*

 
dossier

Archief

RAMADAN

HATICE TOKGÿZ − 21/02/95, 00:00

Hoe ervaren en vieren moslims in ons land de ramadan? Voor het antwoord op deze vraag volgt Trouw vier weken lang het Turkse gezin Güler uit Heemskerk: vader, moeder en twee dochters (18 en 25). Elke keer komt een ander gezinslid aan het woord. Als derde moeder Sevgi Güler; vanwege haar gezondheid kan zij niet meevasten. (De vorige afleveringen verschenen op 4 en 11 februari.)

Het begon allemaal toen ze 26 jaar geleden in Heemskerk aankwam. De afstand tussen het land waar het brood verdiend werd en haar moederland was te groot, net zoals de heimwee naar haar ouders te sterk was om zich ooit in Nederland thuis te voelen. Sevgi Güler (52) werd ziek van heimwee en jaren later loopt ze nog steeds rond met lichamelijke en pyschische klachten.

“Meteen in het eerste jaar in Nederland mocht in niet vasten van de dokter. Ik heb altijd gevast, maar de arts zei dat het mijn gezondheid alleen maar in gevaar zou brengen. Die goede man gaf me zelfs het advies om terug te gaan naar Turkije, want als een zieke zwangere vrouw van 47 kilo, moest ik echt genezen van mijn heimwee.”

Ze ging voor zes maanden terug, maar ook ginds ging het mis. Dit keer wilde ze terug naar haar man en ze miste zelfs het grauwe bakstenen huisje in Heemskerk. “Het enige goede was dat ik achttien kilo aankwam. Ook geestelijk voelde ik me veel beter.” Door de jaren heen is ze regelmatig teruggegaan om weer op krachten te komen, maar genezen zal ze niet. “Ik ben in totaal 22 keer in het ziekenhuis terecht gekomen. Het is heel erg, mijn man en kinderen hebben erg onder mijn ziekte geleden. Ik ben dankbaar dat mijn man nooit heeft geklaagd. Twee jaar lang moest een wijkverpleegster de huishouding doen. Dat vond mijn jongste dochter Günay verschrikkelijk. Ze heeft verschillende hulpen het huis uit gepest.”

De pijn is te lezen in haar ogen. Ze heeft vaak onbeheersbare huilbuien en ook nu laat ze haar tranen de vrije loop. “Ik ben bang voor alles. Soms, midden in de nacht schrik ik wakker en voel de angst in mijn vingertoppen. In zulke situaties lees ik dan wat verzen uit de Koran, totdat ik weer rust heb. Dat helpt.” Bidden en het heilige boek lezen geven volgens Sevgi meer rust en genezing dan de medicijnen die zij dagelijks inneemt. “Het geloof maakt me sterk. Ik hoef maar een uur de Koran te lezen en ik voel de kracht weer in me stromen. Van de medicijnen word ik alleen maar neerslachtig en suf. In deze wereld kun je in feite alleen terugvallen op God.”

“Ik ben godvrezend opgevoed. Mijn vader was niet streng voor zijn kinderen, maar hij maakte ons wel elke keer wakker voor het ochtendgebed. Hij liet ons vrij, een hoofddoek was niet noodzakelijk en minirokken zoals in de jaren zeventig waren ook geen probleem. We mochten alleen God nooit vergeten.”

In haar strijd tegen de ziekten zoekt ze ook vaak hulp van de hoca (geestelijke). Elke keer als ze in Turkije is, zoekt ze een hoca op en laat hem verzen uit de Koran opschrijven als medicijn. “Ik geloof in de kracht van de soera's. Laatst heeft een kennis een half uur lang gebeden opgezegd en de heilzame kracht ervan naar me geblazen. Ik voelde me meteen beter. Zelfs mijn Nederlandse arts gelooft dat het goed is wat de hoca voor me doet. Hij adviseert ook om ermee door te gaan.”

Ze kan dan wel niet vasten, maar dat betekent niet dat Sevgi Güler de maand ramadan zomaar voorbij laat gaan. Soms, als ze de kracht heeft, vast ze een dag. Maar ze wordt er lichamelijk gezien niet beter van. “Ik kan het niet volhouden. Hoewel het gezien mijn toestand, niet nodig is, voel ik me toch schuldig tegenover God. In heb al die jaren in Nederland hooguit acht keer gevast. Ik denk niet dat het me tijdens mijn leven nog lukt het een keer een hele vastenmaand vol te houden.”

Wat ze wel doet, is haar man en kinderen tijdens het vasten niet alleen laten. “Als mijn man Selahattin voor het ochtendeten (sahur) opstaat, sta ik met hem op. Samen eten we wat en daarna bidden we het ochtendgebed. Ik lees ook in de Koran totdat de zon opkomt. Ik voel me dan goed, maar soms heb ik dagen dat de muren op me afkomen. Dan moet ik samen met Selahattin een blokje om, terwijl ik dat eigenlijk zielig vind voor hem. Hij vast immers en bovendien is het ook vervelend voor hem.”

Vijf keer per dag bidden, iets wat ze het hele jaar doet, de Koran lezen, snoep aan kinderen uitdelen en haar deur openhouden voor gasten, zijn voor moeder Sevgi de manieren om aan de maand ramadan toch een zinvolle betekenis te geven. Ook vindt ze het leuk om het einde van de vastendag met een uitgebreid etentje te vieren, bijvoorbeeld met andere Turkse families. “We gaan bijna elke dag naar vrienden om met hen te eten. Het is fijn om met andere gelovigen over de ramadan of de Koran te praten.” Iets anders wat ze ook al jaren doet, is geld schenken behoeftigen in haar moederland.

“Ik stuur elk jaar ruim zeshonderd gulden naar Turkije als gift voor de armen. Als tegenwaarde voor de dagen dat mijn dochters en ik niet vasten. Als het suikerfeest begint, deel ik geld uit aan kinderen. Dat geeft een goed gevoel.”

mailIcon print |