*

 
dossier

Archief

Worst en vleeswaren in plaats van halve varkens

GEORGE MARLET − 21/06/95, 00:00

De crisis in de varkenssector wordt voortvarend aangepakt. De sanering, waarvoor vier jaar is uitgetrokken, komt dit jaar al rond. Daarnaast is een fusiegolf op gang gebracht. Of grote bedrijven als de Holland Meat Group een concurrentievoordeel hebben, is echter de vraag.

De kans dat dit rooskleurige scenario werkelijkheid wordt voor de varkensslachterijen in Nederland is de laatste maanden aanzienlijk toegenomen. Trefwoorden: sanering en fusie van slachterijen.

De Nederlandse varkensslachterijen kampen sinds jaar en dag met een grote overcapaciteit. Er zijn teveel 'slachthaken', zoals het in jargon heet. Om die vol te krijgen, ontstond grote vraag naar varkens; tot vreugde van handelaren, maar ten nadele van de bedrijfstak. De hoge inkoopprijs werd namelijk niet goed gemaakt door de opbrengst van halve varkens ('karkassen'). Het probleem is al jarenlang bekend, evenals de oplossing.

Maar pas dit voorjaar ging de branche 'om'. Onder druk van aanhoudende zware verliezen (die met name de in de agrarische sector dominante Rabo-bank een doorn in het oog waren) is afgesproken om zeven slachterijen te sluiten. Nu die afspraak er eenmaal ligt, verloopt het saneringsproces verrassend snel. De sluiting van de zeven slachterijen krijgt nog dit jaar zijn beslag, terwijl daarvoor oorspronkelijk vier jaar was uitgetrokken.

Deze week gaan in het kader van de sanering de slachterijen Boekos in Boekel en Blijlevens in Kerkrade dicht. De slachterij van Hendrix in Dinxperlo is al dicht en vóór 1 augustus valt het doek voor de slachterijen van Coveco in Almelo, Jansen in Wesepe en Hendrikse in

's-Heerenberg. Als eind dit jaar bij slachterij Deen in Bussum het laatste varken aan de haak wordt gehangen, zijn in totaal 3,6 miljoen slachthaken uit de markt genomen ofwel 20 procent van de totale capaciteit.

“We praten al vele jaren over sanering en het aanpassen van slachterijen. Het werd hoog tijd dat de sector orde op zaken ging stellen”, aldus secretaris Jos Jongerius van het Produktschap voor vee en vlees.

Onder invloed van de sanering is bij de varkensslachterijen (jaaromzet negen miljard; vijfduizend werknemers) een proces van fusie en samenwerking op gang gekomen, dat kort geleden nog voor onmogelijk werd gehouden. Dezer dagen wordt het bericht verwacht dat de varkensslachterijen Encebe, Coveco en Gupa definitief samengaan in de Holland Meat Group.

Het nieuwe concern is goed voor ruim een derde van de totale Nederlandse produktie. Het einde van de schaalvergroting is nog niet in zicht. De slachterijen Hendrix en Jansen spelen met de gedachte zich bij de Holland Meat Group aan te sluiten, waarmee het concern de helft van de Nederlandse produktie in handen zou hebben.

Schaalvergroting stelt de gefuseerde of samenwerkende slachterijen in staat om hun capaciteit beter te benutten en efficiënter te werken. Maar het is op zichzelf niet voldoende om een betere concurrentiepositie te bereiken, oordelen branchekenners Hans van de Weerd en Bert Noorlandt, beiden werkzaam bij de Rabobank.

Een vleesverwerkend concern in de markt van vandaag moet het hebben van het vergroten van de toegevoegde waarde: hoe kun je meer aan een produkt verdienen door het in eigen huis verder te bewerken. De vrachtwagens die de slachterij verlaten, moeten niet meer uitsluitend geladen zijn met halve varkens maar ook met consumentenprodukten.

Rabo-account manager vlees- en mengvoerindustrie Van de Weerd: “Als alles volgens plan verloopt, moet dat proces een rustgevende invloed hebben op de inkoopprijs. Daardoor kunnen de rendementen stijgen, wat slachterijen de ruimte geeft om te investeren in toegevoegde waarde.”

Het in de markt zetten van produkten hoort daar zeker bij, vult zijn collega Noorlandt aan. “Marketing is in deze bedrijfstak altijd een ondergeschoven kindje geweest. Slachterijen waren als het sluitstuk van de keten door het ontbreken van redementen niet in staat om hun vleesprodukten goed in de markt te zetten.”

De voorgenomen fusie van de drie slachterijen is een aansprekend bewijs van de - tamelijk geruisloze - aardverschuiving die in de bedrijfstak gaande is. Tot voor kort beconcurreerden de bedrijven elkaar fel en bovendien zou je coöperaties (Encebe en Coveco) vanwege de grote cultuurverschillen niet ongestraft kunnen samenvoegen met particuliere bedrijven. De feiten spreken inmiddels andere taal, al is het nog te vroeg om te kunnen oordelen over het botsen of samensmelten van culturen.

De omslag van een produktiegerichte naar een marktgerichte bedrijfstak kan op termijn gunstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid. Een eindprodukt moet immers meer bewerkingen ondergaan dan een halffabrikaat. Aan voorspellingen waagt niemand zich. Op dit moment is het banensaldo nog negatief vanwege de sluiting van de zeven slachterijen.

Daardoor verliezen 830 mensen hun baan. Geprobeerd wordt om ze door omscholing, herplaatsing en outplacement aan ander werk te helpen. Voor de sanering is een bedrag van 100 miljoen gulden uitgetrokken, op te brengen uit een heffing van 1,50 gulden voor elk geslacht varken.

De sanering van de bedrijfstak is een noodzakelijke voorwaarde om een goede uitgangspositie op de Europese markt te bereiken, maar zeker geen garantie. Noorlandt (Rabo): “Een Nederlands concern dat hier 50 procent van de markt in handen heeft, telt in Europa voor misschien maar 10 procent mee.” De concurrentie uit landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje is nog steeds hevig. Voeg daarbij de onzekerheid over nieuwe regelgeving, zoals mogelijke beperkingen aan het vervoer van varkens en er ontstaat een heel wat ongewisser toekomstbeeld.

Van de Weerd (Rabo): “Zonder de sanering zou het proces van fusie en samenwerking moeizamer op gang zijn gekomen.” Jongerius (produktschap): “Een concurrerende slachterijsector is noodzakelijk om als land in Europa en de wereld een vooraanstaande positie te blijven innemen. De basis daarvoor is in elk geval gelegd.”

mailIcon print |