Het is een klein wonder: hoewel het geloof dat God de Bijbel letterlijk heeft geopenbaard bij bijna iedereen heeft afgedaan, is het boek De Bijbelcode, dat juist dit beweert, op het moment een bestseller. In Nederland zijn in twee maanden al meer dan 20 000 exemplaren van dit in wezen fundamentalistische boek verkocht, wereldwijd in een half jaar een miljoen - nauwelijks in de biblebelts, juist wel aan geseculariseerden. Een klein wonder, dat mensen zulk wonderlijk, tegenstrijdig aandoend gedrag vertonen.
Misschien bestaat dit kleine wonder bij de gratie van een kennelijk onstilbaar verlangen naar het grote Godswonder. De Bijbelcode getuigt van zo'n wonder, dat “het heersende wereldbeeld volledig zal veranderen”. God heeft volgens Michael Drosnin, een Amerikaan van joodse afkomst, een geheime code in de tekst gestopt toen hij de Thora (de eerste vijf bijbelboeken) openbaarde - of het nu op de berg aan Mozes was of via een aantal geïnspireerde schrijvers en redacteuren. Ook in andere bijbelboeken zouden codes verstopt zitten. Het onderzoek naar de code van God (door Drosnin 'bovenmenselijke intelligentie' genoemd) staat volgens hem pas in de kinderschoenen.
De door Drosnin opgespoorde codes geven informatie over gebeurtenissen in verleden, heden en toekomst. De uitvinding van de elektriciteit door Edison, details over de moord op de Kennedy's en op Rabin, de Golfoorlog, en de derde wereldoorlog die eerst voor 1996, maar nu voor 2000 of 2006 op stapel staat - de codes geven niet alleen aan wat gebeuren gaat, maar ook wat zou kunnen gebeuren, aldus Drosnin. Want de alwetende God zou de mens toch keuzevrijheid hebben gegeven. God stopte met zijn alziende oog alle toekomst en mogelijke toekomsten in code in de bijbel - niet alleen de in de Bijbelcode genoemde belangrijke wereldgebeurtenissen, maar zelfs de biografische gegevens van ieder mens die ooit geleefd heeft, vermoedt Drosnin.
De bijbelcode als geschenk van God aan de mensen die leven in de eindtijd, zodat ze een bewijs hebben van zijn bestaan, en tegelijk kunnen zien wat er gebeurt als ze hun gedrag niet veranderen. Een geschenk exclusief voor ons, moderne mensen, want de code is alleen te kraken met behulp van de computer. De computer, en dus ook de technische ontwikkeling van de mensheid is kennelijk een van hogerhand nagestreefd doel van de geschiedenis geweest. Drosnin verkoopt met zijn code en passant de sacralisering van de techniek - en die kan tegenwoordig best wat goddelijke steun gebruiken. In den beginne was er het Woord, aan het eind is er Microsoft.
De wetenschap en zelfs het atheïsme zet hij in om zijn bijbel-orakel aan de - geseculariseerde - man te brengen. Orthodoxe christenen lusten het niet. “God openbaart zich in Jezus Christus aan een ieder die voor hem openstaat; niet in een geheime code, die alleen door computerdeskundigen ontcijferd kan worden”, schreef het streng-christelijke blad De Oogst. De Bijbelcode is speciaal bedoeld voor geseculariseerde joden, christenen en ongelovigen, en is daarom gelardeerd met slogans als: “We beschikken voor het eerst over het wetenschappelijke bewijs dat er een bovenmenselijke intelligentie bestaat.” Drosnins: “Ik ben niet religieus, ik geloof zelfs niet in God, ik ben een rasechte scepticus”, kan alleen rasechte niet-sceptici overtuigen. En de stelling “er is niemand die moeilijker van de juistheid van de Bijbelcode te overtuigen is dan ik”, is inmiddels door een waar leger van deskundige critici achterhaald.
Ook Drosnin heeft zijn aanhangers, zegt hij. Een royaal deel van zijn boek weidt uit over ontmoetingen met zogenaamd gerenommeerde wetenschappers, die zwijmelend voor de Baül buigen. Neem ene I. P. Shapiro, opgevoerd als 'een van de belangrijkste wiskundigen van Yale'. Drosnin beschrijft triomfantelijk hoe hij Shapiro voor de Bijbelcode won. “De wiskundige zweeg een ogenblik en vervolgde toen: 'Ik denk dat het enige mogelijke antwoord is dat God bestaat'.” En zo gaat het door, met een half dozijn getuigenissen van 'gerenommeerde deskundigen', die toevallig nog orthodox joods zijn ook. “Het blijkt dat de bijbel ruim drieduizend jaar geleden werd gecodeerd met informatie over toekomstige gebeurtenissen. Er zijn geen wetenschappelijke gronden om eraan te twijfelen”, zegt een van de grootste wiskundigen van Harward D. Kazhdan', die hiermee in feite niet meer onthult dan dat hij een fundamentalistisch gelovige jood is.
Niet allen waren achteraf even blij met wat hen aan lofgezang in de mond werd gelegd. De belangrijkste bron, de orthodox joodse wiskundige E. Rips, die Drosnin inspireerde en hielp aan een door hem ontwikkeld computerprogramma om bijbelcodes op te sporen, heeft zelfs een persconferentie gehouden om zich te distantiëren van Drosnins boek. “Alle pogingen om boodschappen van de Thora te verkrijgen, of om aan de hand ervan te voorspellen zijn nutteloos en zonder waarde.”
Vanwege de populariteit van zijn boek zagen ook andere exacte wetenschappers zich geroepen om Drosnins methode om codes te vinden kritisch te onderzoeken. Zij oordeelden vernietigend. E. Farajun, van de hebreeuwse universiteit van Jeruzalem noemt Drosnins uitspraken 'bedotterij'. Vier vroegere Nobelprijs-laureaten gaven Drosnin de tegenovergestelde 'Ig-Nobelprijs voor de literatuur' vanwege zijn “middelmatigheid, alledaagsheid en onbeduidendheid”.
Het weerleggen van Drosnin is voor wie handig is met computerprogramma's een koud kunstje. De code zit volgens Drosnin alleen in de originele, hebreeuwse bijbel. Vergelijkbare vondsten in andere geschriften tonen dus Drosnins ongelijk aan. In de Skeptical Inquirer past de exacte wetenschapper D. E. Thomas de methode van Drosnin toe op de Engelse King James-vertaling van het boek Genesis en op een bekend vonnis van het Amerikaanse hoogste gerechtshof over creationisme versus evolutieleer. Anderen beproefden Drosnins kunstje op romans als Moby Dick en Oorlog en vrede.
De methode werkt als volgt. Verwijder uit een tekst de spaties tussen de woorden. Je krijgt dan één lange reeks lettertekens. Laat de computer de reeks afzoeken naar een opgegeven woord, bijvoorbeeld naar 'Rabin', door bijvoorbeeld steeds het 4de, 10de, 233ste of 2000ste letterteken uit te kiezen. Zo vindt Thomas in de King James vertaling van Genesis bij een sprong van vier, ergens in de text het woordje 'Roswell' terug, een Amerikaanse plaats waar volgens een moderne mythe een ufo is neergestort: MydaUgteRsthOuhaStnoWdonEfooLishLyinSodoIng. Zevenletterige woorden zoals Roswell zijn vanzelfsprekend dunner gezaaid dan drieletterige woordjes. Die vindt de computer in overvloed: ufo in Genesis zelfs 5812 maal. Ook vlak in de buurt van het woord Roswell staat het - volgens Drosnin een extra veelzeggend teken.
Thomas liet de computer naar vijftien vier- tot zesletterige woorden in Genesis zoeken en vond ze maar liefst 23836 maal terug. Dole vond hij 2692 maal, Hitler 18 maal. Gelukkig voor Drosnin kent het Hebreeuws geen klinkers, en zijn de gezochte woorden dus korter, en nog veelvuldiger te vinden. Als je dan ook bestaande woorden uit de niet door de computer gehaalde tekst gebruikt (bij 'Rabin' vindt hij de bijbeltekst 'moordenaar die zal moorden'), en je hier en daar zelf een niet in de grondtekst voorkomend streepje zet om het kloppend te maken, is het vinden van welke mogelijke toekomst dan ook geen enkel probleem. Terecht besluit Drosnin dan ook dat de hoeveelheid 'gecodeerde' informatie in de Bijbel “waarschijnlijk oneindig is” - een vereiste voor elk goed orakel. Het zou pas een wonder zijn als je met een goed computerprogramma niet vele tienduizenden woorden en combinaties zou kunnen vinden in de eerste vijf boeken van de bijbel, of in wat voor een andere tekst van enige lengte dan ook.
Het grote wonder opgehelderd; blijft over het kleine wonder van de wel erg grote belangstelling voor De Bijbelcode. Is het de speelse geest die zich gemakkelijk kan inleven in het idee van het grote scrabbelen, de Bijbel als rebus van God? Aantrekkingskracht van door de computer gelegitimeerd geloof in God en van goddelijke legitimering voor de computer? Verlangen naar een Godsbewijs, speciaal voor de geseculariseerde mens verpakt in een wetenschappelijk, atheïstisch jasje?
De Bijbelcode past in het rijtje andere recente bestsellers op de Nederlandse reli-markt. Nico ter Linden riep met zijn vrijzinnige Het verhaal gaat bij het geseculariseerde deel der natie vergeten sentimenten rond de bijbelverhalen wakker. De bijbelcode plukt daar de vruchten van, maar de achterliggende theologie sluit beter aan bij James Redfields Celestijnse belofte, een levensbeschouwelijke avonturenroman waarin zich een boven elke twijfel verheven goddelijk masterplan ontvouwt dat ieder individu omvat.
Het gebrek aan twijfel en beroep op de wetenschap is nog wel het verbazingwekkendste, gezien de fantastische claims die Redfield en Drosnin - twee uit een veel langere rij succesvolle auteurs - maken. Paradoxaal genoeg sluit dit prima aan bij een tegenwoordig gangbare vorm van religiositeit: die is ruimdenkend, vrijblijvend en ook naïef. Mensen willen ook op levensbeschouwelijk gebied vermaakt worden, getrakteerd op een of ander ontzagwekkend avontuur. De geloofsvoorstellingen ook niet voor het leven omarmd, maar als speeltje, alleen door de mond gespoeld, zoals de eerste teug van een goede wijn.
Dit maakt de Bijbelcode een groot commercieel succes. Warner Bros. heeft de filmrechten al gekocht. Het wachten is op de onvermijdelijke cd-rom met het Bijbelcode-computerprogramma om de op jouw persoon toegesneden codes te kraken. Gaan we fundamentalistje spelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.