DEN HAAG - Een verwend, egocentrisch man, ongeschoold en gefrustreerd door geldproblemen en roddels over hem in de hechte Turkse gemeenschap, en bij wie de stoppen doorslaan zo gauw hij kritiek krijgt.
Zo zetten zijn advocaten gisteren voor de Haagse rechtbank de neef van de familie Kösedag neer. Deze heeft toegegeven vorig jaar in de nacht van 25 op 26 maart brand gesticht te hebben achter de voordeur van zijn oom Zeki Kösedag in de Schilderswijk. Daardoor kwamen vijf kinderen en zijn vrouw Mahdi om.
N. K. maakte gisteren duidelijk dat hij de woede en afkeer van de familie nog niet kan verdragen. Hij reageert fel als Zeki Kösedag, die met een tiental familieleden achter glas op de publieke tribune zit, emotioneel uitbarst en met hoofd en vuisten tegen de afzetting bonkt terwijl anderen schreeuwen en de beweging van 'ophangen' maken. Hij kijkt als de publieke tribune eventjes wordt ontruimd en zegt dan “dat ik al lang mijn schuld heb toegegeven en spijt voel van binnen. Maar wat ze nu doen is onterecht, ik ben geen terrorist maar een mens. Ik heb zelf ook een gezin.”
Uit het rapport van het Pieter Baan Centrum blijkt dat de dader (26 volgens de papieren, waarschijnlijk enkele jaren ouder omdat hij volgens de gewoonte toen niet meteen werd ingeschreven) verminderd toerekeningsvatbaar is. Hij is extreem afhankelijk van wat anderen van hem vinden. Eerst is hij een verwend jongetje, dat op en neer pendelt tussen ma in Turkije en pa in Den Haag. Dan, door vanaf 1985 volgens alle werkgevers keihard te werken in het Westland, wordt hij eventjes een welvarend, maar egocentrisch man.
Als rug en knieën op zijn en hij afgekeurd en werkloos is, gaat hij gokken en verliest snel alle geld en vooral het respect van zijn omgeving. De verhouding met zijn vader, die ook moeilijk ligt bij de rest van de familie, is troebel en ambivalent: N. K. haat hem en zoekt tegelijk ook steeds zijn goedkeuring.
Volgens de rechter ging de 'lont in het kruitvat van angst en agressie', als N. K. op de avond van 25 maart van zijn huilend kind hoort dat Zeki's zoontje zou hebben gezegd dat 'N. K. een slechte vader is'. Volgens zijn zeggen probeert de dader zijn oom te bellen, maar wordt er niet opgenomen. Zeki ontkent dat de telefoon ging. N. K. gaat dan met een Fanta-fles naar een benzinestation, het volgooien mislukt en hij koopt een jerrycan met ruim drie liter benzine. Daarna denkt hij een half uur na, sprenkelt dan benzine en een aangestoken krant door de brievenbus. Nadat hij een plof hoort, maar - 'tot zijn geruststelling' - geen vlammen ziet, gaat hij naar huis.
Neef had al toegegeven dat het zo is gegaan maar kan ook gisteren niet de vraag 'wat wilde u wel, als u dìt niet wilde' beantwoorden. Volgens de rechter was het geen impulsieve handeling, omdat er voor de daad véél beslismomenten waren, van het halen van de Fanta-fles tot het moment van de daad zelf. Bovendien wist N. K. dat er in het kleine bovenhuis 12 mensen lagen te slapen.
De rechter beklemtoont dat de ontploffende gasleiding - die aan de regels voldeed - boven de deur het vuur snel heeft aangewakkerd. Met een blik naar de tribune zegt rechter Tan dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de moeder en haar kinderen door koolmonoxide bewusteloos of al dood waren voor het vuur hen bereikte. Moeder Mahdi (41) had eerst zes andere kinderen naar buiten gegooid in de armen van Zeki en een buurman, voordat ze met de net geboren baby tegen haar aan overleed. Een kind overleed later alsnog.
De officier is niet onder de indruk van de problemen van de dader. Na het opsommen van de namen van de overledenen zegt ze dat 'verdere woorden te banaal zijn voor deze daad'. Volgens haar kan er bij de uren die lagen tussen de uitspraak van het kind over de roddels en de brandstichting niet worden gesproken van een 'opwelling' bij de dader. Volgens haar heeft deze 2,5 liter benzine achter de deur gesprenkeld en dan kun je niet meer zeggen 'dit was niet de bedoeling'. Bij toerekeningsvatbaarheid zou levenslang gepast zijn. Vergelding gaat bij haar vóór de behandeling van de dader. Ze eist uiteindelijk 20 jaar gevangenisstraf 'omdat de maatschappij langdurig tegen deze verdachte moet worden beschermd'. Daarna acht zij TBS nodig, omdat volgens het Pieter Baan Centrum herhaling mogelijk is als de persoonlijkheidsstoornis van N. K. niet wordt behandeld.
De verdediging hekelt eerst het huisvestingsbeleid van de gemeente, waardoor te veel mensen in een kleine ruimte sliepen. Ook haalt mr. Visser de vader van N. K. uit de wind, die de avond voor de brandstichting bij Zeki had geïnformeerd of deze wel een goede brand- en overlijdensverzekering had. Dat was 'puur toeval, de zoon is verantwoordelijk', verklaart hij, nadat ook de rechtbank zich na verhoor van de vader had laten overtuigen. Volgens Visser kon N. K. niet verwachten dat de brand zich door de gasontploffing zo snel zou verspreiden.
Volgens de verdediging kon N. K. niet verkroppen dat hij van 'groot man een klein man' werd. Hij kon de vicieuze circel van 'geen werk, krenking, sociale afwijzing door de gemeenschap' niet doorbreken. Mr. Kouwenhoven vraagt zich af of een lange gevangenisstraf wel helpt om de 'ongelofelijke klap die Zeki heeft gehad' te helen. “Lange straffen maken iemand niet tot een beter persoon, behandeling wel.” De verdedigers vragen maximaal tien jaar en een snel begin van de behandeling.
Zeki Kösedag en de familie zijn woest over de 'verminderde toerekeningsvatbaarheid'. Zij vinden dat N. K. in Turkije moet worden berecht, waar volgens hen de straffen hoger zijn. Zeki Kösedag: “Als hij gek is, waarom heeft hij dan niet zijn eigen kinderen gepakt?” Uitspraak op 30 januari.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.