*

 
dossier

Archief

LOKAAL ONDERWIJSBELEID

MARLEEN BARTH; MAAIKE VAN HOUTEN − 21/06/95, 00:00

Hier en daar was er reikhalzend naar uitgekeken: de notitie 'Lokaal Onderwijsbeleid', die staatssecretaris Netelenbos volgende week dinsdag aan VNG-voorzitter Klaas de Vries overhandigt. Netelenbos zelf verkondigde aanvankelijk dat het 'een echt paars stuk' zou worden, waarin het kabinet laat zien hoe anders paars onderwijsbeleid is dan CDA/PvdA-beleid. Maar inmiddels doet de bewindsvrouw al een paar maanden haar best om, in elk geval in de Tweede Kamer, die verwachtingen te matigen.

Die meer praktische invalshoek wilde ze, zei Netelenbos steeds, omdat de bedoeling nu juist niet is dat het rijk gaat voorschrijven wat gemeenten en scholen gaan doen. Het rijk draagt taken over en trekt zich terug. De inspectie moet dan maarin de gaten houden of het goed gaat.

Wie de notitie leest, bekruipt nog een andere verklaring voor die terughoudendheid in het etaleren van een visie. Zoveel wijkt het lokaal onderwijsbeleid van paars niet af van wat de vorige coalitie met het CDA al in de pen had zitten. Het is sociale vernieuwing in een paars jasje.

Natuurlijk, Netelenbos draagt de zeggenschap over de schoolgebouwen over aan de gemeenten. Daar had het CDA in de zomer van 1993 nog een kabinetscrisis voor over - om het tegen te houden. Ze kwam met een wet die de gemeente de ruimte geeft het bestuur over de openbare scholen zelfstandiger te maken. En de bewindsvrouw versoepelt de overschrijdingsregel, zodat gemeenten niet meer automatisch elke gulden die zij aan openbare scholen geven ook op de giro van bijzondere scholen hoeven bij te schrijven. Maar dat stond allebei ook al in het Schevenings Akkoord, dat minister Ritzen in de vroege zomer van 1993 met de onderwijsorganisaties sloot over bestuurlijke vernieuwing in het onderwijs. Erg veel nieuws is er dus niet onder de zon.

In Groningen is het al jaren goed gebruik dat de gemeente onderwijsbeleid maakt. Voor openbare scholen, maar ook voor bijzondere. Zo is het nieuwste idee uit Groningen, de Vensterschool, besproken met het openbaar èn het bijzonder onderwijs. En alle scholen kunnen zich inschrijven voor de Vensterschool, waar de kinderen na schooltijd kunnen sporten en toneelspelen, en waar de peuterspeelzaal in is ondergebracht, de jeugdhulpverlening en het maatschappelijk werk. Dat vereist naast veel samenwerking tussen die verschillende instellingen - en wat schuiven met het geld - ook dat de school een tikje anders wordt gebouwd. Er moet misschien een sportzaal bij, een peuterzaal en een kamer voor de agoog. Nu het rijk het huisvestingsbeleid overdraagt aan de gemeenten, krijgt ook Groningen daar wat meer mogelijkheden voor. Voor die peuterspeelzaal hoeven ze niet naar het ministerie, dat regelen ze zelf. Of die Vensterschool er pakweg vijf jaar geleden nooit was gekomen? Plaatsvervangend directeur van de dienst onderwijs, B. H. ten Bruggencate, kan dat zo een, twee, drie niet zeggen. Het had misschien wel gekund. Maar het scheelt zo wel veel bellen met Zoetermeer.

De notitie bevat een opsomming van alle plannen die paars in het regeerakkoord al voor de gemeenten in petto had. In totaal draagt het kabinet een slordige twee miljard gulden over. Het leeuwedeel daarvan is voor de schoolgebouwen: 1,7 miljard. Verder voor de schoolbegeleidingsdiensten: 93 miljoen, voor de onderwijsvoorranggebieden: 68 miljoen, voor Nederlands als tweede taal: 75 miljoen, voor het onderwijs in eigen taal: 70 miljoen.

Wat kunnen gemeenten daar mee gaan doen? Niet gebruiken voor de aanleg van een zwembad, in elk geval. Wat gemeenten er mee doen mogen ze niet zelf weten, wel voor een groot gedeelte hoe. “Het rijk duidt het speelveld en de spelregels, maar laat de speelwijze over aan de direct betrokkenen”, staat in de notitie.

Wat het kabinet daarbij vooral voor ogen staat is een lokaal achterstandsplan, of integraal jeugdbeleid, zoals dat in de typisch Haagse nota-taal heet. “Elke dag komen op duizenden voetjes problemen de school binnen”, schrijft Netelenbos. Scholen moeten daar niet de rug naar keren: “De verantwoordelijkheid van de school houdt niet op bij het schoolplein. Lokaal onderwijsbeleid kan een integrale aanpak bevorderen van de uitdagingen en vragen waar een school niet alleen het antwoord op kan geven”.

Die 'uitdagingen en vragen' zijn bijvoorbeeld 'de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt', 'de bestrijding van achterstanden en uitval in het onderwijs' en 'de ontwikkeling van Nederland tot een multi-culturele samenleving'.

In rond Nederlands: veel leerlingen kampen met sociale en economische problemen. Mishandeling, spijbelen, crimineel gedrag, dreigende werkloosheid. Daarnaast kampen allochtone jongeren nog al eens met een taalachterstand. Zoals de Amsterdamse hoogleraar Schuyt onlangs weer eens constateerde: vijftien procent van de jongeren zit met een volledig in de knoop gedraaid leven.

In Eindhoven weten ze precies wat Netelenbos bedoelt. Daar hebben ze sinds enige tijd binnen de sector onderwijs en educatie een aparte afdeling integraal onderwijsbeleid. “Ja, we zijn hier wat aan het vooruitlopen gegaan”, meldt het hoofd van de nieuweling, J. van den Biggelaar. Eindhoven heeft de 'centrale regie-functie' die het rijk de gemeentes toedicht, met graagte opgepakt. In oktober beslist de gemeenteraad over het grootse plan om alle jonge Eindhovenaren met een achterstand vooruit te helpen. Dus het gaat zowel over de peuter die thuis niet leert spelen, als over de jonge volwassene die duizend opleidingen is begonnen maar er nooit een heeft afgemaakt. Voor zo'n integraal beleid, dat niet ophoudt bij de schoolmuren, is een hoop overleg nodig. Met welzijnsinstellingen, met de jeugdhulpverlening, met het arbeidsbureau. Dat vereist van die instellingen dat ook zij over hun eigen muren kunnen heenkijken. Dat kan knap lastig zijn, omdat die clubs vaak overmatig veel interesse hebben voor hun eigen belangen. Daarom is het maar goed dat de gemeente er bij zit: “Die is mogelijk wat onafhankelijker”, meent Van den Biggelaar. Dat is natuurlijk zeer betrekkelijk. Per slot van rekening is, of wordt, de gemeente wel financier van alle projecten die er worden verzonnen. Het nieuwe fonds achterstandsbestrijding groeit elk jaar met een paar ton, tot in 1998 het bedrag van 1,1 miljoen gulden is bereikt. Er komt een half miljoen rijksgeld in voor het minderhedenbeleid, de ruim twee en een halve ton voor drop-outs gaant erin, Eindhoven staat er het geld aan af dat ze krijgt als coördinator van het regionale onderwijsbeleid, en zo vallen er nog wel wat potjes te bedenken. Volgens Van den Biggelaar is de gemeente buitengewoon content met de mogelijkheden om eigen beleid te gaan voeren. “Wij kunnen zeggen: daar liggen de pijnpunten, daar doen we wat aan.”

Ook in de notitie staat de conclusie dat scholen wel veel merken van de problemen van leerlingen, maar er in hun eentje vaak weinig aan kunnen doen. Daarom beveelt het stuk regelmatig overleg aan met welzijnsinstellingen, Riagg, maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulpverlening, justitie en politie, arbeidsbureaus, woningbouwverenigingen en de sociale dienst.

Zoveel instanties krijg je niet zo maar om de tafel. Daarbij kan de gemeente “bij uitstek een voortrekkersrol spelen”, schrijft Netelenbos. Want het rijk kan het noodzakelijke 'maatwerk' niet leveren. De sociale vernieuwing van het vorige kabinet betekende al 'een belangrijke impuls' voor deze aanpak, geeft de staatssecretaris toe. Maar haar plannen maken 'het voeren van regie' door de gemeenten nog gemakkelijker.

De Tweede Kamer beschikt nog niet over de notitie, maar ideeën over lokaal onderwijsbeleid leven er wel. Belangrijkste is dat de scholen er wat mee opschieten, benadrukken onderwijswoordvoerders; zij moeten meer vrijheid en een soepeler gang van zaken ervaren. Op 625 Zoetermeertjes zit niemand te wachten.

Het klinkt mooi, vinden ze in de gemeentes: meer te zeggen krijgen over de scholen. Maar kunnen we dat wel waarmaken, met die paar ambtenaren? Daarom werken ze in de Friese gemeenten Achtkarspelen (28 000 inwoners) en Kollummerland (12 000) samen. Vanaf volgend jaar brengen ze alle openbare basisscholen onder in een gemeenschappelijke regeling. Al is dat niet alleen om deskundigheid te bundelen. Het is ook, dat de twaalf scholen alleen kunnen voortbestaan als er zo'n regeling is. Dat zegt de chef van de afdeling onderwijs, welzijn en sport van Achtkarspelen, H. Schols. Dat heeft met de normen voor de opheffing te maken. Slaat de samenwerking een beetje aan, dan is volgens Schols ook heel wel voorstelbaar dat drie of vier andere buurtgemeentes zich erbij aansluiten.

Want er zitten meer voordelen aan. Zo kunnen de gemeenten samen een flexibeler personeelsbeleid voeren.

Schols kan zich eveneens heel goed indenken dat de samenwerking ook op andere gebieden ter hand wordt genomen. Huisvesting, achterstanden, schoolbegeleiding. Meer samenwerking, meer deskundigheid, per slot van rekening.

mailIcon print |