*

 
dossier

Archief

Schietgebedjes bij een diabolische monoloog theater

HANNY ALKEMA − 06/06/94, 00:00

Utrecht, De Manege, t/m 11-6 (20 uur); Amsterdam 30-8 t/m 3-9, Den Haag 7 t/m 17-9.

Eric Schneider kwam de eer toe het publiek dat ongemak te doen vergeten in de bijna twee uur durende monoolog 'Gilles en de nacht', die Hugo Claus baseerde op het proces tegen maarschalk Gilles de Rais (1404-1440), een zeer machtig Fransman en gewezen strijder met Jeanne d'Arc, die tenslotte als duivelaanbidder en lustmoordenaar veroordeeld werd tot de strop én brandstapel.

De Rais gruwde ervan dat hij in een kerkelijk proces, door bisschop en vicaris, zonder de morele steun van vrienden zou worden berecht en stak dat niet onder stoelen of banken. Wellicht daarom wordt de monoloog op het publiek gespeeld alsof het de inquisitie is, opdat de toeschouwer zich betrokken zal voelen. Maar omdat de spreker dikwijls zogenaamd reageert op uitspraken van die rechtbank, wordt eerder het tegendeel bereikt. Het is een bekende cabarettruc, veelvuldig en weergaloos toegepast door wijlen Wim Kan, die daar juist samenzweerderig op de lachspieren werkte. Hier is het een denkfout, die iets wil concretiseren wat abstract had moeten blijven.

Het is niet de enige reden waarom de monoloog niet tot leven wil komen. Eric Schneider is het prototype van de voor grote schouwburgzalen opgeleide acteur. Hij heeft een fenomenale stembeheersing en weet moeiteloos, zelfs fluisterend, de achterste rijen te bereiken. Dat geldt ook voor de expressiviteit van zijn op podiumafstand ingestelde mimiek. Op de vlakke vloer, voor de neus van de toeschouwers, krijgt zo'n mimiek het effect van grimassen, even hinderlijk als de zorgvuldige articulatie.

Omdat de speelruimte van De Manege niet bepaald klein is, kan ik me voorstellen dat een acteur dit zelf niet door heeft tijdens de repetities. Maar regisseur Aram Adriaanse had dit moeten zien en Schneider moeten behoeden voor groot uitpakken. Dat deze heel gevoelig 'klein' kan spelen, liet hij bijvoorbeeld een paar jaar geleden, notabene met dezelfde regisseur, zien in een Oscar Wilde-monoloog. Nu zien we voortdurend een acteur bezig met het verrichten van een prestatie, wat het zicht op de inhoud, de gevoelslading belemmert.

Verbeelding

Het is een fascinerend thema, hoe goed en kwaad binnen een mens elkaars grenzen aanranden en in extremo overschrijden. Gilles de Rais, een man die maatschappelijk in zo hoog aanzien stond, maar privé de meest weerzinwekkende daden beging, die hij aanvankelijk ontkende tot hij niet aan de waarheid kon ontkomen, spreekt tot de verbeelding. Claus heeft zijn finale worsteling beschreven in een prachtig van pervers naar hoogdravend schakelende taal. Helaas wordt de kleur en rijkdom daarvan nogal opdringerig geïllustreerd.

Als De Rais schamper de moord op honderdveertig kinderen loochent, laat Adriaanse de acteur met een elegant gebogen scalpel een appel schillen. Als De Rais zijn demon of overleden grootvader toespreekt, wordt dat door een rusteloze belichting nadrukkelijk aangegeven. Als De Rais het weerzinwekkende relaas van lustmoorden doet, zet Schneider kaarsjes op de lange stenen tafel, als ware het een verlate dodenmis.

De vormgeving van Tom Schenk - veel zand op de vloer, waarin her en der half kapotte bidstoeltjes steken, waxinelichtjes in muurnisjes, lichtgrijze gordijnen die op pilaren lijken - drukt op monumentale wijze verval, decadentie en eenzaamheid uit, maar wordt in onderdelen gebruikt als een verzameling rekwisieten. De stoeltjes worden zinloos versleept, een gordijn wordt als handdoek door met wijn gewassen handen gebruikt, een ander als een boetekleed omgehangen. Ook de kaarsjes blijven niet op hun plek.

Gebruik de ruimte, gebruik wat je om je heen ziet, lijkt het credo van deze enscenering. Het resultaat is gedoe, irritant en ijdel.

mailIcon print |