Wijs, het maandblad van de EUG, oecumenische studentengemeente Utrecht, nodigde drie kerkmusici uit voor een gesprek over sentimentaliteit en vernieuwing.
Mark van Kuilenburg: “Er is een psalm van Daan Manneke die ik heel mooi vind. 'Je lève mes yeux', psalm 121. Het is een volkomen andere klankwereld dan we in de EUG gewend zijn. Tien jaar geleden hadden de liederen van Oosterhuis en Oomen voor mij nog de glans van het nieuwe, jammer genoeg zijn ze nu wat aan het slijten. Ik zoek naar een nieuwe klankwereld.”
Waarom iets nieuws? Van Kuilenburg noemt een voorbeeld uit Liturgische Gezangen, het kerkelijk Liedboek waaruit de studentengemeente zingt. “Het wordt zo snel goedkoop sentimenteel. Dan hoor ik die herstelde f en dan denk ik, daar zijn we weer. Muziek zonder ballen, noemt mijn orgelleraar het. ”
Collega-musicus Theo Visser heeft in de loop van de jaren een andere visie gekregen: “Van de kerkmuziek-opleiding krijg je heel strenge, duidelijk omlijnde ideeën mee. Maar inmiddels ben ik vertrouwd geraakt met dit repertoire en vind ik sommige dingen ook echt mooi. En van het spelen tijdens rouw- en trouwdiensten heb ik geleerd, dat muziek die volgens de normen ver beneden de maat is, voor mensen heel veel betekenis kan hebben.”
Koordirigent Hans Leeuwenhage: “Blijkbaar is sentimentaliteit nodig om mensen betrokken te houden. (. . .) Wanneer ik na een dienst muziek uit de barok speel, zeggen mensen dat het leuk klonk. Het is vaak frisse, soms bijna afstandelijke muziek. Maar op het moment dat ik een stuk uit de romantiek speel, zie ik opeens mensen met een rare gloed in hun ogen en komen ze achteraf enthousiast vertellen dat ik zo fijn gespeeld heb.” Theo Visser: “De kerk valt uit elkaar en de kerkmuziek ook. Er mogen best verschillen in stijl zijn.”
Nouwen
In The Tablet, het in Londen uitgegeven internationale r.-k. weekblad, staat een kort in memoriam van de priester Henri Nouwen. Volgens auteur Michael Higgins was Our greatest gift, een meditatie over de dood, Nouwens beste boek. Achteraf gezien is het boek vooral een poging van Nouwen vertrouwd te raken met zijn eigen dood. Nouwen, die volgens Higgins in zijn werk vaak iets voorspelbaars en clichématigs heeft, laat in Our greatest gift de lezer delen in zijn kwetsbaarheid en zijn angsten en kijkt samen met de lezer de dood recht in het gezicht. Kijk maar, zolang je hoopt op God is de dood geen vijand maar een vriend, zegt hij dan. “Onze dood mag dan het einde van een zeker succes betekenen, het einde van productiviteit, roem of belangrijkheid, maar de dood is niet het einde van ons vruchtbare leven. Het omgekeerde is juist waar, pas na onze dood blijkt welke vruchten ons leven werkelijk heeft afgeworpen.”
Schoonheid
Pas later zal blijken of al die nieuwe katholieken werkelijk een keuze voor de r.-k. kerk gemaakt hebben of dat ze alleen maar gecharmeerd zijn geraakt van de uiterlijke vorm, preekt Hans van den Bosch in De Bazuin, opinieblad voor geloof, samenleving, cultuur en spiritualiteit.
In zijn artikel 'Het is weer chic om katholiek te zijn' veegt hij knorrig de mediahype over de nieuwe katholiek van tafel met een 'niets nieuws onder de zon'. Altijd al zijn oude en nieuwe gelovigen afgekomen op de schoonheid van de katholieke traditie. En weten die nieuwe katholieken wel dat die traditie ook maar gegroeid is en echt niet van alle tijden en eeuwen? Zijn welgemeende relativerende opmerkingen doen denken aan wat de priester en voormalig columnist van Trouw Guus van Hemert negen jaar geleden in deze krant schreef. Hij zong de lof van zo'n gewone, saaie wekelijkse viering; want hoe slechter en hoe saaier de dienst, hoe meer kans om te tonen dat het je om God en inspiratie te doen is en niet om theater.
Oftewel, liever niet zo'n hoogmis met drie heren, een perfect zingend vierstemmig koor en kerkgebouw dat even fraai als vol is, nee, de ware kerk dat is dat neogotische geval waar op zondagochtend alleen drie oude trouwe kerkgangers aanschuiven, grootmoeders die voor hun kinderen bidden.
Hans van den Bosch begrijpt de aantrekkelijke kant van de Romana wel: anders dan de protestantse kerken spreekt de r.-k. kerk niet via het woord en het geweten, maar via de zintuigen tot de verbeelding. “Het zou hooghartig zijn om minachtend te doen over de nieuwe aanwas”, zo houdt Van den Bosch zichzelf in toom. “Maar toch bekruipt mij argwaan.” Het gevaar van bewieroken van katholieke luister is dat de nieuwe katholiek 'zich laat terugliegen naar de eenvoud en echtheid van weleer die nooit bestaan hebben en daarom te mooi zijn om waar te zijn. (. . .) Achter de schoon bevonden zogenaamd authentieke liturgische pose kan behalve opgebakken rooms triomfalisme, waar iemand als Antoine Bodar op uit lijkt te zijn ook bedrieglijke verknochtheid aan simplistische wereldbeelden en te vlekkeloze antwoorden schuilgaan.”
De katholieke kerk moet zich niet laten temmen tot een cultuskerk, waarschuwt Van den Bosch.
Omweg
Soms kunnen de meest voor de hand liggende zaken pas duidelijk worden na een enorme omweg. De hervormde predikant Jean-Jacques Suurmond had een reis naar het Schotse eiland Iona nodig om te genezen van de waan dat God uitsluitend in de kerk vertoeft. “De dienst in de oude kerk van Iona was afgelopen. We bewogen ons naar de uitgang. Ineens besefte ik met een schok dat het combo de bekende Gershwin-melodie 'It's Summertime' speelde. Een profaan liedje uit een jazzclub, terwijl mijn ziel zich nog vroom baadde in het nauwelijks weggeëbde psalmgezang. Eenmaal buiten, in de schaduw van een hoog, duizend jaar oud Keltisch kruis, besefte ik hoe heilzaam die schok was. Hij genas me van wat ik ecclesiomanie noem: de waan dat God voornamelijk, zo niet uitsluitend, in de kerk vertoeft.”
God past niet in de kerk, schrijft Suurmond. “Wie dit beseft kijkt anders tegen aan tegen het proces van secularisatie. Want mensen die de kerk verlaten, verwijderen zich dus niet uit de 'sfeer van het licht', zoals ik pas nog op een conferentie over randkerkelijkheid hoorde beweren. God kun je eigenlijk niet verlaten, zelfs al kruip je weg in het dodenrijk, wist de dichter van psalm 139 al.”
Kortom, het verlaten van de kerk is een droevige zaak, maar voor je het weet klinkt voor de binnenverbanders én voor de buitenverbanders Gershwins Summertime. Te horen voor, op en over de drempel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.