*

 
dossier

Archief

Allan Sekula: 'Ik ben de ongenode gast die het feestje verstoort'

PETER SIERKSMA − 06/01/98, 00:00

ROTTERDAM - Een publiekstrekker zal het niet worden, de tentoonstelling 'Dismal science' ('Troosteloze wetenschap') van de Amerikaanse fotograaf Allan Sekula, die het Nederlands Foto Instituut heeft ingericht.

De foto's van Sekula zijn niet spectaculair en moeten het vooral hebben van hun onderlinge samenhang. Het gaat niet om afzonderlijke beelden, maar om de dieperliggende motieven achter die beelden. Je kan zelfs zeggen dat de foto's van Sekula bedoeld zijn om de grote en ingewikkelde economische en sociale structuren die de wereldgeschiedenis bepalen naar boven te halen en bloot te leggen.

Zo hangen er aan het begin van de tentoonstelling in de serie 'Dead letter office' twee foto's, die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Links zie je een groot passagiersschip met op de voorgrond een kaal terrein. Rechts een jong Mexicaans visserspaar voor een armoedig schuurtje. Het contrast is duidelijk, de overeenkomst daarentegen blijkt pas na lezing van de verbindende tekst. Beide foto's zijn vanaf de zelfde plek genomen. Alleen de hoek is een andere.

Sekula, die eerder fotoreportages en commentaren maakte over de Canadese mijnindustrie in de buurt van Sudbury ('Canadian notes', 1988) en de manier waarop de vishandel- en industrie wereldwijd in elkaar steekt ('Fish story', 1995), bezocht de plek voor het eerst in 1995. Hij zag hoe aan de ene zijde van een groot hek de vissers van het kustplaatsje Popotlà nauwelijks het hoofd boven water konden houden, terwijl aan de andere kant Hollywood-producent 20th Century Fox met het oog op een paar grote rampenfilms een inmens zoetwaterbassin liet aanleggen om de zee na te bootsen. De boot op de linkerfoto is dan ook niet zomaar een schip - het is een model van de Titanic, gebruikt voor de gelijknamige film van James Cameron die vorige maand in Japan in première ging. 'Titanic' bleek met 285 miljoen dollar de duurste film sinds 'Cleopatra' (1963) met Elizabeth Taylor.

Sekula (1951): “Het is het grootste zoetwaterbassin ter wereld. 20th Century Fox wil hier de komende tijd minstens twintig films maken. Ik stond daar een beetje te kijken en verbaasde me over het feit dat die visser honderd meter verder niet eens stromend water heeft. Hij waste zich in zee. Ik zag er meteen een onderwerp in. Want dat model van de 'Titanic' is veel meer dan een decorstuk voor een film. Het is ook een symbool van een obsessief en zich steeds herhalend epos van de twintigste eeuw. Het gaat over vernieuwing en ondergang. Over technische dromen en ontluistering. De ondergang van de Titanic lijkt op de vloek die ook op de Hindenburg en het in juli 1996 verongelukte TWA vliegtuig rustte, zeg maar de vloek die soms opeens blijkt te rusten op de zegen van de techniek. Bovendien representeert de oceaan ook de afgrond: Terugkeren naar het wrak van de Titanic, betekent teruggaan naar het verleden.”

In 'Dead letter office' (zeg maar het kantoor van de afdeling 'retour afzender/bestemming onbekend'; de titel is ontleend aan het verhaal 'Bartleby' van Herman Melville) slaat dat laatste met name op het onontgonnen Mexicaanse landschap.

Sekula: “Veel gebieden in Mexico liggen er nog bij als tweeduizend jaar geleden. En daar vlakboven ligt dan Californië, als teken van de Westerse beschaving en vooruitgang. De grens is vergelijkbaar met die van Spanje en Marokko. Van de eerste met die van de derde wereld.”

“Ik denk daar vaak over na, over die twee werelden, die zo verschillend zijn en elkaar tegelijkertijd raken. Aan de ene kant die wereld van onuitputtelijke exploitatie en aan de andere kant die oude wereld die op punt staat van verdwijnen, net zoals de wereld van de indianen vroeger. De meeste Mexicanen in deze streek werken inmiddels in de scheepsbouw en de metaalindustrie, bij Hyundai bijvoorbeeld. Veel grote Aziatische en Amerikaanse bedrijven zijn naar Mexico verhuisd met het oog op het gunstige belastingklimaat en de economisch gunstige arbeidsomstandigheden. Of Mexico er bij gebaat is, is de vraag. Je kunt zeggen dat de filmindustrie in Popotlà en de staalindustrie in Tijuana de Mexicanen veel banen hebben opgeleverd, maar ook dat zij worden uitgebuit. Dat vinden zijzelf overigens niet. Zij dromen van de weelde. Amerika is hun vernietiger, maar ook hun trots. Kijk maar naar die visser. Hij is een surfer. T-shirt, pet, de surfplank tegen het schuurtje, hij is eigenlijk gewoon een Californische surfer. Moet je opletten op zijn broek: hij draagt Ben Davis-workpants...”

Wie de reportage over Californië bekijkt, ziet het door Sekula gesignaleerde proces zich voltrekken. Het mooie landschap in de buurt van Tijuana dreigt vooral industrieterrein te worden. De Mexicanen doen zichtbaar het zware werk, terwijl de Amerikanen die in beeld komen vooral met de media in verband worden gebracht. Tegenover de 'sociale kwestie' in Mexico staat min of meer de in San Diego gehouden Republikeinse Conventie van 1996. Te zien is hoe ABC voor een hotel een persconferentie voorbereid, hoe aanhangers met borden rondlopen en hoe een schijnbaar arme man op straat met ontbloot bovenlijf poseert voor de camera. Het enige wat de man op het eerste gezicht heeft is een broek, een cap en een winkelwagentje. Maar wie goed kijkt, ziet om zijn pols wel twee horloges.

Sekula: “Dit was de enige figuur die ik gedurende de Conventie op straat tegenkwam. Het is een soort Moeder Courage geworden, iemand die de chaos overleeft. Daarnaast heb ik een foto gehangen van een zoon van een Republikeinse lobbyist voor de olie-industrie. Ook hij heeft een ontbloot bovenlijf. Met een tattoo van een olifant. Geen symbool van de neo-bohémièn-cultuur maar een teken van (Republikeins) conservatisme.”

Een tweede reportage ('Aerospace folktales') die van een even geëngageerde houding getuigt, behandelt de oorlogsindustrie. Sekula maakte onder meer foto's van een openlucht-show in Los Angelos waar het publiek allerlei vlieg-tuig uit de tijd van de Golfoorlog kon bewonderen. Op negen foto's laat hij zien hoe het publiek de drop-gaten van de A-10 bewondert. De A-10 is een snelle straaljager die gebruikt werd om anti-tankgeschut te vernietigen. De kogels waren met radio-actief geladen.

Sekula: “Er kwamen meer dan 500 000 mensen op af. Allemaal kenners. Ze weten alles van de techniek en betasten het ding alsof het heilig is. Ik begrijp dat niet. Zeker niet als je weet dat de A-10 een van de veroorzakers van het 'Gulf War Syndrome' is.”

Met zijn werk en houding neemt Sekula een bijzondere maar ook geïsoleerde positie in binnen de Amerikaanse fotografie. Sekula bevestigt dat: “In de VS willen mensen niet met moeilijke zaken lastig gevallen worden. Er is op het ogenblik meer aandacht voor nostalgie, voor pure esthetiek. Daarbij is kunst helemaal een zaak van de markt geworden. Dus wat doen kunstenaars? Ze speculeren en kijken alleen naar het succes van een 'bubble-economy', niet naar structurele lijnen die bepalend zijn. Doe je dat wel, dan word je die ongenode gast aan het diner, die 'zijn stinkende kat' meebrengt. In die zin voel ik mij ook in de traditie staanvan schrijvers als Melville en Charles Olson, die het Amerikaanse optimisme van de nodige kanttekeningen hebben voorzien. Want Melvilles 'Moby Dick' gaat natuurlijk niet alleen maar over het persoonlijk drama van kapitein Achab, het gaat ook over de schaduwkanten van de walvisvaart. Over de walvisvaart als big business. Niet voor niets schreef Olson in 1947 dat Melville de Grote Oceaan niet alleen als natuurgebied maar boven alles ook als 'slavenhok' ontdekt heeft. In 'Dead letter office' heb ik die oceaan vervangen door de grensstreek van Californië en Mexico. En dat past niet in de wereld van het Amerikaanse neo-liberalisme.”

mailIcon print |