OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER: JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 5e JAARGANG NUMMER 37
Omdat drinken een daad van cultuur is, scheidt de pilsgrens twee werelden. Boven de lijn wonen mensen, die hun geloof in het gerstenat belijden, eronder vinden we de wijnliefhebbers. Er zijn meer van dergelijke onzichtbare culturele scheidslijnen, maar tijdens de vakantie wordt de noorderling wel heel nadrukkelijk geconfronteerd met een drinkcultuur die de zijne niet is.
Een bierdrinker voelt zich een joviaal mens, hartelijk, toegankelijk en gezellig. Door zich te laten intappen, laat hij blijken geen kapsones te hebben en zich niet verheven te voelen boven een ander. Het gezamenlijk drinken van het gerstenat wekt gevoelens van ongedwongenheid, saamhorigheid en sociale gelijkheid. De scheidslijnen tussen hoog en laag vervagen en medewerker en directeur voelen zich bij een goed glas pils elkaars gelijken. Bierdrinken betekent deelhebben aan een cultuur van vrijheid, kameraadschap en gelijkwaardigheid.
Hoe anders is het gesteld met de wijn. Wijnkenners en wijnproevers zijn mensen, die in het geheel niet hechten aan de pilscultuur van 'gelijkheid, vrijheid en broederschap'. Integendeel. Zij hechten eraan te benadrukken, dat zij anders, beschaafder, verfijnder zijn dan de bierliefhebbers. Het is misschien minder gezellig bij een goed glas wijn, maar de sociale verhoudingen blijven intact en dat is ook iets waard. Wijndrinken betekent deelhebben aan een beschaafde en 'hogere' levensvorm.
Wie als bierdrinker de pilsgrens overschrijdt, komt dus op het terrein van de vijand. De schappen in de supermarkten staan opeens vol wijn en het is zoeken naar de vertrouwde biermerken. Het weer is mooi en de vakantie fijn, maar de gezelligheid van het pils is weg.
Hoe komt het toch, dat Fransen, Spanjaarden en Italianen niet meer bier drinken en zijn zoals wij? Dat is een oud verhaal.
Bierdrinken is een Germaanse gewoonte en even Germaans is de gewoonte om wijn te wantrouwen. Julius Caesar, die tweeduizend jaar geleden het huidige Frankrijk en België veroverde, merkte de Germaanse achterdocht tegen de wijn op. Zo vertelt Caesar dat de Suebi, de voorouders van de bewoners van het huidige Beieren in Duitsland, wijnhandelaren de toegang tot hun gebied ontzegden. “Ze staan niet toe”, zegt Caesar, “dat er bij hen wijn wordt ingevoerd omdat ze van oordeel zijn dat de mannen dan te slap en te verwijfd worden.”
Kennelijk hadden niet alleen de bewoners van Beieren deze reserves tegenover de wijn, maar moesten de oude Belgen er ook niets van hebben. “Handelaren krijgen bij hen geen voet aan de grond; zij staan niet toe dat er wijn en andere zaken worden geïmporteerd omdat ze van oordeel zijn dat de mensen ervan degenereren en dat hun vechtlust vermindert.”
Mensen zijn kennelijk gewoontedieren, want deze Germanen, die niets van wijn moesten hebben, dronken wel bier. Daarover schrijft een andere schrijver uit de Romeinse tijd, de geschiedschrijver Tacitus. In zijn boekje over het leven der Germanen 'Germania' vertelt hij zijn Romeinse lezers, dat de Germanen “vocht drinken, dat gewonnen wordt uit graan en bederft in een soort wijn.” Deze voorloper van ons huidige bier werd gedronken op eindeloze feesten waar zich het sociale leven van de Germanen afspeelde. Onder het genot van het bier maakten zij ruzie en verzoenden zij zich en spraken zij over alles wat hun belangrijk leek.
Zo veel is er in al die duizenden jaren, die ons scheiden van de oude Germanen en de oude Romeinen, dus niet veranderd. Een oude Romein, die nu met de boeken van Julius Caesar en Tacitus op zak in onze streken zou rondreizen, zou tot zijn geruststelling zien, dat voorbij de grens van het Romeinse rijk nog steeds Germanen wonen en dat zij nog steeds gerstenat drinken en dat zij nog steeds bierdrinken als een sociaal gebeuren beschouwen. Hij zal ook zien, dat de wijn waarvan hij zelf een matig gebruiker is, gewantrouwd wordt. Een echte man - lees: een echte Germaan - drinkt geen wijn, Dat is immers een uitheemse drank, die bovendien gevaarlijk is voor de eigen viriliteit. Diezelfde Romein zou weten dat de landen die wel binnen de grenzen van het Romeinse rijk lagen nog steeds de wijn in ere houden en die beschouwen als de drank voor beschaafde mensen.
Tegen deze achtergrond wordt het verschijnsel van de vakantiestress ook veel begrijpelijker. Noorderlingen die zuidwaarts rijden om de zon te zoeken, komen immers op het terrein van de vijand. Belangrijke zekerheden als de Germaanse pilscultuur verdwijnen en maken plaats voor de bedrieglijke wijn. Wijn drinken hoort in het zuiden, maar is het wel vertrouwd? Leidt wijndrinken niet tot verwekelijking - een kennelijk authentieke Germaanse angst, die veel vakantieplezier kan bederven. De Germaanse noorderling wordt ook bereden door de angst de eigen identiteit te verliezen. Kan de Germaanse psyche zichzelf blijven te midden van de warme zon, de wijn, de Latijnse talen? Er zijn tenslotte Germanen geweest - te weten de Vandalen - die bezweken zijn te midden van de verleidingen van de Romeinse wereld. Waarom zou dat een moderne Germaan niet kunnen gebeuren?
Dieptepsychologisch gezien is zuidwaarts reizen dus een waagstuk. Wie als noorderling van plan is deze zomer nog de pilsgrens te overschrijden, doet er goed aan zich terdege te realiseren, dat hij cultureel gesproken in een ander landschap belandt. Uitgedrukt in kilometers is de afstand naar zuid-Frankrijk misschien niet zo groot, maar cultureel gesproken is het een wereld, die verder afstaat van het Germaanse Nederland dan bijvoorbeeld Australië.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.