*

 
dossier

Archief

Obers die obers dienen

Door: redactie − 08/10/97, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters NIJKERK - De eeuwenoude, verzorgende en hiërarchische kerkelijke gemeente beleeft haar laatste jaren. “Ze is lek gestoten op de klippen van een individualiserende samenleving”, meent Jan Hendriks, docent gemeenteopbouw aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit. Hendriks pleitte op de jaarvergadering van de Vereniging van predikanten in de Gereformeerde kerken voor een 'projectgewijze', radicale vernieuwing van de manier van werken in de plaatselijke kerken.

De 'kerk van onderen' uit de jaren zestig, of de sterk gepolitiseerde 'profetische gemeente' uit de jaren zeventig en tachtig zijn geen alternatief gebleken voor de eeuwenoude patronen. Kerken vluchten, aldus Hendriks, tegenwoordig in 'resignatie': “Ze leggen zich neer onder een bremstruik en wachten op het einde”. Anderen kiezen, soms jubelend, soms met tegenzin voor de 'evangelicale' richting, naar de formule die in Willow Creek, Chicago, en elders tot succesnummers heeft geleid.

Er is een ander recept, meent Hendriks, en het wordt in de praktijk ook al lang beproefd, zij het zonder veel fanfare, toeters en bellen. Het is het recept van de 'open, gastvrije gemeente' oftewel 'de gemeente als herberg'. Zulke gemeenten richten zich op mensen buiten de kring van vaste kernleden van de plaatselijke kerk. Net als in Willow Creek staan de randkerkelijken en buitenkerkelijken centraal, maar dan zonder knieval voor de aller-populairste werftrucs en zonder orthodox-theologische stelligheid over datgene, waar díe te randkerkelijken voor gewonnen zouden moeten worden.

“Het denken vanuit potentiële deelgenoten wordt gestimuleerd als we ons zelf als gemeente inderdaad leren zien als herberg. Stel je een herberg voor waarin de obers al hun aandacht richten op andere obers. Dat zou een rare herberg zijn!”, aldus Hendriks. Het hele denken in termen van kern- en modale leden, rand- en buitenkerkelijken zou moeten worden afgeschaft, vindt hij.

Iedereen die voor korte of langere tijd 'meegaat op weg' in de 'lerende gemeente' is 'een beeld van God'.

Hendriks verwees naar de manier waarop Ricus Dullaert in de Amsterdamse gemeente voor druggebruikers tegen zijn mede-gemeenteleden aankijkt. Alle bezoekers moeten ook vrijelijk het recht hebben tijdens diensten en andere samenkomsten hun mening te geven en ervaringen in te brengen. Maar de pastor moet een bevlogen man of vrouw zijn, een “hermeneut, of leermeester(-es), mits we dit begrip ontdoen van elke autoritaire inhoud”.

Hendriks raadt gemeenten met enig lef, die zichzelf willen vernieuwen, aan zich in eerste instantie te storten op één afgerond, tijdelijk project, waarin deze uitgangspunten zoveel mogelijk worden verwezenlijkt. Er zijn voorbeelden van: de open, pastorale groepen in Amsterdam-Slotermeer/Geuzenveld (die te maken hebben met rouwverwerking, psychische problemen, en dergelijke), een politiek avondgebed voor autochtonen en allochtonen in Eibergen, een eigen jeugdkerk in Veere voor 'rustige studenten' zo goed als voor 'housers en hardrockers, en tal van projecten voor vernieuwende gemeenteopbouw in Duitsland.

De predikanten van de Vereniging voor predikanten in de gereformeerd kerken luisterden met enthousiasme naar Hendriks.

De Vereniging voor predikanten in de GKN vierde in Nijkerk óók de inschrijving van het duizendste lid.

mailIcon print |