*

 
dossier

Archief

H0TEL DE WEELDE

FRED DE VRIES − 20/01/96, 00:00

Nederland kent een weelde aan culturen en subculturen van jonge mensen die zich al dan niet gedwongen afzijdig houden van het doorsnee bestaan van negen tot vijf en daarna RTL 4. Vandaag aflevering tien. Naam: Joke de Brieder. Leeftijd: 38. Geboorteplaats: Den Haag. Beroep: manager bij een bank. Held: geen. Favoriete kledingstuk: zwarte Corel broek. Ideaal: mijn galerie laten uitgroeien tot een echt kunstcentrum. Gelukkig: erg gelukkig. Uiterlijke kenmerken: zwart geverfd haar, strak in de gel. Bijzonderheid: initiatiefneemster en mede-eigenaresse alternatieve kunstgalerie in metrostation.

Zo zou iedereen natuurlijk eindeloos door kunnen dromen. Maar zij besloot tot de tweede stap, de cruciale financiële duik in het diepe. Zij verzilverde het pakket aandelen dat zij bij haar oude werkgever, een computerbedrijf, bijeen had gespaard, en investeerde dat in de galerie. En zie, sinds een jaar of zes is Galerie De Brieder de enige in een Nederlands metrostation, adres Oostplein 150. Trots: “Hier heb je het gevoel dat je in een levensader van een stad zit.”

Een ongesubsidieerde galerie, wars van modegrillen. “Wij hebben onszelf inmiddels wel bewezen. We hebben altijd heel erg onze eigen lijn aangehouden en ons niets aangetrokken van trends of verwachtingen. Het enige criterium is dat we het zelf leuk moeten vinden. Het is een intensieve hobby. Het kost twee dagdelen per week.”

Galerie De Brieder doet meer dan exposeren. “We organiseren presentaties van boeken. Zo hebben we iedere maand 'Verguld Tumult', interviews met kunstenaars en iemand uit een andere kunstuiting. We hadden 'Hardop Denken', een zondagmiddag in de maand waarop mensen konden komen om heel vrijblijvend ongecensureerd van gedachten te wisselen over welk onderwerp dan ook, een soort sociëteit.”

Vandaag is er weer een opening van een tentoonstelling, ze ziet er heel modern uit met haar glimmend zwarte haar, zwart-gele outfit en zwarte lakjasje. Lachend: “Ja, op mijn werk zie ik er wel anders uit hoor en zit mijn haar ook anders.” Maar op dat werk - na het automatiseringsbedrijf is dat nu een bank - is ze toch wel heel 'anders'. “Ik ben natuurlijk niet echt dat ze denken: daar staat een bankdame. Ik onderscheid me ook doordat ik dingen anders aanpak en mensen op een andere manier benader. Een heleboel mensen staat dat wel aan. Sommigen ook niet hoor. Die hebben er moeite mee. Dan merk ik dat ze ideeën van mij tegenhouden, en mij niet serieus nemen omdat ik onconventioneel ben. Gelukkig is dat een minderheid.”

Na het VWO ging ze in de verpleging, studeerde vervolgens een jaartje medicijnen, werkte intussen als animeermeisje in een louche bar, en werd op haar 26ste uiteindelijk omgeschoold in de automatisering. Nooit had ze gedacht dat ze op de nine to five-toer zou gaan. “Helemáál niet”, roept ze. “Maar dankzij de galerie heb ik niet zo het gevoel dat ik een heel geregeld leven heb. Ik ben iemand die verschillende kanten heeft, en juist door alle bezigheden vul ik alles aan. Als ik alleen maar met de bank bezig zou zijn, zou me dat totaal niet boeien. En alleen maar in de kunst zitten evenmin. Ik hou heel erg van veel structuur en van de uitdagingen aan mijn functioneren binnen de bank. De kunstwereld is heel chaotisch, te onvoorspelbaar om dat alleen maar te doen.”

Haar werk bij de bank is net zo belangrijk als dat voor de galerie. Geen spoor van dedain. “Ik steek heel veel energie in mijn baan en vind het heel leuk om me daar ook verder in te ontplooien. Maar juist die verschillende werelden, dat vult elkaar heel sterk aan qua ideeën en energie. Hartstikke leuk om het ene moment tussen het driedelig grijs te zitten en het andere moment tussen kunstenaars met wie geen afspraken te maken zijn en met wie je hele rare dingen meemaakt.”

Evenmin heeft ze het gevoel dat ze oude, bohème dromen en idealen van weleer heeft verloochend. Naast de galerie zit ze nog in allerlei besturen, waaronder dat van het Anti Racisme Informatie Centrum. “Zonder al die dingen ernaast zou ik ook driedelig grijs zijn geworden en die gewoonten overnemen. Nu kun je het betrekkelijke van al die poeha inzien. Als je dan weer een fantastisch schilderij ziet, dan denk je: ze kunnen daar wel al die bla bla hebben, maar...” Een veelbetekenende stilte. “En je laat je ook niet zo gemakkelijk intimideren.”

Haar pasgeboren zoontje, dat ze naar de galerie heeft meegenomen, slaapt rustig door terwijl zij luidkeels lacht en praat. “Een ideaal kind.” Ze voedt hem alleen op. “Weer een dagtaak erbij.” Gelukkig straalt ze geen verkrampt neo-religieus neo-positivisme uit. Haar aura is er één van optimisme en tomeloze energie. Een speurend oog voor alles wat mooi is. “Ik ben een erg positief mens dus ik hou ervan daar mijn aandacht en energie in te stoppen. Als ik zie hoeveel ontzettend veel goede en leuke dingen er nog gebeuren, zoveel creativiteit, mensen met ideeën. Dat maakt het leven nog steeds de moeite waard.”

Optimisme, zonder te ontkennen dat verval om zich heen grijpt. “Natuurlijk zie ik ook wel dat er verschrikkelijke dingen gebeuren en er een heleboel dingen naar de klote gaan. Maar ik hoop dat het een golfbeweging is, dat we nu het diepste punt van deze negatieve golf gehad hebben en weer een beetje aan het opklimmen zijn, dat mensen weer waarde in onze cultuur gaan zien in plaats van zich alleen maar over te geven aan RTL en massaconsumptie.”

mailIcon print |