Van een onzer verslaggevers LEEUWARDEN - Dit is een echte winter, riep Henk Kroes vergenoegd, toen hij op de late avond beelden zag van zwoegende en zwalkende schaatsers. “En een echte Elfstedentocht. Mooier ijs hebben we nooit gehad. En dat het zwaar was, was precies wat we hoopten.”
De roes van Kroes kon haast niet mooier. Met een pak sneeuw was het evenement vergelijkbaar geweest met de barre tocht van '63, maar ook zonder is de voorzitter van de vereniging De Friesche Elf Steden al meer dan gelukkig. Hij heeft een fantastische dag gehad: “Een bekroning voor 25 jaar bestuurswerk.”
Elk compliment wentelt hij af op de organisatie. “De vereniging werkt uitsluitend met vrijwilligers, die dagen en nachten in de weer geweest zijn. Je bent afhankelijk van hun inzet. Dat maakt het vreselijk spannend, maar het is tegelijk de drijfveer om deze klus te willen doen. Het geeft zo'n ontlading om achteraf te kunnen zeggen: 'Jongens, het is ons gelukt.' Het betekent ook dat je zo'n evenement geen twee keer in een winter kunt organiseren. Daar krijg je de mensen niet voor.”
De tocht heeft zaterdag volgens Kroes alle verwachtingen overtroffen. “Ik was bezorgd voor water op het ijs. Dat gebeurt eigenlijk altijd. Maar ik heb het niet gezien. Zelfs in Sneek, waar we in de aanloop zoveel problemen hadden, heeft het ijs zich goed gehouden. Ik was ook bang voor het publiek. In 1986 heb ik met de angst in m'n lijf aan de start gestaan; zo ontzettend veel mensen op het ijs. Nu bleef iedereen op de wal. Ook de huldiging in '86 was beangstigend; nu was het één groot feest. Om stil van te worden.”
Kroes is ook vol lof over de rijders, die voor een gesloten stempelpost kwamen. “Die mensen hebben dat heel goed opgevangen. In '63 gaf het veel ellende; sommigen zijn nóg kwaad dat ze van het ijs gehaald werden. Nu wisten de meesten toch wel waar ze mee bezig waren.” De dood van een toerrijder noemt hij 'tragisch, maar geen schaatsongeval'. Hij heeft niet overwogen de tocht af te gelasten. “Iedereen rijdt voor zichzelf, ik ben alleen verantwoordelijk voor de organisatie. Het is heel triest voor de familie, maar dat kun je de organisatie niet aanrekenen.”
De politie hoefde nergens op te treden, de Friese commissaris van de koningin L. Hermans en burgemeester H. Apotheker van Leeuwarden waren wat dat betreft terecht optimistisch. Kroes: “De avond vóór de tocht zijn er in de binnenstad met al die duizenden mensen minder problemen geweest dan op een normale vrijdagavond. Is dat niet fantastisch? Het publiek was zo gedisciplineerd. En zo inspirerend tegelijk.” Zelfs de 'pommeranten' hielden zich aan het verzoek van Kroes om niet op het ijs te gaan. 'Wij komen wel bij u', had hij Hermans, Apotheker en de Haagse notabelen Terpstra en Jorritsma gezegd. Het ijs is voor de rijders, vindt hij.
Het bestuur heeft veel geleerd van de tochten van '85 en '86. “Het was toen een feest op de wal en een janboel op het ijs. Wij willen een organisatie die beheersbaar is, je moet zoveel mogelijk problemen voorkomen. Geen paniek, maar kant-en-klare plannen. En geen risico's. Gelukkig staat de overheid ons nu toe de tocht 36 uur vantevoren uit te schrijven.”
Kroes hoopt dat de vereniging een opener karakter zal krijgen: in de besluitvorming en in het ledental. “Het zijn heel veel ouderen, ook in de groep potentiële rijders. We moeten ons beraden hoe we meer jongeren kunnen trekken. Het zou mooi zijn als al die mensen die lid zijn en de tocht nu niet hebben gereden, hun lidmaatschapskaart inleveren. Wij gooien ze er niet uit, ze moeten zelf die beslissing nemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.