Van onze kunstredactie PARIJS - Het Centre Pompidou bood het afgelopen weekeinde gratis entree. Op het eerste gezicht leek dat een overbodige actie, want aan bezoek heeft het gebouw sinds jaar en dag geen gebrek. Maar de vrije toegang had alles te maken met de festiviteiten in het kader van het twintigjarig bestaan.
Het succes van het museumcomplex is er de reden van dat het gebouw onder het bezoek dreigt te bezwijken. Oorspronkelijk was de nog altijd futuristisch ogende schepping van de architecten Renzo Piano en Richard Rogers (een van de vroegste voorbeelden van hi-tech architectuur) bedoeld om dagelijks het toch niet geringe aantal van 5 000 bezoekers te verwerken. Dat zijn er vanaf het begin veel meer geworden. Op het ogenblik, met een mega-tentoonstelling op de vijfde en hoogste etage van het gebouw, komen er 25 000 bezoekers per dag. Omdat het gebouw pas vanaf 12 uur open is, staan er lang voor dat tijdstip forse rijen wachtenden.
De bezoekers komen niet alleen voor de exposities die op meerdere etages zijn ingericht, maar ook voor de zeer populaire bibliotheek annex video- en mediatheek. En ook de bioscoop, het theater en de winkels mogen zich in grote belangstelling verheugen. Zij dragen in niet geringe mate bij aan het succes van het Centre Pompidou.
De constante druk op het gebouw heeft de directie er toe gebracht om over te gaan op een grootscheepse renovatie. Hoe nodig dat was, kon je al een poos zien. De stalen constructie die het gebouw aan de buitenzijde draagt en die er mede de oorzaak van is dat het Centre in de Parijse volksmond de 'raffinaderij' wordt genoemd, ziet er roestig en verweerd uit. Museumzalen en openbare ruimtes maken een smoezelige indruk. Op de eerste etage, waar de administratieve diensten zijn ondergebracht, moet het personeel - het Centre kent maar liefst 1500 werknemers - in uiterst krappe omstandigheden werken. Reden genoeg dus voor de directie om het Centre in de herfst van dit jaar te sluiten, waarna het over twee jaar met een hopelijk sterk verbeterde ruimte de deuren weer kan openen.
Voor het zover is, kan het publiek opnieuw en masse naar het feestprogramma komen. Nieuw is de openstelling, vandaag, van het atelier van beeldhouwer Brancusi (1876-1957), een van de bedenkers van de abstracte kunst. Het gebouwtje, dat vanaf de opening van het Centre een plek heeft gevonden op het voorplein, is jaren lang dicht geweest. Temidden van het toeristische gewoel op de piazza is het atelier, dat met een fraaie tuin is omgeven, een oase van rust.
Piano, die als architect het gebouw natuurlijk van souterrain tot zolder kent, heeft een spectaculair lichtprogramma bedacht, dat het bij avond in een bijzondere gloed stelt. Daarmee valt de aandacht ook op het enorme billboard dat de tentoonstellingen aankondigt. Ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan kondigt het Musée d'Art Moderne, dat onderdak in het Centre Pompidou heeft gekregen, een weidse expositie aan van alle aankopen onder de titel 'Made in France 1947-1997'. Elders in het gebouw zijn net zulke grote overzichten van architectuur, vormgeving en kunstenaarsboeken te zien.
De grootste klapper wordt echter over twee weken geopend. Dan zal er op de derde etage een mega-overzicht van grafiek op zo'n 1 400 vierkante meter worden geboden. Alle grote namen, van Duchamp tot Dennis Oppenheim, worden op deze presentatie bijeengebracht. Later in het jaar komt er nog een uitgebreid overzicht van Léger.
De laatste expositie die gehouden wordt voordat het gebouw gaat sluiten, begint eind juni, loopt tot de laatste week van september en heet 'De tijd van de ingenieurs'. Daarna gaat het gebouw dicht, om pas vlak voor de eeuwwisseling weer open te gaan. De totale kosten van de renovatie bedragen circa 150 miljoen gulden. Daarvan zouden gemakkelijk twee nieuwe musea van deze omvang gebouwd kunnen worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.