*

 
dossier

Archief

Rattachisten zien het einde van België naderen

THEO KOELÿ − 09/11/96, 00:00

LUIK - “België is dood, monsieur.” De Luikse advocaat Jean Antoine Hardy kijkt zijn bezoeker streng aan. Geen beter moment dan nú om te praten over de felbegeerde boedelscheiding tussen Walen en Vlamingen, en vooral: de aansluiting van Wallonië bij Frankrijk.

De commotie in België om de zaak van de verdwenen meisjes, het massale protest van de bevolking tegen een falend en onmenselijk 'gerecht', en de ongebruikelijke bemoeienis van koning Albert II met politiek en justitie - dat alles heeft het voortbestaan van het land meer dan ooit ter discussie gesteld, meent Hardy.

Als voorman van de organisatie Wallonie-France streeft hij al jaren naar rattachisme, letterlijk: aanhechting, verbintenis. Wallonië dient zich los te maken van Vlaanderen, om vervolgens een departement van Frankrijk te worden. “We hebben meer inwoners dan Bourgogne”, houdt hij de Fransen voor.

Hardy en de zijnen hebben onlangs een - nog niet eerder geopenbaarde - brief geschreven aan de Franse president Chirac. Een cri de coeur. Want de Walen, een minderheid in België, voelen zich bedreigd. Weet u bijvoorbeeld, schrijft men Chirac, “dat het gebruik van het Frans verbannen is uit het openbare leven in de regio Vlaanderen?” Beseft de president wel dat Brussel, met een overwegend Franstalige bevolking, meer en meer ingepalmd wordt door de Vlamingen? Als het zo doorgaat, zullen ze de onafhankelijkheid uitroepen, “en Wallonië laten vallen”. Werken de Vlamingen niet aan een eigen grondwet? Jawel.

De rattachisten hebben een marginaal bestaan geleid. Hun jaarlijkse hoogtepunt was de viering van de 14de juli, de Franse nationale feestdag, in Luik. Dit jaar kwamen meer dan 25 000 Walen bijeen om de Marseillaise te zingen. Maar dat is niet alles. Waalse politici hebben de afgelopen tijd gezinspeeld op aansluiting van Wallonië bij Frankrijk.

Ironisch genoeg zijn het Vlamingen die daartoe aanleiding gaven. Getergd door uitspraken van Vlaamse politici - bijvoorbeeld dat het arme Wallonië het rijkere Vlaanderen 'leegmelkt' - riep een Waalse socialist in het parlement: “Als jullie, Vlamingen, onafhankelijkheid willen, bedenk dan dat wij, Walen, ons er niet voor schamen dicht bij Frankrijk te staan. Als jullie willen dat Frankrijk morgen aan de poorten van Brussel staat, ga uw gang.”

Premier Jean-Luc Dehaene, een Vlaamse christen-democraat, deed de uitval af als een boutade, een gril. Maar de boze spreker, fractieleider Claude Eerdekens van de in Wallonië oppermachtige Parti Socialiste, meende het wel degelijk, volgens de rattachisten. “Het was geen losse flodder”, verzekerde Eerdekens de organisatie Wallonie-France.

Ook vanuit een andere Waalse politieke partij kwam dezer dagen steun voor de rattachisten. Voorzitter Louis Michel van de Franstalige liberalen zei in een Franse krant dat Frankrijk het zuiden van België maar wat graag wil inlijven, als België uiteenvalt. De wens tot eenwording kan volgens Michel niet langer worden afgedaan als 'een dwaas idee'. Inmiddels heeft Michel, lid van een oppositiepartij, zijn uitspraken afgezwakt. Niettemin zegt Hardy tevreden: “Rattachisme is geen taboe meer.”

Zijn kompaan Jacques Lienard, die de publiciteit voor de rattachisten verzorgt, zet uiteen waarom België geen overlevingskansen heeft. Wat houdt België op dit moment bijeen? Defensie, een eigen munt, een rechtsstelsel, en het koningshuis. Welnu, het sterk ingekrompen leger stelt alleen nog iets voor in Europees verband (en bij de jaarlijkse parade in Brussel, zoals iemand schamper opmerkte). De Belgische frank gaat op in de euro. Wat het rechtsstelsel betreft: de roep om hervormingen bij Justitie is momenteel oorverdovend. Waarom zouden Wallonië en Vlaanderen er niet elk een eigen 'gerecht' op nahouden (dan zijn de Walen ook verlost van de schimpscheuten vanuit Vlaanderen dat vooral ten zuiden van de taalgrens Justitie een puinhoop is). Tenslotte de koning. Lienard: “De man is rijk, die redt het wel zonder land.”

Zulke uitspraken ten spijt, beweren Hardy en Lienard geen wildebrassen te zijn, die Wallonië zomaar willen uitleveren aan Frankrijk. Ze bepleiten een 'stapsgewijze' toenadering. Een cultureel verdrag tussen Wallonië en Frankrijk zou een mooi begin zijn, schrijven ze Chirac. Per slot van rekening heeft Vlaanderen al zo'n verdrag met Nederland gesloten.

In Luik opereert nog een gezelschap van rattachisten, die echter naar de mening van de twee heren te radicaal zijn. “Ze zijn bovendien behept met nostalgie (de club heet: Waalse beweging voor terugkeer naar Frankrijk - red.) Wij kijken naar de toekomst, vooral op economisch gebied.”

Een zelfstandig Wallonië is niet goed denkbaar, meent Hardy. Hij reageert sceptisch op een recent rapport van enkele Franstalige academici, die een alternatief bieden voor aansluiting bij Frankrijk: een federatie Brussel-Wallonië. Op de vraag van het Vlaamse dagblad De Standaard of zo'n eenheid (“die niet per se België hoeft te heten”) economisch levensvatbaar is, antwoordden de geleerden: ja. Niet heel Wallonië verkeert in crisis. Het industriegebied aan de Samber en de Maas beschikt over troeven als goede scholen en uitstekende transportmogelijkheden. En de economische macht van Brussel blijft een feit, menen de heren.

Hardy heeft daarover twijfels: “De Vlamingen zullen Brussel niet zomaar opgeven, ook al vormen ze daar nog geen vijftien procent van de bevolking.” En ook op de economische potentie van Wallonië valt af te dingen: “We hebben een markt nodig, commerciële ruimte.”

Frankrijk dus. Maar wil Parijs het armlastige Wallonië wel hebben? Hardy: “De vorige Franse president, Mitterrand, moest niets van het rattachisme weten. Maar nu, met de Gaullisten aan de macht, bespeuren we meer belangstelling. Leidende politici in Parijs, onder wie ministers, reken ik tot onze sympathisanten. Nee, namen mag ik niet noemen.”

Het rattachisme dateert niet van vandaag of gisteren, zegt Hardys medestander Lienard, amateur-historicus. Hij wijst op grote culturele en religieuze verschillen tussen Wallonië en Vlaanderen. Het laatste gebied is nauw verwant met het goeddeels protestantse Nederland. In Wallonië wordt de Franse nationale feestdag al jaren “met meer overtuiging” gevierd dan 21 juli, de Belgische nationale feestdag, constateert ook een Wallonië-kenner als journalist Guido Fontein van De Standaard.

“Weet u”, zegt Luikenaar Hardy, “ik heb op school Nederlands geleerd, als tweede taal. Maar ik versta een Nederlander beter dan een inwoner van Hasselt in Vlaanderen. En als ik op vakantie ga naar bij voorbeeld Florence, ben ik er thuis. Daarentegen voel ik me een vreemdeling in Antwerpen.”

mailIcon print |