F. Wouter Huibregtsen (58), in zakelijke kringen aangesproken als Mickey, was onbekend in de Nederlandse sportwereld, toen hij in 1990 Henk Vonhoff opvolgde als voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité. Met zijn uitverkiezing doorbrak de manager uit Bussum, toen werkzaam als hoofddirecteur van het onderzoeksbureau McKinsey, dat het leiderschap van het NOC werd bekleed door oud-politici of mensen van adel.
Krachtdadig als hij is, ontdeed Huibregtsen het comité snel van zijn stoffige imago. Zijn eerste doel was het NOC te laten fuseren met de Nederlandse Sportfederatie, enerzijds om overlappingen in taken te voorkomen, aan de andere kant om met een grotere organisatie een vuist te kunnen maken tegenover de politiek en om de sport een grotere plaats in het maatschappelijke krachtenveld te geven.
Huibregtsen werd in 1993 de logische eerste voorzitter van NOC-NSF. Als een kroontje op zijn werk zag hij het debat tussen de lijsttrekkers van de vijf grootste politieke partijen, dat op 19 januari in Den Haag werd gehouden. Daarin spraken zij zich uit het sportbudget van de rijksoverheid in de komende kabinetsperiode te verdubbelen tot ongeveer 100 miljoen.
Huibregtsen introduceerde verder het fenomeen 'partners in sport', sponsors die meer doen dan geld geven omwille van naamsbekendheid. Hij noemt zich een dienaar van de sport en ambiëerde om die reden het pluche van het IOC. Een grote handicap is zijn onbekendheid in het buitenland. Daar had hij via het lidmaatschap van het EOC, de Europese dochterorganisatie van het IOC, aan willen werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.