereen kan vrij met Shakespeare aan de haal gaan, hem husselen, couperen, zelfs met een blok beton aan z'n been Het Kanaal ingooien. Maar de goden zij dank dat de brontekst nog steeds zwart op wit beschreven staat. Want schelden, dat kon Shakespeare zelf toevallig ook nog. De Blauwe Maandag Compagnie voegde overvloedig toe en schrapte veel, heel veel. Zoals de treffende scène uit de veldslag van 'Hendrik V', waarin de Engelse soldaat Pistool op de Franse vijand stuit (in de hertaling van Willy Courteaux):
Franse Soldaat: O Seigneur Dieu!
Pistool: O Sinjeur Djoe moet wel van adel zijn. Aanhoor mijn woord, O Sinjeur Djoe, en luister. O Sinjeur Djoe, gij gaat over de kling, tenzij gij, Sinjeur Djoe, een machtig losgeld mij geven wilt.
Franse soldaat: Miséricorde! prenez pitié de moi! ne me tuez point!
Pistool: Twee pond! Nee, niet genoeg, ik wil er veertig, of 'k trek uw diafragma door uw keel, in druppelen rood bloed.
Franse soldaat: Est-il impossible d'échapper à la force de votre bras? de grâce, lâchez ma gorge, vous allez me la couper!
Pistool: Koper? Gij hond! Vervloekte geile berggeit, biedt ge mij slechts koper aan?''
Over taal en toonzetting gesproken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.