Van onze kerkredactie TILBURG - Onbevangen nadenken over de rol van religie in de hulpverlening is niet goed mogelijk, als de hulpverlener in zijn of haar studie niet de eigen religieuze geschiedenis heeft verkend. Zonder dat kan er geen sprake zijn van positief uitwerkende interventies.
Met het lanceren en onderbouwen van deze stelling maakte prof. M. van Uden gisteren in Tilburg al meteen duidelijk waarom het zo goed is dat er een leerstoel 'Levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid' aan de theologische faculteit is gevestigd. De klinische godsdienstpsycholoog Van Uden hield gisteren zijn oratie in Tilburg onder de titel Tussen zingeving en zinvinding (Uitg. Tilburg University Press, ¿ 15,25).
Is godsdienst goed of slecht voor een mens? Slecht, wist Freud. Nee, juist goed, vond diens leerling Jung. En in kerkelijke kring stemde men met hem graag in - overigens met vaak andere argumenten.
In de godsdienstpsychologie houden velen het erop dat het antwoord op de vraag 'heilzaam of niet?' wat gecompliceerder ligt. Het hangt er vanaf: het kan allebei en zelfs - zo liet Van Uden nog aan een concreet geval zien - kan religie behulpzaam zijn bij het overwinnen van een door religie mede veroorzaakt ernstig psychisch lijden. Maar dat vergt wel iets van de pastor, therapeut of andere hulpverlener.
Aanvankelijk zag het er met de jonge psycholoog Van Uden helemaal niet naar uit dat hij zich nog eens op dit terrein zou wagen. Hij behoort in de jaren zeventig tot het gebruikelijke slag geheel geseculariseerde klinische psychologie-studenten. Problemen van slapeloosheid - daar wist hij uit zijn studie alles van. Het idee nog gauw een paar studiepunten te pakken met een cursus godsdienstpsychologie deed hem vallen in de handen van prof. Willem Berger.
Van Uden vertelde nu zijn gehoor van zijn verlegenheid, toen Berger als eerste opdrachtje de studenten ieder een persoonlijke religieuze ervaring liet inbrengen in het college. Van Uden keek eerst verschrikt de kat uit de boom, afwachtend wat dat in hemelsnaam betekende. Vooruit, een mooie natuurervaring van eenzaamheid en van verbondenheid met het al op vakantie in Frankrijk kon er misschien wel mee door.
Maar bij de oude rot Berger was je daar niet mee klaar. Die ging erop door, haalde er het beeld bij van de homo viator, de mens als reiziger en deed de jonge student meer heenwijzends in zijn ervaring zien dan hij er zelf achter had gezocht.
Het beeld van de viator is inmiddels goed bij Van Uden aangeslagen. Over slapeloosheid lees je bij hem niet meer; wel maakt een aantal publicaties van zijn hand duidelijk dat hij deskundig is in bedevaarten, de plaatsen, de wegen erheen, de mensen die erheen trekken.
In zijn rede onderstreepte hij dat de godsdienstpsychologie te zeer het accent legt op het zin geven, als menselijke activiteit. Zonder het woord 'genade' in de mond te nemen wees Van Uden op de kant van het zin vinden: de zin was er al, je zocht het misschien niet eens, maar iets of iemand reikte een beeld aan, waardoor nu en ook in toekomstige ervaringen zin kon worden gevonden. Zingeving en zinvinding: Van Uden ziet dezelfde religieuze spanning tussen zelfontplooiing en zelfovergave. En opnieuw: de geestelijke gezondheid is ermee gebaat als beide polen worden behartigd.
Van Uden heeft niet de illusie dat zijn vak de pastores en geestelijke hulpverleners pasklare methoden en oplossingen te bieden heeft. Wel denkt hij dat ze iets kunnen leren om “minimale, goed-getimede en gedoseerde interventies” te plegen bij het zoeken naar (wat hij noemt) de “naadloze pasvorm van persoonlijke werkelijkheid en verbeelding”.
De huidige 'haastje-repje' studie, van zowel de gewone theologie-opleiding als die voor 'zingeving en hulpverlening', laat geen volledige toerusting toe, beseft Van Uden terdege. Wat hij wel hoopt en nodig vindt is dat elke student, net als hijzelf destijds, zijn of haar eigen geschiedenis en de plek van religie daarin verkent. Leren spreken over zingeving en religie èn leren luisteren naar de verhalen van de ander.
Alleen wie zichzelf in de religieuze/existentiële dimensie kent en erkent, voor wie dat geen hinderpaal is, kan meer doen dan “als een slechte counselor spiegelend meedeinen op de reacties van de gesprekspartner”. Zo kan men wellicht helpen het “kapitaal aan verhalen, rituelen en symbolen (...) toe te snijden op de persoonlijke maat van de ander”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.