KYOTO - De Japanse studente is met de boot naar de klimaattop in Kyoto gekomen. Dat vindt ze een aangenaam vervoermiddel. “En het is ook niet zo vervuilend”, zegt ze, nadat ze net met haar milieuclubje een demonstratie heeft gehouden voor de deuren van het conferentieoord waar duizenden ambtenaren, en politici van 160 landen dagelijks vergaderen.
Hisayo Osaka (21) zit in een actiegroep van studenten die strijdt voor een beter milieu. Met vijftig andere jongeren heeft ze net een act opgevoerd. De geschminkte en bemaskerde hoofden en beschilderde lichamen beelden de 'mensen van de toekomst' uit. De boodschap is helder: als de regeringen nu niet besluiten de broeikasgassen fors terug te dringen, is het voor volgende generaties geen leven meer op aarde.
“Deze conferentie is heel belangrijk”, vindt Hisayo. “We willen dat onze regering gaat nadenken over dit probleem. Dat er een verandering komt in het denken.” Over de inzet van Japan oordeelt de studente culturele wetenschappen mild. Die inzet is door de milieubeweging zwaar bekritiseerd, omdat het gastland de uitstoot in 2010 van CO2 maar met drie tot vijf procent wil beperken ten opzichte van 1990. “Sommigen van ons willen verder gaan. Maar het ligt moeilijk, het zal gevolgen hebben voor de economie.”
De klimaattop is niet alleen de top van staatshoofden, politici en ambtenaren. Het is ook de top van de milieubeweging. Tal van actiegroepen, variërend van het clubje van Hisayo tot de Japanse bond die het fietsen wil bevorderen, laten van zich horen. En ook de groten, Greenpeace en het Wereld Natuurfonds (WNF), zijn ruim vertegenwoordigd.
Dat betekent dat alle mensen die met de metro naar het immense gebouw net buiten de stad reizen, in de stationshal de eerste folder in hun handen krijgen gedrukt. Op weg naar de ingang kunnen ze, als ze willen, nog eens vele malen van informatie worden voorzien. Hebben ze ook dan niks gekregen, dan is er binnen in het conferentieoord haast geen ontsnappen aan.
Het heeft effect: in het perscentrum liggen naast de computers hele documentatiemappen van de milieubeweging. Die kunnen de journalisten trouwens ook heel goed van thuis hebben meegenomen: ook in de weken voor de conferentie bestookten de milieuorganisaties pers en politiek met informatie. In Nederland vonden ze het zelfs geen enkele moeite materiaal per koerier aan huis te bezorgen.
“Iedereen heeft eigenlijk te veel informatie”, zegt Bill Hare, directeur klimaat bij Greenpeace International. “Maar het is heel belangrijk de zaken goed te kunnen interpreteren.”
- Vervolg op pagina 6.
Eigen beker mee is toch 'een beetje marginaal' VERVOLG VAN PAGINA 1
Greenpeace is met een stuk of veertig mensen afgereisd naar Kyoto. Een fors deel lobbyt bij regeringen, er is een mediateam, een tweetal medewerkers overlegt met het bedrijfsleven. In de keuken op zonne-energie die buiten is opgesteld zitten mensen van Greenpeace. “We hebben een hele discussie gehad over de omvang van de delegatie”, meldt Hare. “Het bedrijfsleven heeft 700 lobbyisten gestuurd. Vorige week zat ik nog te vergaderen met zo'n 50 industriële vertegenwoordigers. Ik was maar in mijn eentje.” Hoewel Greenpeace dagelijks berichten de wereld instuurt dat de conferentie mislukt als de regeringen niet bereid zijn tot forse stappen, is Hare ervan overtuigd dat de aanwezigheid van zijn organisatie zin heeft. “Anders was het nog veel erger geweest. En anders was deze conferentie helemaal niet gehouden. De milieu-organisaties hebben aangedrongen op conclusies, niet nogmaals uitstel.” Bovendien: “De ministers kunnen gewoon niet naar huis met een zwak akkoord.”
Een beetje klassiek actievoeren doen ook professionals van Greenpeace nog wel. Sommigen hebben hun eigen beker meegenomen, zodat ze niet voor elk kopje koffie een nieuw plastic bekertje hoeven te gebruiken. Sible Schöne, hoofd klimaat bij het Wereld Natuurfonds, doet daar niet aan mee. “Dat vind ik een beetje marginaal.” Het WNF kiest, zegt Schöne, net een iets andere invalshoek dan Greenpeace. Het WNF vindt het heel belangrijk met het bedrijfsleven te overleggen en hen te bewegen hun verzet op te geven tegen bindende afspraken om de uitstoot van CO2 2 terug te dringen. Schöne: “Wij zien het bedrijfsleven als bondgenoot. We praten met een positieve houding. Bij Greenpeace is het toch meer meppen.” Samenwerking met de industrie vindt het WNF belangrijker dan samenwerking met de zusterorganisatie. Schöne: “We werken niet samen, of heel weinig. We willen zoveel mogelijk tijd besteden aan het verbeteren van de wereld, in plaats van aan elkaar.”
Het WNF heeft in Kyoto een delegatie van twintig mensen. Die zijn druk aan het lobbyen, onder andere om steun te krijgen voor de voorstellen van de Europese Unie. “Negenennegentig procent van onze contacten gaat via e-mail”, schat Schöne. “We willen zo efficiënt mogelijk met dit soort dingen omgaan. Maar onze leden snappen het heel goed dat wij hier nu zijn. Als deze conferentie een succes wordt, dan komt er 1 000 miljard extra voor energiebesparing. Dit gaat ergens over. Daar mag je wel een vliegreisje aan spenderen.”
Schone waardeert het dat mensen als Hisayo buiten actie staan te voeren. “Dat is heel goed, die groepjes die dat doen.” Maar hij vindt het allemaal wel buitengewoon beschaafd: “In mijn tijd waren we radikaler.” De Japanse studente op haar beurt heeft niets dan lof over de inzet van de professionele milieuorganisaties. Lid is ze niet. Met een lachje: “Dat kan ik niet betalen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.