In het Katholiek Nieuwsblad vertelt een Kroatische eerstejaars-kloosterzuster over haar verkrachting tijdens de strijd in Bosnië. Duizenden vrouwen werden slachtoffer van deze manier van oorlogvoeren die de tegenstander onteert en ontreddert. De schandpraktijken stopten blijkbaar zelfs niet bij de kloostermuur.
Zuster Lucia Vetruse is - net als twee andere zusters - verkracht door de Servische soldaten. Met geweld hebben zij een nieuw leven in haar opgedrongen. Haar jonge leven is verwoest en daarmee het levensplan dat voor haar al definitief was.
In de afscheidsbrief aan haar generale overste schrijft zij: “Het tragische is niet alleen de vernedering waartoe ik gedwongen ben omdat ik vrouw ben. Noch in de onherroepelijke schade die in mijn leven en roeping is aangericht. Maar ook in de moeite die ik heb om de gebeurtenissen te verwerken in het licht van het geloof. Ik twijfel er niet aan dat het deel uitmaakt van Gods plan met mij en ik beschouw Hem nog altijd als mijn goddelijke bruidegom.”
Dat haar eer geschonden is en dat zij ongewenst zwanger is, aanvaardt zij niet alleen, zij is God er dankbaar voor. Niet langer leeft Lucia in een ivoren toren, verheven boven alle kwaad. Zij is één met haar duizenden landgenoten en is ingewijd in het mysterie van schande en geweld.
De baby is welkom en Lucia zal teruggaan naar haar moeder. “Ik zal alles doen wat ik kan om de ketting van haat te doorbreken die ons land verwoest. Mijn baby zal ik niets anders leren dan liefhebben. Mijn baby, voortgekomen uit geweld, zal een getuigenis zijn dat slechts één groots ding de mens eerbaarheid kan verschaffen en dat is vergeving.”
Zowel De Wekker als De Reformatie besteden aandacht aan het homohuwelijk. De Wekker gaat uitvoerig in op deze kwestie omdat er in christelijke-gereformeerde kringen veel vragen en zorgen over dit onderwerp leven. Volgens dit blad wordt er grote haast gezet om het homohuwelijk wettelijk te regelen, omdat er nu een kabinet is zonder christelijke moralisten. 'De Wekker' wijst ieder streven naar een ruimere definitie van het huwelijk van de hand en belooft zijn lezers op de hoogte te houden.
De Reformatie (vrijgemaakt-gereformeerd) presenteert geen overzicht van de stand van zaken omtrent het homohuwelijk maar vraagt zich in ruime zin af hoe een kerkenraad samenwonende stelletjes moet benaderen. Samenwonende stelletjes krijgen geen kerkelijke huwelijksbevestiging wanneer ze gaan trouwen, behalve na schuldbelijdenis. Samenwonen wordt stellen ook helemaal afgeraden. De gedachte om het eerst maar eens te proberen, “lijkt een beetje op de man, die een ijssalon binnenging en zei: mag ik mijn ijsje ruilen als het me niet smaakt?”
Ook het geregistreerd partnerschap haalt het niet bij het huwelijk. Het huwelijk is heel wat anders en heel wat meer dan een contract. Dat geregistreerde partners om kerkelijke huwelijksbevestiging zouden vragen, lijkt onlogisch. “Wanneer je kennelijk bewust geen huwelijkssluiting wilt op het gemeentehuis, waarom dan wel een huwelijksdienst in de kerk?” Hoe kerkenraden echter op die 'onlogische' vraag moeten reageren - als zij bijvoorbeeld gesteld wordt, omdat het huwelijk in het gemeentehuis wettelijk niet is toegestaan is - wordt niet aangegeven, al laat het zich wel raden.
Weinig aangrijpend of taboe, maar wel opvallend is het vernieuwde Hervormd Weekblad, dat vanouds al confessioneel-hervormd was, maar voortaan ook Confessioneel heet. Een magazine-achtig uiterlijk omkleedt een belijdende inhoud, ingedeeld volgens overzichtelijk rubrieken als 'Kerk en geloof', 'Kerk en theologie' en 'Kerk en jongeren'. Naar eigen zeggen een actie om het abonneebestand te vergroten.
Ook Kerk en vrede, OecuMenens en Uittocht (drie bladen uit de progressieve, oecumenische hoek) zijn innerlijk en uiterlijk veranderd. Deze bladen zijn voor het grootste gedeelte nu identiek, maar ze behouden iets eigens, met een katern van de oorspronkelijke bladen. Niet als laatste middel om het abonneebestand op te vijzelen, verzekeren ze, maar om de efficiëntie te vergroten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.