*

 
dossier

Archief

Hans Heijnen maakte ontroerend portret van het dorp Ossenisse

FRED LAMMERS − 07/01/95, 00:00

'Het geheim van Ossenisse': zondag 17 -17.48 uur deel één en 21.14 - 22.05 uur deel twee, Ned. 3

Twee bewoners presenteren zich als 'burgemeester': de Vlaming Bert Buyle, die voorzitter is van de dorpsraad, en de uit Twente afkomstige kroegbaas Frans Pots, die zich gesteund weet door de agrariërs. De echte burgemeester, een zoon van politicus Piet Steenkamp, resideert in Hontenisse en laat zich maar sporadisch zien in het dorp dat zijn eigen boontjes dopt. Dat gebeurt dusdanig dat de zaken soms ietwat uit de hand lopen, zoals bij de voorlaatste raadsverkiezingen toen er een stemmenaantal van 106 procent werd uitgebracht. Peter Rottier, een van de inwoners, had namelijk een groot aantal volmachten uit andere districten weten te verzamelen. Vorig jaar ging het goed, maar Ossenisse blijft een eigenzinnig dorp, dat carnaval bijvoorbeeld een week later viert dan op de kalender staat. Dat heeft een speciale reden. Op deze manier krijgt Ossenisse het voor elkaar dat prachtige carnavalswagens die elders in optochten zijn gebruikt, alvorens te worden gesloopt nog één keer in volle glorie kunnen rondrijden. Het kost de bewoners hoogstens een flink aantal pilsjes in het plaatselijke café naast de kerk. Ossenisse kent ook geen prins, maar een prinses Carnaval en de Raad van Elf bestaat er geheel uit vrouwen.

Over deze gemeenschap heeft Hans Heijnen (37) in opdracht van de VPRO een indrukwekkend tweeluik gemaakt, dat hij 'Het geheim van Ossenisse' heeft genoemd. Het eerste deel ervan ('Het Dallas van Zeeuws Vlaanderen') is morgenmiddag op de televisie te zien. Deel 2 volgt een paar uur later.

Het was een opdracht met veel voetangels en klemmen. Hans Heijnen: “In het begin stuitte ik op grote achterdocht en onwil om mee te werken. De mensen waren bang dat de VPRO hen te kakken zou zetten, maar naarmate de maanden verstreken en men mij beter leerde kennen lukte het toch. De inwoners van Ossenisse voelden dat ik hen niet zou beduvelen, ze proefden ook dat ik echt in hun levens ben geïnteresseerd. Toen gingen steeds meer deuren voor mij open, zelfs meer dan ik ooit had durven hopen.”

Hans Heijnen heeft zijn documentaire met liefde gemaakt. Dat spreekt uit alle beelden. Veel mensen vertrouwden hem zeer persoonlijke zaken toe. Dat komt vooral in deel 2 ('De oudstochtonen') naar voren. Daarin worden bekende dorpsfiguren geportretteerd, zoals kosteres Lieske Kint. Zij is in de zeventig, maar nog dagelijks in de weer in de St. Willibrorduskerk. Daar ontsteekt en dooft zij de kaarsen en zorgt ze ervoor dat de gewaden van de pastoor worden gewassen en gestreken. Als het zo uitkomt schrikt zij er niet voor terug in de dienst de schriftlezing te doen. Lieske vertelt hoe ze door omstandigheden alleen is gebleven. Haar romance met de zoon van een rijke boer liep op niets uit. “De boerin vond een timmermansdochter te min voor haar voor arts studerende zoon. Mijn ouders wilden geen gezeur met die familie. Maar als zij het niet hadden uitgemaakt...” Lieske Kint bleef toen thuis, verzorgde haar vader en moeder tot aan hun dood en bekent nu dat de kerk haar grote liefde is geworden.

Fons van den Berghen is ook iemand die iedereen in het dorp kent, al laat hij in 'het grote huis' waar hij woont nauwelijks iemand toe. Dat Hans Heijnen er in wist door te dringen zien de dorpsbewoners als een bijzondere prestatie. Lange tijd wilde Fons niets weten van televisiecamera's. Zelf heeft hij geen kijkkastje in huis. Wat interessant is hoort hij wel van zijn dorpsgenoot Frans de Bruyn, die volgens Fons aan televisie is verslaafd. Terwijl die om half één nog zit te kijken duikt Fons al om negen uur onder de wol. In de ruim zeventig jaar van zijn bestaan is hij nauwelijks het dorp uit geweest. Wat Hans Heijnen van zijn leven registreerde leverde beelden op die uit een ver verleden lijken te stammen. Fons, die op het erf zijn ganzen voert en zijn avondmaaltijd klaar maakt: boterhammen met reuzel besmeerd. Het zijn ontroerende opnamen met een Rembrandt-achtig licht overgoten. De onbevangenheid van Fons en tal van andere dorpsbewoners, die ogenschijnlijk geen enkele cameravrees hebben, komt goed over op de kijker. Je krijgt het gevoel deze mensen echt te ontmoeten, door hen in vertrouwen te worden genomen en dat is iets totaal anders dan de manier waarop mensen in programma's als 'Ik hou van jou' en 'Het spijt me' ten tonele worden gevoerd.

Fons is ook verliefd geweest, een jaar of dertien geleden had hij een diepgaande relatie met een Belgische onderwijzeres die in Brussel had gestudeerd, vijf talen sprak en ook nog lekker kookte. De familie van Fons vond het echter maar niks, want de vrouw in kwestie was gescheiden, rookte en ging bovendien niet naar de kerk. Vooral de broer van Fons, die in België pastoor is, zette hem onder grote druk met deze connectie te kappen. Sindsdien koestert Fons de herinneringen aan een hele mooie periode in zijn leven. De camera volgt hem als hij naar de zolder sloft en daar het enige dat rest uit die tijd tevoorschijn haalt: een paar foto's waarop hij met zijn Anita is vereeuwigd.

Uit dit alles moet niet worden opgemaakt dat Ossenisse een soort paradijsje is. Met zo weinig mensen op een kluitje zitten heeft iets zeer benauwends. Iedereen kent er iedereen. Als je afwijkt van het algemeen aanvaarde patroon krijg je het moeilijk. Het dorp is verdeeld in groepen. Je hebt er de vaste bezoekers van het parochiehuis en die van het dorpscafé. De dorpsbewoners zijn niet mis in hun oordeel over elkaar en nog kritischer over degenen die hun nek durven uit te steken. De meeste betrokkenen gaan daar niet onder gebukt. Het brengt immers leven in de brouwerij.

Tot voor kort leek Ossenisse geen toekomst te hebben. Het dorp was voorbestemd te wijken voor de expansiedrift van Terneuzen, dat een grote zeehaven wil creëren. Veel jongeren trokken weg. Nu het tij is gekeerd komt daarin langzaam een kentering. Er wordt weer gebouwd in Ossenisse. Maar de nieuwkomers hebben het niet gemakkelijk, vooral als zij zich niet volledig geven. Je moet bij elkaar op de koffie komen, met elkaar meekletsen en ervoor zorgen dat ze alles over je weten en liefst ook nog over je ouders en grootouders, zodat ze je kunnen plaatsen. Zodra er iets te gissen blijft wordt het moeilijk.

Dat ervaart Jehova-getuige Irene de Kort die uit Rotterdam naar Ossenisse kwam, omdat ze de stad beu was. Kort na haar komst kwam een vrouw op haar af met de vraag of het waar was dat ze was gescheiden, vier abortussen achter de rug had en prostituée was geweest in het bordeel van haar vader. Irene was daarvan zo ondersteboven dat ze in een plaatselijke krant een advertentie liet plaatsen waarin ze liet weten dat ze gescheiden is en haar vader een nachtclub heeft gehad, maar dat de rest van de verhalen die over haar de ronde deden was verzonnen. Ze voegde er aan toe dat wie de schoen paste die maar aan moest trekken. Vanaf dat moment werd ze 'dat wijf uit Rotterdam'. Irene de Kort zou al lang zijn vertrokken als haar man niet uit het dorp kwam. Hij wil er niet weg. Die man heeft Irene overigens ontmoet door die spraakmakende advertentie. Dat vond hij zo moedig dat hij nader met haar kennis wilde maken. In de documentaire maakt Irene haar positie er niet gemakkelijker op als ze een boekje open doet over het dorp en vertelt hoe het haar naar de keel vliegt dat dorpsbewoners soms bij haar over de ondergordijntjes naar binnen staan te gluren. “De mensen vertellen achter je rug de meest verschrikkelijke dingen over je. Het is hier net Joegoslavië in het klein. De onderlinge haat en nijd is groot. Alleen hebben ze hier nog geen wapens.”

Daarop aansluitend laat Hans Heijnen beelden zien van dorpsbewoners die op jacht zijn. De geweren knallen in de met mistvlagen overdekte velden.

“Toen ik mijn werkstuk kort voor kerstmis in Ossenisse in première liet gaan viel er een diepe stilte na de uitspraken van Irene de Kort. Hopelijk vergeven de mensen het haar als ze over de eerste schrik heen zijn. Vooral jongeren geven haar in hun hart gelijk. Dat zij de vinger op een zere plek durft te leggen moet toch respect afdwingen.”

Er zijn in ons land nog veel gesloten gemeenschappen à la Ossenisse. Ze oefenen op Hans Heijnen grote aantrekkingskracht uit. Waarschijnlijk omdat hij zelf uit een dorpje stamt. “Ik ben opgegroeid in het Limburgse Bunde bij Maastricht en denk daar nog altijd met weemoed aan terug. Leven in zo'n kleine gemeenschap geeft een veilig gevoel. Het is er één grote familie en vervelen doe je je er niet gauw.” Dat laatste slaat op de Dallas-sfeer die je er hebt. Het echte leven is interessanter dan het mooiste verzonnen verhaal. De documentaire die Hans Heijnen in Ossenisse maakte is een waar gebeurde roman, door de bewoners zelf geschreven. Het is levensechte soap, die heel goed in een dagelijkse serie te gieten zou zijn. Hans Heijnen sluit niet uit dat hij de draad in de toekomst nog eens opneemt, zeker wat betreft Ossenisse. “Ik speel met de gedachte de reeks af te ronden met een aflevering waarin de jongeren aan het woord komen.”

Ossenisse is een plek waar intens wordt en is geleefd. Aan het slot van de uitzending dwaalt de camera over het winterse dorpskerkhof, terwijl kapelaan Ter Braak in de dorpskerk zijn gehoor voorhoudt dat wanneer mensen zich openstellen voor elkaar de wereld waarnaar wij mogen uitzien soms 'rakelings' nabij komt. “Dan hoeven we het niet te zoeken in het bijzondere en aparte. Het zit 'm in de liefde voor de mens naast ons, de mens van alledag en de bewogenheid voor het geheim dat de ander in zich draagt.”

mailIcon print |