*

 
dossier

Archief

Oostduits stadje vol braakliggende bedrijfsterreinen

WIM BOEVINK − 13/01/96, 00:00

SANGERHAUSEN - In het zuiden van het Duitse Saksen-Anhalt, aan de rand van het Harz-gebergte, ligt het oude stadje Sangerhausen. Het heeft 's werelds grootste rosarium, een museum met het enige, vrijwel volledig bewaard gebleven skelet van een mammoet, een gewichtheffer die in het halfzwaargewicht nationaal kampioen is, en met 20,9 procent het hoogste percentage werklozen van Duitsland.

Helaas is het vooral dat laatste record dat in de media de aandacht trekt: gaan de Duitse miljardentransfers van west naar oost, die sinds 1990 vloeien, ongemerkt aan het stadje voorbij? Waarom slaat de motor van de economische groei ondanks al die kapitaalinjecties in het oosten zo moeizaam aan en blijven de resultaten op de arbeidsmarkt zo teleurstellend? En is de situatie in Sangerhausen symptomatisch of juist uitzonderlijk?

Burgemeester Klaus Czudaj - sinds 1990 in functie - is alvast tot de tanden toe met tabellen en hoogglans-brochures bewapend als hij ons in zijn vijftiende eeuwse raadhuis ontvangt. Naast hem aan tafel zit Jürgen Simon, hoofd van de afdeling 'Wirtschaftsförderung' (economische ondersteuning) van de 'Landkreis' Sangerhausen. Want dat werkloosheidscijfer van ruim twintig procent heeft betrekking op het distrikt - en niet alleen de stad - Sangerhausen.

Al meteen steken ze van leer met een toon van 'zo dramatisch als het lijkt is het niet' en 'aan ons ligt het niet' - een toon die we bij voormalige DDR-representanten wel vaker aantreffen. De burgemeester zal ons nog door zijn stadje rondleiden om te laten zien welke opbouwprocessen in zijn ambtsperiode al in gang zijn gezet. Maar bij al dat demonstratieve optimisme moeten we onwillekeurig denken aan die reeksen van verhullende produktiecijfers en vijfjarenplannen uit de DDR-tijd.

De huidige cijfers, zo geven ze toe, spreken inderdaad een sombere taal. Op een beroepsbevolking van ruim 33 000 werden in december '95 bijna 7 000 werklozen geregistreerd. Czudaj zegt dat men eigenlijk al sinds 1990, het jaar van de Duitse eenwording, met die hoge werkeloosheid leeft. “Op 10 augustus 1990 ging het grootste bedrijf uit de streek - de kopermijn - dicht en stonden in één klap zesduizend mensen op straat. De mijn was eigenlijk in de DDR-tijd al uitgeput, maar bij gebrek aan alternatief liet men de exploitatie zo lang mogelijk doorlopen. De andere tak van onze lokale economie was de landbouw en van die arbeidsplaatsen bleef na de privatiseringen nog maar twintig procent over.” En Simon voegt eraan toe: “Een nadeel van onze ligging aan de rand van de Harz is bovendien dat we ver verwijderd zijn van andere industriegebieden en dat de verbindingen nog altijd rampzalig zijn.”

Een gevolg van een en ander is dat het bevolkingsaantal in het distrikt drastisch is gedaald. Niet alleen trokken veel (hoofdzakelijk jonge) mensen weg uit de streek om elders - vooral in het westen van Duitsland - werk te vinden, maar ook liep de geboorte-aanwas sinds 1990 met bijna vijftig procent terug. Het sterftecijfer is al enige jaren hoger dan het geboortecijfer. Van de 80 000 inwoners van het distrikt in 1989 zijn er nu minder dan 75 000 over.

Dat desondanks de sociale vrede in Sangershausen bewaard bleef en het niet, zoals in het naburige Bisschoferode (waar vorig jaar de kali-zoutmijn moest sluiten), tot explosies van onrust en protest kwam, is volgens Czudaj aan de voorbeeldige inzet van de overheid te danken. Hoewel ook zijn gemeente moest afslanken (van 1 100 werknemers in 1990 tot 519 nu) is het gelukt het aanbod van gemeentelijke voorzieningen - bejaardenhuizen, kindercréches, ontmoetingscentra - redelijk op peil te houden. Daarnaast heeft het stadsherstel, waarvoor vorig jaar 4,5 miljoen aan overheidsgeld ter beschikking stond, stimulerend gewerkt op de particuliere investeringen. “Voor elke mark aan overheidsgeld”, zegt Czudaj, “is voor renovaties en herstel 4,5 mark uit de particuliere sektor binnengekomen.” En hijskranen, bouwputten en steigers verbreiden het optimisme van de vooruitgang. Bevorderlijk voor de sociale rust is bovendien geweest dat de stad tachtig procent van het woningbestand in eigen beheer heeft: een DDR-erfenis uit de mijnbouw-tijd toen van staatswege massaal woonflats voor de mijnwerkers werden gebouwd.

Maar hoe zit dat nu met die werkgelegenheid? De rondgang door de stad blijkt vooral een tocht langs braakliggende bedrijfsterreinen, waarop 'investeringstoezeggingen' rusten. Een enkel nieuw bedrijf heeft zich er, door vette subsidies aangelokt, daadwerkelijk ook gevestigd, maar is uitgerust met zoveel hoogwaardige technologie dat het, zo verzucht de burgemeester, nauwelijks arbeidsplaatsen oplevert.

De stad heeft nog honderden mensen aan het werk kunnen houden door ze de oude fabrieken en hallen te laten afbreken - industrie-sanering heet dat, in het kader van de arbeidsverschaffende maatregelen (ABM) - één van de (kostbare) instrumenten waarmee Duitsland de werkgelegenheid kunstmatig op peil houdt.

Hoe kostbaar dat instrumentarium is blijkt bij een bezoek aan de arbeidsbureau. Nog bevindt het zich in een voormalig tehuis voor mijnwerkersgezinnen, maar een nieuw onderkomen (kosten: 46 miljoen) is gepland. Er zullen vierhonderd mensen komen te werken. “Ja”, grijnst Erich Derer - hoofd van de afdeling banenbemiddeling - een beetje zuur, “inderdaad lijkt het arbeidsbureau zich tot de grootste werkgever te ontwikkelen.” Derer vreest een leegbloeden van de regio als de economische groei niet aan vaart wint. Weliswaar kon zijn bureau vorig jaar 18 000 mensen uit de bijstand houden, maar bijna 12 000 van hen kwamen op de zogenaamde 'tweede arbeidsmarkt' terecht - een kunstmatige, door de overheid gecreëerde pool van banen en opleidingsplaatsen, waarin slechts een tijdelijk verblijf gegarandeerd is. Dat geldt bijvoorbeeld voor de 55-jarige vrouw die beneden in de volle wachtkamer zit. In de DDR-tijd werkte ze in de produktie van trottoirplaten, na de hereniging werd ze werkloos. Via een ABM-baan werkte ze een jaar lang bij de plantsoenendienst en inmiddels is ze weer een jaar werkloos. Voor de tweede keer komt ze zich voor een ABM-baan aanmelden. Maar omdat haar man nog een baan als elektromonteur heeft, schat ze haar kansen gering in.

mailIcon print |