*

 
dossier

Archief

Cool of solide en kritisch?

THEO BRAND − 23/01/96, 00:00

De auteur is lid van het dagelijks bestuur van het Landelijk overleg studentengemeenten.

Provoceren is een prima middel om een discussie op gang te brengen, maar ik betwijfel of de gepubliceerde citaten een correct beeld van het studentenpastoraat geven. Vooral omdat er geen visies van andere studenten uit het Los aan bod komen.

De gedachte van Akkerman om de studentendiensten af te schaffen is begrijpelijk vanuit plaatselijke situaties waar de diensten vooral bezocht worden door dertig-plussers, meestal oud-studenten. Vanuit de betreffende gemeenten wordt niet altijd geprobeerd daarin structureel verandering aan te brengen.

Maar in lang niet elke stad is sprake van gebrek aan een nieuwe generatie. In steden als Leeuwarden, Rotterdam en Zwolle worden de kerkdiensten voor een belangrijk deel door studenten voorbereid en voor meer dan 80 procent bezocht door het studerende deel van de bevolking. Bovendien zijn niet alleen de kerkdiensten een graadmeter voor het reilen en zeilen van het studentenpastoraat. Internationale studentenuitwisselingen, diakonale acties, kloosterweekenden en praatgroepen over geloof en filosofie voorzien in een groeiende belangstelling.

Jongerencultuur

Ten tweede de aansluiting bij de jongerencultuur. Het studentenpastoraat zou volgens Akkerman cool moeten zijn. Deze stelling is inderdaad gelanceerd binnen het Los. Maar de vraag is of het studentenpastoraat dat ook wil. Moeten we naadloos aansluiten bij de belevingswereld van het gros van de studenten en daarom naast jong, ook snel en wild worden? Nee, ik denk dat het studentenpastoraat door het laten zien van een eigen smoel serieuzer wordt genomen. Het lijkt me beter dat de club een inspirerend, solide en maatschappij-kritisch tégenverhaal gaat bieden dat ook bij grote groepen studenten buiten het kerkelijk circuit gehoor gaat vinden. Een culturele tegenbeweging.

Ten derde de door de journalist van Trouw uitgelokte opmerking van oud-pastor Ben de Bock dat Christus wel uit de beginselen zou mogen verdwijnen. Dat is een onzinnige discussie want je kunt ook op verschillende manieren tegen Christus aankijken en bovendien financieren de grote Nederlandse kerken het studentenpastoraat. Maar dit 'aanpassen' is niet mijn belangrijkste argument. Want als studenten moeten we juist een voortrekkersrol vervullen en ons niet afhankelijk opstellen ten opzichte van synodes en bisschoppen.

Inspiratie

Nee, het gaat me om iets anders. Inspiratie gedijt pas als mensen dynamisch omgaan met de traditie waaruit ze zijn voortgekomen. En voor het studentenpastoraat is dat de christelijke traditie. Daar moet je respectvol mee om gaan. Want wie zijn wortels verwaarloost is niet goed opgewassen tegen de toekomst en staat na verloop van tijd met lege handen.

Elke religie heeft exclusieve trekken. Maar tegelijkertijd heeft elke geloofstraditie ook een kern van tolerantie in zich. Is het geen uitdaging om op zoek te gaan naar deze kern in de christelijke geloofstraditie om van daaruit ook een antenne te ontwikkelen voor 'waarheid' die zich in andere religies en stromingen manifesteert?

Of moet het studentenpastoraat de christelijke traditie uit handen geven zodat andere studentengroepen er mee aan de haal gaan? Deze groepen gaan mijns inziens niet altijd op een even open en onderbouwde manier met de traditie om. Het lijkt me daarom geen prettige gedachte.

Door het centraal stellen van de bijbelse traditie kan het studentenpastoraat (naast een waardevolle en nuttige kennismaking met andere religies) juist een voortrekkersrol blijven spelen binnen de Nederlandse kerken met het oog op daadwerkelijke oecumene.

mailIcon print |