*

 
dossier

Archief

Wandelen tegen Schmitz' uitzettingsbeleid

Door: redactie − 29/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters HAARLEM - Voor wie vijf jaar in een Iraanse gevangenis zat, negen dagen liep om naar Turkije te vluchten en nu al jaren in een asielzoekerscentrum woont, is 68 kilometer lopen in twee dagen nauwelijks moeite. Zeker niet wanneer het om een protestmars tegen het uitzettingsbeleid van staatssecretaris Schmitz is.

Circa 60 Iraanse vluchtelingen en asielzoekers vertrokken gisterochtend uit Haarlem naar Leiden, waar ze sliepen in het oecumenische diaconaal centrum, voor een tweedaagse mars op het Kamergebouw in Den Haag. Vandaag evalueert daar de Kamercommissie voor justitie het asielbeleid. Voorafgaand daaraan vindt er een demonstratie van verschillende vluchtelingenorganisaties plaats, waaraan de Iraniërs deelnemen.

De mars is georganiseerd door het Coördinatiecomité van Iraanse asielzoekers en vluchtelingen. Deze groep is vorig jaar opgericht met als doel alle acties van Iraniërs tegen uitzetting te bundelen.

“De afstand maakt me niets uit, dat ik moe word ook niet. Ik ben toch al alles kwijtgeraakt. Hier ben ik niemand meer. We moeten met deze tocht onze kracht bewijzen”, vertelt deelnemer aan de mars Free (34) voor het Haarlemse station. Hij duwt de rolstoel van zijn vriend Asad (34). Asad is pas aan zijn knie geopereerd, maar dat weerhoudt hem er niet van mee te doen. “In Den Haag protesteren is veel belangrijker dan mijn knie of rolstoel.” Asad en Free zitten beiden al zo'n dertig maanden in een asielzoekerscentrum in Markelo. “We hebben vreselijke nachtmerries, iedere nacht opnieuw. Dat komt door de onzekerheid”, zegt Free.

Na een oppeppende toespraak die door één van de deelnemers in het Perzisch wordt afgestoken, zet de groep zich in beweging. De rolstoel van Asad vormt meteen het boegbeeld van de demonstratie. De aanwezige persfotografen schieten hem van alle kanten. Al lopend door het centrum van Haarlem worden leuzen gescandeerd als “Iran is niet veilig” en “Niet terug naar fascist”. Maar er wordt ook soldariteit met andere asielzoekers betuigd, ze roepen: “Ethiopië is niet veilig” en “Soedan is niet veilig”.

Achterin de stoet loopt Moestafa (34). Na drie jaar is hij uitgeprocedeerd en kan ieder moment worden uitgezet. Hij is eéé van de organisatoren van de mars. Waarom? “Ik heb geen keus. Ik kan niet terug.”

In Iran was Moestafa al onvermoeibaar actief in de politiek. Dat moest hij bekopen met een gevangenisstraf van vijf jaar. Toch ging hij na zijn vrijlating door met actie voeren tegen het regime en uiteindelijk werd het zo gevaarlijk, dat hij het land ontvluchtte. Nu moet hij eigenlijk weer terug. Hoewel zijn situatie er somber uit ziet, loopt hij met een brede grijns rond en maakt steeds grapjes.

“Hé Moestafa, ga je wandelen?”, roept een Nederlandse man. Hij werkt in dezelfde kringloopwinkel als de Iraniër. “Ach, we maken er maar wat grapjes over, anders wordt het allemaal te erg”, legt hij uit. Op weg naar zijn werk, besluit hij een stukje mee te lopen.

Kian kan de groep af en toe niet volgen. Volgens de vrouw, die twaalf jaar geleden Iran ontvluchtte en een verblijfsvergunning heeft, wordt er erg snel gelopen. Ze is dan ook moe, moe van de organisatie. Kian heeft de route bepaald. “Het was haastwerk, we hoorden pas negen dagen geleden dat er woensdag door de Kamercommissie werd vergaderd. We zijn dagen met de route bezig geweest. Eerst wilden we in Amsterdam starten, maar dat was nog ingewikkelder, dus toen kwamen we in Haarlem uit.”

De organisatie heeft voor deze mars gekozen omdat er meer aandacht moest komen voor de de situatie van de Iraniërs en dat werkt, vertelt Kian opgewonden. “We komen vanavond op het journaal en de Engelse tv en op de Israëlische tv zijn we al geweest. Dat betekent wel zestig miljoen kijkers.”

mailIcon print |