Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Een Englandspiel-rapport dat de onderzoekers Bob de Graaff en Cees Wiebes meer dan eens tevergeefs bij Defensie hebben opgevraagd, blijft zoek.
Ook het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie (Riod) beschikt niet over een door hen gesignaleerd specifiek onderzoek naar de grootste Nederlandse spionagetragedie van de Tweede Wereldoorlog. Wellicht is het versnipperd met andere archiefstukken van de Mid, de Militaire Inlichtingendienst, waarover de Tweede Kamer opheldering heeft gevraagd aan het kabinet. “Ik hoop dat vandaag al een door minister Voorhoeve beloofde brief duidelijkheid zal geven”, zei gisteravond het Kamerlid Scheltema van D66. Zij verwees vorige week naar in 1992 met de regering gemaakte afspraken dat archieven niet meer lukraak zullen worden vernietigd.
Minister van Defensie Voorhoeve nuanceerde zaterdag in het radioprogramma Tros-Kamerbreed berichten over de vernietiging van de archieven. Hij zei dat de dossiers van de Nederlandse militaire attaché in Suriname tijdens de decembermoorden in 1982 nog aanwezig zijn. Verantwoordelijkheid voor eventuele vernietiging van Englandspiel-rapporten wees de bewindsman van de hand met de woorden: “Dat dossier heeft, zover ik weet, nooit onder de Mid behoord. Dit is meer een onderwerp voor oorlogsdocumentatie. De Mid is na de oorlog opgericht.”
Een woordvoerder van het Riod zei gisteren over de verwijzing naar 'oorlogsdocumentatie' dat de minister niet kan hebben gedoeld op het Riod. “Dat specifieke rapport is bij ons onbekend. Ook dr. L. de Jong heeft nooit daarover beschikt.”
Cees Wiebes en Bob de Graaff ontdekten het bestaan van een tot dusver onbekend Englandspiel-rapport bij hun onderzoek voor een boek over de Inlichtingendienst Buitenland (IDB). Tussen 1942 en 1944 werden voor de contraspionage-affaire Englandspiel 54 Nederlandse agenten vanuit Londen rechtstreeks in handen van de Duitsers gedropt. Het nu door Wiebes en De Graaff gesignaleerde onderzoek hiernaar werd tussen 1948 en 1950 uitgevoerd door een driemanschap onder leiding van kolonel J.K. Onnen van de toenmalige Landmacht Inlichtingen Dienst (Lamid). En omdat de Lamid later is opgegaan in de Militaire Inlichtingen Dienst is het aannemelijk dat dit specifieke rapport bij de Mid is terechtgekomen. “Dit rapport wordt slechts één keer genoemd in de direct na de oorlog uitgevoerde Parlementaire Enquête naar het regeringsbeleid in Londen, en verder nooit meer”, zegt Wiebes. “Wij hebben het rapport diverse keren opgevraagd, maar steeds was het antwoord van de Mid dat het niet aanwezig was of niet aangetroffen. We hebben ook zwart op wit een mededeling van het Centraal Archievendepot van Defensie dat het rapport zoek is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.