*

 
dossier

Archief

Karikatuur van de vroegere katholiek

PAUL DE VRIES − 10/11/95, 00:00

De auteur is docent persoonlijke en maatschappelijke vorming.

Zijn bijdrage in Podium (4 november) wil afrekenen met “2000 jaar triomfalisme en arrogantie van de christen.” Zo schrijft hij: “(...) velen hebben geleden aan de kerk en velen lijden nog aan de kerkelijke voorschriften en praktijken (...). Overal ter wereld komen we de afrekening tegen van gewone mensen, die geloofd hebben in systemen als fascisme, communisme, maoïsme, en die terecht afstand doen van autoritaire bevelsstructuren.”

Ik kan mijn ogen niet geloven. Mathijssen schrijft dat echt! De suggestie als zou het eeuwenlange christendom onder dezelfde noemer vallen als fascisme, maoïsme met hun wreedheden, ligt er dik bovenop. De karikatuur van de bovenste plank. Een generalisatie en ongenuanceerdheid die een docent levensbeschouwing meer dan onwaardig is.

Het feilen van de traditionele rooms-katholieke kerk verdient niet deze uitvergroting. Daarvoor heeft zij te veel positieve bijdragen gegeven in het verleden. Onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijk werk hebben door de eeuwen heen heel veel en terecht geprofiteerd van de inzet en de toewijding van kloosterlingen, leken en geestelijkheid.

Gedachtenkronkel

Maar er is meer dat mij irriteert aan Mathijssens gedachtenkronkel. Zijn duiding van de katholieke christen (postmodern noemt hij hem!) is er een die niet verder reikt dan het idee van een bewuste consument die in een supermarkt een 'snufje' van dit en een 'pakketje' van dat aan levensbeschouwing of godsdienst bijeengaart. De bewustheid en vrijheid van keuze zou daarvoor eerder in het onderwijs mede vorm hebben gekregen.

Dit taaltje alleen al staat me zo tegen. Belangrijker en verontrustender is dat ik in het onderwijs nauwelijks iets gemerkt heb en nog niets merk van dit soort beschouwelijk onderwijs.

Achttien jaar heb ik intensief te maken met levensbeschouwelijk onderwijs. Zowel in de provincies Noord-Holland als in Utrecht en Gelderland. Verreweg de meeste leerlingen in de leeftijd van 16 tot 20 jaar (havo/meao), vrijwel allen van protestantse en katholieke huize, hebben geen idee wàt een maaltijdviering laat staan eucharistie inhoudt. Het is voor mij als leraar een hele toer om een zeventienjarige uit te leggen dat katholicisme en protestantisme behoren tot eenzelfde christendom.

Zouden er in de regio's waar ik heb gewerkt en werk in de afgelopen achttien jaren op bijvoorbeeld het mavo- en het havo-onderwijs wel levensbeschouwing- en godsdienstonderwijs hebben plaatsgevonden? Geloof me, er zijn Turkse en Marokkaanse leerlingen die mij met regelmaat hebben gezegd: “Waarom krijgen we zo weinig te horen over jullie godsdienst? Wat houdt het christelijk geloof eigenlijk in?

De gebruikte term 'zelfhaat' van Antoine Bodar is zo gek nog niet. Hoevele mensen zeggen nog openlijk: “Ik ben katholiek?” Zo vaak hoor je zeggen: “Ik ben katholiek opgevoed maar we doen er niks meer aan.” Daarin beluister ik niks van schaamte over het verleden, maar wel alles over een verontrustende mate van onverschilligheid. Van de docenten levensbeschouwing die ik heb meegemaakt waren de meesten ooit marxistisch, in ieder geval links, en zij hadden niet de intentie om leerlingen iets uit te leggen over kerkelijke vieringen. Daarentegen heel veel over humanisme en communicatie. Het past zeer wel in het beeld van minachting voor westerse culturen en kritiekloos begrip voor niet-westerse levensgewoonten.

Mathijssen zou eens moeten uitleggen waarin een katholieke christen zich nou eigenlijk scheidt en onderscheidt van een niet-katholieke christen? Denkt hij nu echt dat de postmoderne Nederlander mede dankzij het huidige onderwijs een bewuste keuze kan maken in de “religieuze supermarkt?”

Diepe haat

Zijn artikel noopt mij hem te verdenken van een diepe onbeheersbare haat tegen de christelijke en speciaal de katholieke traditie, terwijl een docent levensbeschouwing juist een mate van onbevangenheid en openheid in zich dient te dragen en een uitgebalanceerde kennis van en inzicht in kerkgeschiedenis moet hebben.

Laat ik tenslotte nog even wijzen op het schitterende boek van James C. Kennedy, 'Nieuw Babylon in aanbouw'. De auteur betoogt daarin - met argumenten en genuanceerd - dat de snelle maatschappelijke veranderingen in de jaren zestig in Nederland mede konden gebeuren dankzij de regenten, zeg maar dankzij de flexibiliteit van de gezagsdragers. Ook Jan Blokker (de Volkskrant) onderschrijft dit.

Vertaald naar de rooms-katholieke kerk in Nederland stel ik dat, behoudens de bisschoppen, heel veel pastoors zich uitermate flexibel opstelden en bijvoorbeeld bijna zonder slag of stoot de kennisoverdracht van de rooms-katholieke leer lieten vallen om plaats te maken voor vorming en of oriëntatie met een kritische inslag.

Waarom, zo heb ik mij vaak wanhopig afgevraagd, heeft het altijd ontbroken aan een evenwichtige combinatie van vorming én kennisoverdracht. Mijn kinderen stuur ik naar een streng gereformeerde school. Ik wil hebben dat zij kennis hebben van bijbel en evangelie en voor verdere vorming zorg ik zelf wel. Hun vriendjes zijn van buitenlandse afkomst en ik betrek ze in culturele activiteiten en bibliotheekbezoek. Met rechts heb ik geen enkele affiniteit, wel met kennis en leergierigheid en met hard werken om een eigen bagage op te bouwen voor het verdere leven.

Daar hoort ook 'luisteren' bij. Luisteren en begrijpen. Dat is wat ik bij het artikel van Mathijssen mis. Hij luistert niet naar de traditie, hij 'selecteert' en slaat met zijn 'postmodernisme' als docent levensbeschouwing pijnlijk de plank is. Aan zijn visie vertrouw ik mijn kinderen onder géén beding toe. Die is mij te onbescheiden en rancuneus.

mailIcon print |