Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - De conflicten in de top van justitie en politie zijn dodelijk voor het vertrouwen van de burgers. Voor de agenten op straat ontstaat een onwerkbare situatie wanneer het kabinet geen drastische maatregelen neemt.
Dit zegt scheidend voorzitter P. Kruizinga van de Algemene christelijke politiebond (ACP). In een interview met Trouw wijst hij erop dat de politie sinds de IRT-affaire “van rel naar rel holt, terwijl politici in woorden blijven steken”.
“Bij de zaken rond ex-korpschefs Nordholt, Brinkman en nu met Veenstra in Groningen springt telkens in het oog dat autoriteiten zwartepieten”, zegt Kruizinga. “Hoge heren geven elkaar de schuld en de burger denkt: 'Wat is dit voor een operette-zootje?' De mensen snappen het niet en pikken dat niet meer. Dat blijkt uit de woede over Groningen, de stille marsen rond de dood van Meindert Tjoelker en de boosheid over de mishandeling van agenten.”
Autoriteiten die er blijk van geven 'niet voor hun werk te staan' vormen een steeds voornamer voedingsbodem voor de verontwaardiging in de samenleving, waarschuwt Kruizinga. “De Japanse zelfmoordmethode hoeven ze niet toe te passen, maar zelfs het erkennen van enigerlei mate van schuld is vaak te veel gevraagd. Alleen Veenstra heeft z'n conclusies getrokken en daarom verdient hij respect. Maar doordat de overheid buitengewoon irrationeel optreedt bij incidenten zoals in Groningen, overheerst de chaos. Dat schaadt het politiewerk enorm. In de publieke opinie is dat vak flink in diskrediet gebracht. Dit terwijl de politiek maar in een al jaren durende, vicieuze cirkel ronddraait. Ik vind dat zeer zorgelijk. Het is een kneuterigheid, een Hollandse kruideniersmentaliteit, een gekissebis van jewelste. Maar verandert er op korte termijn iets?”
De ACP-voorzitter pleit ervoor de politie in te richten naar Duits model. Het beheer en gezag van de korpsen zouden dan niet langer onder de verantwoordelijkheid vallen van partijgebonden, ambtelijke figuren, zoals nu het geval is bij burgemeesters. “Je moet dan iemand hebben die, zonder dat partijbelangen nog een rol spelen, verantwoordelijk is en bij fouten kan worden weggestuurd. Daarmee wordt voorkomen dat het ambt van burgemeester en korpsbeheerder in één en dezelfde persoon is vertegenwoordigd, met op cruciale momenten verschillende belangen.”
Een rijkspolitie-nieuwe-stijl, zoals ex-korpschef Nordholt van Amsterdam wel heeft bepleit, is volgens Kruizinga een tweede optie, waarbij het beheer meer centraal ligt bij de ministers van binnenlandse zaken en justitie. De ACP-voorzitter verwacht evenwel niet dat deze optie kans van slagen maakt. “De korpsbeheerders zullen al hun invloed in Den Haag aanwenden om dat te voorkomen. Het wonderlijke is dat het de burgers weinig of niet interesseert wie de baas is over de politie. Juist dat gegeven maakt dat het ogenschijnlijk eenvoudig, duidelijk vast te leggen is wie op de stoel van de macht zit.”
- Pagina 9: 'Korpschefs spreken taal dienders niet meer'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.