MEXICO-STAD - Twee verschillende realiteiten: Davos en Mexico-Stad. Enkele weken geleden werd de Mexicaanse president Ernesto Zedillo tijdens het Wereld Economisch Forum in het Zwitserse Davos door wereldleiders met complimenten overladen. Het economisch herstel in Mexico kon een model zijn om de crisis in Azië te overwinnen.
Renato Ruggiero, topman van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), bijvoorbeeld, noemde de vooruitgang van de Mexicaanse economie 'indrukwekkend'. “Mexico is niet alleen een voorbeeld voor Azië, maar voor alle landen.”
Eind 1994 raakte het Midden-Amerikaanse land in acute betalingsnood (de zogeheten peso-crisis) en kon met vijftig miljard dollar internationale noodhulp net op de been worden gehouden. Hiervan heeft Mexico inmiddels alweer een groot deel versneld afgelost.
Terwijl de wereldleiders in Davos voor Mexico juichten, was in Mexico-Stad de stemming heel wat minder optimistisch. De centrale bank waarschuwde er voor een sterke devaluatie van de peso, die opnieuw terrein had verloren aan de dollar. Ondernemers spraken hun angst uit voor massale, goedkope Aziatische importen. En analisten betwijfelden of het economisch herstel dit jaar doorzet.
Dat zij niet meegingen in de juichkoren heeft alles te maken met de scherpe daling van de olieprijzen de laatste tijd. Die wordt veroorzaakt door overproductie, politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten (Irak), de Azië-crisis en warmere winters. Dat Mexico daar zo sterk door geraakt wordt, laat zien hoe kwetsbaar de Mexicaanse economie nog is en hoezeer zij drijft op de olie.
Het Midden-Amerikaanse land behoort tot de acht grootste olieproducenten ter wereld en Petroleos Mexicanos (Pemex) is wereldwijd een van de grootst maatschappijen. Zij brengt veertig procent van alle overheidsinkomsten in het laatje. En de helft van die bijdrage wordt weer gebruikt om de torenhoge buitenlandse schuld van 180 miljard dollar af te lossen.
De autoriteiten reageerden snel op de dalende olieprijzen: zij kortten vier miljard gulden op de overheidsuitgaven door onder meer de ambtenarensalarissen te bevriezen en investeringen uit te stellen. Bijna zeker wordt de eens voorspelde economische groei van 5,2 procent dit jaar niet gehaald.
De werkgevers menen dat de regering de nationale industrie een stevige impuls moet geven om de economie minder afhankelijk van de olie te maken. Zij zou ook meer energie moeten stoppen in diversificatie van het productieapparaat. Verder dient het belastingstelsel dringend te worden gemoderniseerd.
Want belastingontduiking is een nationale sport. Isaac Katz, het hoofd van de economische faculteit van de ITAM, een prestigieuze privé-universiteit in Mexico-Stad, meent dat verdergaande maatregelen nodig zijn. “Investeringen moeten doorgaan, maar Mexico heeft een topzware bureaucratie. Daar kun je flink in snijden. Er zijn te veel dubbelfuncties.'
Deregulering en privatisering zijn de toverwoorden van Katz. Hij wil sterk vereenvoudigde procedures voor ondernemers en actievere verkoop van staatsondernemingen. De regering zou veel geld moeten investeren in modernisering van de sterk verouderde petrochemische industrie, maar door de tegenvallende olie-inkomsten is dat onmogelijk.
Daarom blijft er volgens Katz maar één alternatief over: een versnelde privatisering van deze sector en binnen- en buitenlandse particulieren in staat stellen een meerderheidsbelang te nemen in bedrijven.
Met het laatste voorstel komt de econoom aan een nationaal taboe. Enkele jaren geleden kondigde president Zedillo aan dat 61 petrochemische dochtermaatschappijen van Pemex zouden worden geprivatiseerd. Daarmee zou na bijna zestig jaar een eind komen aan het absolute staatsmonopolie van de maatschappij. Ook buitenlanders zouden mogen meedingen.
Oliewerkers, de regeringsgezinde vakbond CTM, delen van de regeringspartij PRI en de centrum-linkse PRD verzetten zich fel tegen de plannen. “Overgave van strategische middelen van het land aan buitenlandse belangen is verraad aan het vaderland', oordeelde oppositieleider Cuaunthemoc Cardenas, nu burgemeester van Mexico-Stad.
Zijn vader had in 1938 de olieindustrie genationaliseerd en zich daarmee onsterfelijk gemaakt. Een inmiddels sterk afgezwakt privatiseringsplan, waarbij buitenlandse maatschappijen slechts voor 49 procent kunnen deelnemen, heeft het ook nog niet gehaald.
Shell, bijvoorbeeld, wil fors investeren in de petrochemische sector, maar alleen bij duidelijke regelgeving en politieke consensus.
“De olie moet van het volk blijven', luidt de retoriek van de Mexicaanse nationalisten, die in alle partijen te vinden zijn. Maar dat volk heeft nooit echt van de olierijkdom geprofiteerd. Het waren de leiders van Pemex, opeenvolgende regeringen en corrupte vakbondsbazen die het 'zwarte goud' voor hun eigen doelen monopoliseerden.
Een van de oliesjeiks was Joaquin Hernandez Galicia, alias La Quina. Hij was voorzitter van de oliewerkersvakbond STPRM en had 200 000 arbeiders onder zijn hoede. Zijn bond werd een bedrijf binnen het bedrijf. La Quina verwierf het recht op drie procent van alle contracten die Pemex met privé-bedrijven afsloot en zijn bond hield zich bezig met het boren naar en vervoeren van olie.
De olievakbond verdiende daardoor tussen 1977 en 1982 meer dan een miljard gulden. De leiders vergokten daarvan vele miljoenen guldens in Las Vegas. Vermoedelijk omdat La Quina zich verzette tegen plannen om de industrie te privatiseren en sympathie opvatte voor oppositieleider Cardenas, gooide president Carlos Salinas de Gortari hem in 1989 in de gevangenis. Op beschuldiging van verboden wapenbezit, corruptie en moord.
Waarschijnlijk allemaal waar, maar duidelijk was ook dat Salinas een voorwendsel nodig had. La Quina kwam onlangs weer vrij, op voorwaarde dat hij zich niet met politiek of de vakbeweging bemoeit.
Intussen blijft de olie de Mexicaanse hartstochten bezighouden. In maart beginnen de onderhandelingen tussen de VS en Mexico over het eigendom van oliezones in de Golf van Mexico. Beide landen tekenden in 1978 een verdrag over de territoriale grenzen aldaar. De Mexicaanse Senaat ratificeerde het verdrag meteen, maar de Amerikanen deden dat pas in november, na twee decennia oponthoud.
De Golf van Mexico beschikt volgens deskundigen over de op drie na grootste olievoorraad ter wereld. Shell Oil, een Amerikaanse dochter van het Brits/Nederlandse concern, boorde enkele maanden geleden naar olie dichtbij de Mexicaanse grens. “De Amerikanen willen de belangrijkste oliezones van Mexico inpikken', waarschuwde de centrum-rechtse senator Jose Angel Conchello, woordvoerder van de 'olie-nationalisten'. Conchello heeft er geen bezwaar tegen dat Shell en Pemex samenwerken. “Als Shell maar onder contract van Pemex staat. De olie moet van Mexico blijven.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.