*

 
dossier

Archief

Hutu's en Tutsi's in Rwanda verbergen hun wantrouwen Als de nacht valt over de heuvels van Ntongwe gaan de grendels op de deur

ILONA EVELEENS − 11/02/97, 00:00

KIGALI - Rwanda heeft momenteel veel weg van een grote, streng bewaakte bouwplaats. Overal in het land verrijzen in hoog tempo huizen om de meer dan een miljoen teruggekeerde vluchtelingen onder dak te brengen. Er is meer leger en politie op de been omdat met de massale terugkeer het land onveiliger is geworden.

De weg naar Ntongwe, 50 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Kigali, slingert door het groene heuvellandschap. Een lange rij legertrucks kruipt langzaam over het asfalt. Zingende soldaten zitten en staan in de open laadbakken. De soldaten gaan de militaire steunpunten versterken. Er is de laatste maanden een onrustbarende toename van aanslagen. Doelwit zijn vaak ooggetuigen van de genocide van 1994 die aan zo'n 800 000 mensen het leven heeft gekost. Volgens de regering zijn de aanslagen het werk van Hutu-extremisten. Die zouden eind vorig jaar met de stroom terugkerende vluchtelingen Rwanda zijn binnengedrongen. De bedoeling is van binnenuit het land te destabiliseren. Het leger beantwoordt deze gewelddadige acties met een hard optreden tegen vermeende extremisten. Daarbij zijn enkele honderden mensen gedood, vooral in het westen van het land.

Ntongwe is tot nu toe verschoond gebleven van geweld. Het dorp ligt ver van de grote wegen in vruchtbare heuvels. Maar ook hier is de normale gang van zaken verstoord. Voor een houten schuur, die tijdelijk dienst doet als voedsel-opslagplaats van de Verenigde Naties, staat een lange rij voormalige vluchtelingen. Hun leven is nog steeds ontwricht. De meesten hebben geen werk en zijn aangewezen op voedseldistributie.

Voor een scheefstaand gebouwtje zijn enkele vrouwen verwikkeld in een lacherige discussie met een soldaat. De bouwval dient als plaatselijke gevangenis, waar sinds eind vorig jaar enkele mannen vastzitten wegens vermeende deelname aan de genocide. De vrouwen van de verdachten brengen twee keer per dag eten. Telkens proberen ze de bewaker te overreden om meer tijd te mogen doorbrengen met hun echtgenoten.

Op de heuvelrug aan de rand van het dorp wordt de landelijke rust verstoord door onophoudelijk gehamer. Hutu's en Tutsi's werken met vereende krachten aan meer dan tachtig nieuwe woningen van hetzelfde ontwerp. Diverse hulporganisaties leveren de bouwmaterialen en een geschoolde bouwvakker houdt toezicht. Het salaris voor de arbeiders bestaat uit eten dat het Wereldvoedselprogramma van de VN geeft. Een groot deel van de nieuwe huizen in Rwanda worden gebouwd via deze zogeheten 'voedsel voor werk'-projecten.

De evangelist Manasse Runezerwa is met zijn vrouw Dorikas en vijf kinderen in zo'n nieuw huis getrokken. De woning biedt een prachtig uitzicht op een uitgestrekte vallei die in een heiige blauw-grijze waas is gehuld. Manasse Runezerwa is tevreden met zijn huis, ook zonder meubels. Hij en zijn vrouw zijn Tutsi's. Zij keerden kort na de genocide terug in Rwanda. Hun ouders hadden het land in 1959 verlaten. De evangelist en zijn gezin woonden in een huis van een Hutu, die in '94 naar Zaïre was gevlucht. Toen de rechtmatige eigenaar eind vorig jaar terugkwam, moesten Manasse en Dorikas een ander onderkomen zoeken.

Dorikas is niet treurig om de verhuizing. Vol trots toont ze haar nieuwe keuken, een lege ruimte met een houtvuurtje op de kale grond en enkele potten. Haar grootste zorg is de onveiligheid. “Ik hoor zulke nare verhalen. Er wordt gezegd dat extremisten terug zijn gekomen om de genocide af te maken. Ik kan alleen maar hopen en bidden dat het leger ons beschermd. Maar ik pas er voor op dat angst niet mijn leven gaat beheersen. We moeten ons met elkaar verzoenen en ik denk dat kinderen daarbij een belangrijke rol spelen. Mijn kinderen gaan naar dezelfde school als die van de teruggekeerde vluchtelingen. Ze delen daar alles, spelen samen en aan het einde van de dag komen ze veilig weer naar huis.”

De meeste Rwandezen vermijden in het algemene spraakgebruik de aanduidingen Hutu en Tutsi. Ook de identiteitspapieren maken geen melding meer tot welke groep iemand behoort. Toch wordt er nog wel degelijk onderscheid gemaakt. Hutu's zijn 'vluchtelingen' en Tutsi's 'ontsnapten'. Iedereen lijkt zich net als vroeger zeer bewust van de etnische afkomst.

Josephine Njirasanaza beschermt zich tegen de stekende zon met een kleurige paraplu. De Hutu-vrouw is sinds enkele weken terug uit een vluchtelingenkamp in Zaïre. “Ik kwam met lood in mijn schoenen terug. De verhalen die we in Zaïre hoorden, beloofden weinig goeds. Ik was erg bang. Maar toen ik hier kwam, zag ik al gauw dat het allemaal eigenlijk heel goed gaat. Ik moet toegeven, ik heb me grondig vergist.” Josephine kon zelfs direct na aankomst in haar oude huis. “Alleen bleken alle meubelen gestolen te zijn. Maar we zijn in ieder geval onder dak.”

Onder een hels kabaal en met een enorme stofwolk arriveert Fidele Bukuba in Ntongwe. Op zijn brommer trekt de lokale vertegenwoordiger van het ministerie van rehabilitatie van dorp naar dorp. Hij maakt de laatste tijd overuren. Hij probeert met praten en nog eens praten de spanningen en de angst onder de mensen te verminderen.

Het ministerie van rehabilitatie is al lang bezig met een nationale verzoeningscampagne. Vertrouwen opbouwen gaat langzaam, is de ervaring van Bukuba. “De mensen zijn begrijpelijkerwijs heel voorzichtig. Ze zijn bang voor elkaar, maar ze realiseren zich ook dat ze samen moeten leven. Er is gewoon geen andere keuze. In Ntongewe gaat het redelijk goed.”

Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn. Mensen die elkaar drie jaar geleden nog naar het leven stonden, leven nu min of meer broederlijk naast elkaar. Ware gevoelens lijken verborgen achter een masker van optimisme.

Immanculee Habiyambere werkt voor de vrouwenorganisatie Pro Femmes. Ze erkent dat de Rwandezen een haast onmogelijke taak op zich hebben genomen. “Iedereen is zwaar getraumatiserd. Stel je eens voor dat je met iemand in een dorp moet leven, wiens familie jouw gezin heeft willen doden. Of dat je tot een groep behoort die een andere bevolkingsgroep heeft willen uitroeien en nu maar moet afwachten of er wraak zal worden genomen. Dat veroorzaakt toch enorme spanningen. Maar naar goed Rwandees gebruik laat niemand iets merken. Dat mag ongezond klinken, maar ik denk dat het voor ons de enige mogelijkheid is om met onze trauma's te leven.”

Mensenrechtenactivist Jean Baptist Barambirwe toert per auto door het land om de vinger aan de pols te houden. Zijn organisatie Cladho bombardeert de overheid met rapporten over de situatie in het land. Hij vindt dat de herintegratie van de voormalige vluchtelingen redelijk gaat. “Het hangt sterk af van de lokale overheden. Hier voeren zij het regeringsbeleid naar de letter uit. Zo moeten mensen die zich in een huis van een vluchteling hadden gevestigd er zo snel mogelijk uit als de rechtmatige eigenaar terugkomt. In Kigali is de bemoeienis van de gemeente veel minder groot. Daar wachten talloze teruggekeerde huisbezitters al bijna drie maanden op het vertrek van de tijdelijke bewoners.”

Barambirwe gelooft niet in een herhaling van de genocide. “De volkerenmoord kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Dat was het resultaat van een jarenlang zorgvuldig opgebouwde ideologie van etnische haat. Het is zaak dat we zo snel mogelijk het wederzijdse wantrouwen verminderen. Dan pas kunnen we beginnen te bouwen aan een gezamenlijke, vreedzame toekomst.”

Belangrijk instrument daarbij is volgens de mensenrechtenactivist de verzoeningscampagne van de overheid. “Ook dat gaat met vallen en opstaan. Ik hoorde toch laatst een politicus zeggen dat er onschuldige mensen zijn in dit land en dat de rest allemaal moordenaars zijn. Zo'n zwart-wit denken is angstig, en bovendien een heel slecht voorbeeld voor de bevolking. Ook binnen de regering moet er nog een hoop geleerd worden”.

Hij put moed uit de woorden van paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan Rwanda. “De paus zei toen dat dit het land is van de duizend heuvels, van de duizend problemen, maar ook van de duizend oplossingen”.

Tegen de avond keren hulpverleners, ambtenaren en strijders voor mensenrechten weer huiswaarts. In Ntongwe worden de olielampen aangestoken en vergrendelen de bewoners deuren en ramen. De nacht wakkert de angst aan.

mailIcon print |