*

 
dossier

Archief

Harnoncourt vernieuwt Brahms met subtiele accenten

PETER VAN DER LINT − 20/01/96, 00:00

Herhaling vanavond. Radio 4 27/1.

Vervanger Hans Vonk wist geen nieuw licht op de partituur te laten schijnen. Brahms' partituur werd vertaald in onverbiddelijke, overluide klankblokken.

Hoe anders klonk Brahms' derde symfonie in Harnoncourts handen. Toegegeven, het oorde woensdagavond nog niet als een af produkt, maar Harnoncourts visie stond toch dusdanig in de steigers dat deze met wat meer bezinkings- en repetitietijd uit kan groeien tot een ongemeen interessante verklanking. Ondanks Harnoncourts herstel was het voorbereiden van het concert kennelijk toch moeizaam verlopen. De aangekondigde Bulgaarse mezzo Vesselina Kasarova moest wegens ziekte verstek laten gaan en werd vervangen door Dunja Vejzovic. Veel van de repetitietijd moet daardoor zijn gaan zitten in Alban Bergs concertaria 'Der Wein'. Bergs orkestratie van de Strauss-wals 'Wein, Weib und Gesang' werd zelfs helemaal van het programma geschrapt. Jammer, want die titel was de noemer waaronder dit concert gevangen was. Van het thema Brahms-Strauss-Tweede Weense School bleef met Schönbergs bewerking van de 'Kaiser-Walzer' nog net genoeg over.

Schönberg zette Strauss' wals voor strijkkwartet, fluit, klarinet en piano en voegde eigenhandig wat riedels en tegenmelodieën toe. Strauss als kamermuziek. Interessant, maar ook duivels moeilijk om te spelen, zoals bleek. Er ging te veel mis en musici en dirigent hingen nog te veel aan de noten. Begrijpelijker was dat de uitvoering van 'Der Wein' niet erg geïnspireerd klonk. Vejzovic had geen tijd om uitbundig of geëmotioneerd te zingen. De kale realisatie van de noten lukte haar, maar daarmee was alles gezegd. Van Bergs verzengende voorstudie op 'Lulu', compleet met sax en piano bleef weinig over.

En dan Brahms. De vernieuwingen die Harnoncourt voor oren heeft, hebben niet zo zeer met tempi te maken, die waren tamelijk conservatief. Een mooi gaand andante, een briljant uitgedirigeerde wals

en een weliswaar heftig laatste deel, maar niet ontsporend in wervelwindsnelheden.

Het 'nieuwe' van deze Brahms zat in de strakke klank van de strijkers, die met een minimum aan vribrato speelden. Dat, en de opstelling van de strijkers (eerste en tweede violen gesplitst, contrabassen links achter, celli en alten in het midden) leverde een zeer transparant klankbeeld op waarin de vele syncopen, sforzandi en leggiero-aanduidingen schitterend hoorbaar waren. De balans tussen strijkers en houtblazers was ideaal, maar het koper dekte bij tijd en wijle de klank te veel af. Zoals gezegd lukte lang nog niet alles, maar het was toch een verrassing om zo'n lichte, met subtiele accenten en fraseringen doorspekte Brahms te horen.

mailIcon print |