*

 
dossier

Archief

Een zwaargewicht kameleon, vermomd als clubvoorzitter

HENK BOOM − 28/05/96, 00:00

Met de zege (2-0) tegen heeft Atletico Madrid zaterdag in het Spanje van de voetbaltitels en -bekers bereikt wat het zwaarst telt: 'el doblete', nummer een in de bekercompetitie en in de liga. Vooraf gegaan door trainers als Menotti, Clemente, Ivic en Atkinson heeft Radomir Antic de 'campeones' van Spanje rood-wit gekleurd. Daarmee kwam Atletico-voorzitter Jesus Gil y Gil, zondag in een karos, getrokken door vijf paarden, aan in het walhalla van glorie, macht en blaaskakerij.

In een van die hemels heet hij koning Jezus I. Deze wat frivool lijkende metafoor grenst aan dezelfde werkelijkheid waarmee Don Quichote ooit windmolens als kastelen bestreed in het land van Sancho en Dulcinea van Toboso. Jezus I is niets meer - en niets minder - dan de letterlijke vertaling van Jesus I, de titel waarmee Gil y Gil zichzelf tot koning heeft uitgeroepen. Voor hem een droom, voor anderen een nachtmerrie.

De droom van de macht werd zondag onderstreept met een intocht in Madrid die zo pompeus en zo triomfantelijke was dat zelfs Julius Caesar zich in zijn graf moest omdraaien. De intocht was tegelijk begin en einde. Begin, omdat Gil y Gil daarmee aan de reis begon die hem het volgende seizoen moet leiden naar de ere-loges van de Europese voetbalcompetitie. Einde, omdat de roodwitte karavaan van de zegepraal na een bezoek aan de Madrileense regeerders eindigde in de kathedraal van Almudena, Heilige Maagd en beschermheilige van Madrid. Want bekers mogen pas in de prijzenkast als de overwinning met weesgegroetjes en bidprentjes aan haar is opgedragen.

Meer dan de apotheose van een spannende voetbalcompetitie was de carnavaleske optocht de bekroning van het mandaat van een voetbaltsaar die in negen jaar tijd meer trainers dan werksters versleet. De optocht bewees opnieuw dat Gil y Gil een synoniem is voor een man die zijn liefde voor witte raspaarden, stieren en stenen tuinleeuwen paart aan heldendom, populisme en machtspretenties. In het dagelijkse leven etaleert hij zich als een zwaargewicht kameleon, vermomd als voetbalclubvoorzitter, makelaar in onroerend goed, windmolen, profeet van de smakeloosheid, vriendelijk baasje, dweepzieke agitator en - 'last but not least' als burgemeester van het mondaine Marbella.

Zelf kwalificeert Gil y Gil zich als 'een verlichte leider van een liberale dictatuur'. Dat hij met die eigenschap voetballers en voetbaltrainers koopt en verkoopt alsof het om tweedehands automobielen gaat, wordt hem het minst aangerekend. Voetbal is voetbal, ook al hebben commentatoren, buren en rechters hem er op moeten wijzen dat hij de grenzen van het fatsoen overschrijdt als hij een Franse scheidsrechter voor flikker uitscheldt, een Braziliaanse voetballer uitmaakt voor 'verdomde neger' en andere buitenlandse spelers even makkelijk tot de hongerdood veroordeelt als het inquisitie-tribunaal ooit ongelovigen naar de brandstapel stuurde.

Het deert hem niet. Op het moment dat weldenkende landgenoten de beschuldigende vinger naar hem uitsteken, trekt hij zich terug achter de gepantserde deuren van zijn Club Financiero Inmobiliario of in de schaduw van zijn lijfwachten. In de Club - een vrijwel niet meer te ontrafelen netwerk van onroerend goedzaken - moet hij nogal wat tijd wijden aan dossiers waarin hij van fraude en corruptie wordt beschuldigd. In totaal lopen er nu vijftien rechtszaken tegen hem, volgens Gil y Gil alle gebaseerd op drijfzand en naijver.

Lijfwachten zijn vooral handig als je een onwillige collega eens voor zijn kop wilt rammen. Eerder dit voorjaar knalde hij zijn vuist tegen het hoofd van Jose-Maria Caneda, voorzitter van de Galicische voetbalclub Celta. De dreun - zo werd nadien berekend - had het effect van een inslag van een voorwerp van 39 kilo. Caneda wilde terugmeppen maar Gil's lijfwachten wisten dat te verhinderen. Maar ook zonder lijfwachten moet je van goede huize komen om een tank als Gil onklaar te maken.

Punt is alleen dat zijn gorilla's weer voor rekening komen van de gemeente Marbella, want daar stilt Gil y Gil zijn werkelijke honger naar macht en prestige. Als burgemeester van deze jetset-oase aan de Middellandse Zee heeft Gil y Gil precies gedaan wat de uit Hollywood uitgeweken filmsterren, de uit Duitsland gevluchte baronnen en de uit Madrid afkomstige aristocraten willen: geen gedonder op straat. Sindsdien zorgt een pretoriaanse garde voor orde en gezag. Wie lang haar heeft, is een drugsklant, lanterfanteren in het openbaar leidt tot verbanning, de straten worden twee keer per dag schoon geveegd, kortom alles wat Latijns-Amerikaanse dictatoren vroeger na een staatsgreep beloofden, heeft Gil y Gil langs de weg van de stembus bereikt: het oogt schoon. Voor kleine criminelen is er niets meer te beleven in Marbella.

De oppositie ziet in Gil y Gil de grootste crimineel. Zijn garde wordt beschuldigd van mishandeling, seksueel wangedrag en machtsmisbruik. Volgens doorgaans goed ingelichte kringen - Gil zelf ontkent alles - heeft hij twintig advocaten in dienst moeten nemen om alle aanklachten te kunnen pareren. Een ander teer punt is het geld. Hoe het binnenkomt in Marbella is nog te traceren maar wat er vervolgens mee gebeurt, onttrekt zich aan elke vorm van democratische controle. De gemeentebegroting zou een tekort hebben van 40 miljard peseta's. Toen Gil vijf jaar geleden aantrad, was er een overschot van 1,5 miljard.

Volgens het dagblad El Pais gaat er achter zijn voetbalzaken een waar imperium aan duistere onroerend goedzaken schuil waarmee hij toegangswegen naar Marbella heeft geplaveid met marmer en zwembaden heeft weggegeven aan achterbuurtbewoners. “Hij is een burgemeester die zichzelf de ene nacht een fascist noemt en alle communisten dood wenst en de volgende ochtend beweert dat hij het woord fascist niet kent en het uiteraard had over de politieke dood van de communisten.” Om zich binnen de muren van Marbella te vrijwaren van dit soort kritiek heeft hij een lokale radio- en tv-zender tot zijn beschikking om zijn oneindige goedheid te laten loven. Volgens El Pais hebben de reclameborden aan de provinciale weg plaats moeten maken voor een tekst: 'En toen was er licht: GIL'.

Wat Don Jesus in zijn meest verlichte dromen voor ogen moet staan, is een Spanje conform het model-Peron. Het begin is er al. In twee aanpalende dorpen aan de Costa del Sol regeren zijn zoon en een compaan als burgemeester. Met zijn Grupo Independiente Liberal (GIL) kan hij al meer macht uitoefenen aan de Spaanse zonkust dan menigeen lief is. Bovendien: waar hij in Marbella wordt gesteund met het geld van de adel, weet hij zich in Madrid gesteund door het arbeidersvolk dat zich elk weekeinde laaft aan het succes van Atletico. Inderdaad: Gil y Gil als de reïncarnatie van de Argentijnse dictator Juan Peron.

Wint Gil altijd? Vaak wel, zeker als hij wordt vergezeld door chequeboek, lijfwachten en advocaten. Kritiek weerlegt hij met bluf en grootspraak. Journalisten zijn geboren leugenaars. Een krant als El Pais smijt al maanden met modder naar hem. Dat de rechtbank in Segovia hem onlangs veroordeelde tot een miljoenenboete inzake een al bijna verjaard bankdossier, is net zo'n dwaling als een scheidsrechterlijke vergissing. Desondanks seponeerde een rechtbank vorige week een aanklacht van Gil y Gilnadat hij zich vreselijk had opgewonden over de milde kritiek van Elvira Yebra in een artikel in het conservatieve, doorgaans Marbella-gezinde dagblad ABC.

Lomp

“Ik vind hem lomp, onopgevoed, onbeschaafd en vulgair maar hij komt niet echt slecht bij me over omdat hij diep menselijk is, vaderlijk en een harde werker. Het lijdt geen twijfel dat al z'n fouten het gevolg zijn van zijn opvliegende karakter zodat je hem dat uiteindelijk nog kunt vergeven.....Maar alsjeblieft”, zo luidde de noodkreet van Elvira, “niet nog meer Gil y Gil in Marbella. Want de stad is in handen van een dagdromer die elke nacht een hallucinatie heeft die hij de volgende dag al in de praktijk wil brengen.”

Inderdaad, het zwaar gedecoreerde eikehouten bed kraakte zondagnacht in z'n voegen. Heftig transpirerend, zwaaiend met zijn knuisten waarin hij als jongetje in z'n dromen menig kikker had dood geknepen, hallucineerde Jesus Gil y Gil dat hij in zijn pas verworven imperium het eerste koninklijke decreet had uitgevaardigd: alle ambtenaren, ministers incluis, moeten verplicht rood-wit gestreepte overhemden dragen. De peseta maakt - in afwachting van de euro - plaats voor de gil. Hoofdstad van het koninkrijk wordt Marbella. Atletico Madrid blijft de komende tien jaar kampioen, hoe vaak FC Barcelona en Real Madrid ook winnen. En hij, Don Jesus, zou de rest van zijn leven slijten als Jezus De Eerste, koning van.....

Dat was het moment dat hij wakker werd en zijn advocaat belde.

mailIcon print |