*

 
dossier

Archief

Van Duitse liberalen rest niet meer dan een 'circusattractie'

WIM BOEVINK − 29/09/94, 00:00

BERLIJN - Hoog boven de Atlantische Oceaan, ergens tussen Bonn en New York, lucht Klaus Kinkel zijn hart. De meereizende journalisten die deze week de rede van Duitslands minister van buitenlandse zaken voor de Verenigde Naties wilden verslaan, bevinden zich plotseling midden in de Duitse verkiezingsstrijd. Tot hen spreekt niet Kinkel, de minister, maar Kinkel de partijvoorzitter van de FDP.

Hij hekelt in felle bewoordingen de media die zich alleen nog maar concentreren op de grote partijen, op Kohl en Scharping dus, en de liberale FDP de vernieling in schrijven. Dat hij een geboren verliezer is, dat zijn partij overbodig geworden is - Kinkel kan het niet meer aanhoren. Hij is zichtbaar geïrriteerd. Goed, er zijn bij de FDP fouten gemaakt, maar is dat soms zijn schuld? Hij is de kar pas begonnen te trekken toen die al bergafwaarts de modder inzakte. En lukt de machtswisseling bij de andere partijen zoveel beter? Bij de SPD wordt straks ongetwijfeld weer een zoveelste nieuwe aanvoerder naar voren geschoven en wat denkt u dat de CDU zal doormaken als Helmut Kohl eenmaal het roer uit handen geeft?

Hij vecht voor wat hij waard is, Klaus Kinkel, maar aan de feiten kan ook hij niets veranderen. En die feiten spreken zeer in zijn nadeel. Sinds hij in juni '93 het partijvoorzitterschap overnam van Otto Graaf Lambsdorff, nadat hij in het voorjaar van '92 als minister in de grote voetsporen van de al bijna legendarische Hans-Dietrich Genscher was getreden, is het met de FDP misgegaan - op deelstaatniveau althans. Zo erg is het misgegaan dat nu zelfs gevreesd wordt dat de liberalen straks op 16 oktober voor het eerst ook de Bondsdag niet meer halen.

Zeven keer achtereen (als we de Europese verkiezingen erbij tellen) struikelde de FDP over de kiesdrempel van vijf procent. De neergang begon op 19 september 1993 in Hamburg waar de FDP 4,2 procent haalde. Daarna volgden Nedersaksen op 13 maart dit jaar met 4,4 procent, de Europese verkiezingen op 12 juni met 4,1 procent, de verkiezingen in Saksen-Anhalt op 26 juni met 3,6 procent, die in Saksen en Brandenburg op 11 september met respectievelijk 1,7 (een absoluut dieptepunt!) en 2,2 procent en tenslotte die van Beieren afgelopen zondag, waar de FDP bij 2,8 procent bleef steken.

En telkens moest Kinkel voor de camera's treden en verklaren dat deelstaatsverkiezingen niet te vergelijken zijn met Bondsdagsverkiezingen en dat de partij in Bonn veel betere resultaten zal behalen dan elders in het land.

Waarom? Omdat de kiezer die een voortgang van de bestaande regeringscoalitie tussen CDU/CSU en FDP wil, zijn tweede stem aan de FDP moet geven. (In Duitsland geeft elke keizer twee stemmen af: één voor de kandidaat in zijn of haar kiesdistrict en één voor een partijlijst.) Zonder FDP namelijk, zo gaat Kinkels redenering verder, heeft Kohl niet voldoende meerderheid om verder te kunnen regeren. De FDP is dus de noodzakelijke meerderheidsverschaffer en Kinkel heeft Kohl alvast zijn onverbiddelijke trouw gezworen.

Dat de rol van de partij daarmee van een programmatische is teruggebracht tot een puur functionele, dat deert de wanhopige Kinkel weinig. Hardnekkig houdt hij aan zijn strategie vast om de FDP als vazal-achtige coalitiepartner te verkopen en niet als zelfstandig en kritisch opererende partij - een koerswijziging kan hij zich ook niet meer permitteren.

Dus verkondigt hij alle nederlagen ten spijt optimisme, daarin gesteund door het prestigieuze enquêtebureau Allensbach, dat onlangs nog eens voorrekende dat de FDP in haar verleden menig crisis dankzij een flinke hoeveelheid tweede stemmen wist te overwinnen. Allensbach, dat de christen-democraten zeer toegenegen is, becijferde voor de liberalen gisteren nog een percentage van ruim acht procent voor de verkiezingen op 16 oktober - een 'betrekkelijk' gering verlies tegenover de elf procent van 1990. Is hier de wens de vader van de gedachte? Enkele benauwde CDU-strategen beginnen alvast te speculeren op een absolute meerderheid in een Bondsdag zonder FDP.

Al met al echter doemt voor de FDP toch het beeld op van een man die van een gebouw van vijftig verdiepingen naar beneden stort en bij het passeren van de 24ste verdiepingen denkt: “Zie je, het valt allemaal wel mee, tot nog toe is het goed gegaan.”

Ondanks alle aritmetische oefeningen (een ander enquêtebureau becijferde voor de FDP amper vier procent) valt niet te ontkennen dat de Duitse liberalen zich diep in een crisis bevinden. Nog nooit was de vrije val zo duidelijk als nu, ook wanneer de FDP vroeger ook al eens uit deelstaatparlementen is gevlogen. Feit is dat de FDP anders dan de zogenaamde grote volkspartijen nooit een harde kiezerskern heeft bezeten en zich telkens weer moet verkopen.

Dat haar dat dit keer bijzonder zwaar valt moet ook het gevolg zijn van ruim twaalf jaar opereren in de schaduw van Kohl en zijn CDU. Kon Genscher tenminste nog zijn stempel drukken op de afdeling buitenlandse zaken in het kabinet Kohl (waarbij men moet bedenken dat West-Duitslands buitenlandse beleid van een heel andere orde was dan dat van het herenigde Duitsland), de ijverige Kinkel weet zich amper te profileren. Ook inhoudelijk heeft de FDP zich met huid en haar aan de CDU overgeleverd. Om geen coalitiebreuk te riskeren stemde ze in met hervormingen in de bejaardenzorg, de criminaliteitsbestrijding en de wijziging van het asielbeleid. Bij elke instemming verbleekte ze meer en meer, totdat ze amper nog waargenomen werd.

Kinkel blijft echter bij zijn koers - ook nu in eigen kring kritiek aan zijn leiderschap hoorbaar wordt. Zijn grootste belager, oud-minister van economische zaken Jürgen Möllemann, kondigde voor de 17de oktober aan dat over 'inhoudelijke en personele consequenties' gesproken zou worden. Genscher hield zich nog afzijdig en wees suggesties van een nieuw ministerschap van de hand. Op zijn leeftijd is hij niet de man die de opstand zal kraaien.

De FDP is vooral van SPD-zijde voor van alles en nog wat uitgemaakt. Sinds de 'switch' in '82 van een kabinet-Schmidt naar een kabinet-Kohl is de FDP 'genadeloos opportunisme' verweten en nu de FDP haar basis in de deelstaten successievelijk verliest, noemde SPD-afgevaardigde Peter Glotz de liberale partij 'een dame zonder onderlijf' - hoogstens nog een circusattractie.

In het linksliberale weekblad Die Zeit betreurt chef-redacteur Robert Leicht alvast het afscheid van de FDP uit de Bondsdag. Wie moet straks in de bres treden voor een vrije, uitgebalanceerde samenleving en wie moet laten zien dat een bezonnen individualisme niet gelijk staat aan een kil egoïsme en dat een markteconomie niet identiek is met een macht-economie? Naar het zich laat aanzien niet de FDP in haar huidige vorm. Maar is ze in staat vier jaar buiten de parlementen te overleven?

mailIcon print |