AMSTERDAM - Eén enkele atoombom maakt een land nog geen supermogendheid. Je moet, om mee te kunnen doen, een groot aantal hebben, en ook een heleboel raketten om ze af te schieten.
De schattingen over hoelang Iran nodig heeft om een atoombom te produceren lopen uiteen, van zo'n acht tot drie jaar. Keiharde bewijzen dat Iran die wapens ook echt probeert te maken zijn er niet, althans niet openbaar. Als president Clinton zijn Russische collega Jeltsin overreden de verkoop van twee kernreactoren aan Iran te annuleren, kan deze zich beroepen op het Internationaal atoomagentschap (IAEA), dat begin dit jaar geen vreemde activiteiten bij Irans nucleaire installaties kon vaststellen. Nu zegt dat niet alles. Achteraf bleek dat Irans buurland Irak dichter bij zijn atoombom was dan ook het IAEA had vermoed.
Clinton zei maandag dat Rusland vast niet wil dat een buurland als Iran kernwapens krijgt. Maar of de Russen wakker liggen van die waarschuwing? Afgezien van de bewapening, zal Iran ook zijn economie moeten redden voor het de allures kan aannemen van een supermogendheid. Die economie ligt in puin, de rial bevindt zich in een vrije val ten opzichte van de dollar, door het Amerikaanse embargo en doordat Iran volgend jaar 4 tot 5 miljard dollar moet aflossen.
Zondag meldde de Britse krant Sunday Telegraph dat volgens Amerikaanse inlichtingenmensen Iran binnen drie jaar zijn eerste kernproef kan houden. Dat zou de voornaamste reden zijn geweest voor het handelsembargo, dat Clinton vorige week zondag afkondigde. De krant noteerde andere Amerikaanse zorgen. Iran heeft Russische MiG-29's aangeschaft en T-72 tanks. Verder bezit het drie Russische onderzeeërs, die met mijnen de toegang tot de Golf kunnen afsluiten, en daarmee de olietoevoer uit Saoedi-Arabië en Koeweit.
Ook heeft Iran, volgens de Sunday Telegraph, acht raketten van het type SS-N-22 gekocht van de Oekraine. Ze lijken op de Franse Exocets, die in de oorlog tussen Iran en Irak zo'n belangrijke rol speelden. Ze zijn alleen beter, vliegen op zo'n vijf meter boven zee in rare U-bochten op hun doel af en laten een schip in 17 seconden zinken.
Valse dollars
Amerikaanse commando's zouden op de Iraanse kust zijn geland om die raketten te vernietigen, maar te laat, want ze waren al verstopt in grotten. De krant rakelt tenslotte een bericht op dat eerder verscheen in de Franse pers, over drukpersen in Iran en in de Libanese Bekaavallei, die perfecte biljetten van honderd dollar produceren. Per jaar zou het gaan om twee miljard dollar, bestemd voor de Libanese pro-Iraanse Hezbollah-partij en de Palestijnse Hamasbeweging.
Heel lelijk allemaal, maar bewijst het dat Iran een meesterplan uitvoert om de wereld te ontwrichten? Het probleem bij een analyse van Irans beleid is dat de uitgangspunten ervan sterk uiteenlopen. Soms geeft rationeel eigenbelang de toon aan, dan weer ideologie. De steun aan Hezbollah en Hamas lijkt voort te komen uit ideologie. Voorstanders van export van Irans islamitische revolutie kunnen zich in Libanon uitleven, onder andere met kreten over de vernietiging van Israël.
Maar het is de vraag of de militaire versterkingen in de Golf ideologisch bepaald zijn. Het lijkt eerder dat ze een rationeel doel dienen, dat weinig heeft te maken met terrorisme of 'export van de revolutie'. Iran heeft een achtjarige oorlog uitgevochten met Irak. De Iraakse dictator Saddam Hoessein begon die oorlog in september 1980. Iran verloor doordat Irak, met westerse steun, technologisch superieur was. Dat Iran veel meer soldaten had, woog daartegen niet op. Nu Irak op zijn rug ligt kan Iran de achterstand goedmaken, zodat het Saddam Hoessein, als Irak weer op zijn voeten staat, af kan houden van avonturen. Als Iran met een atoombom bezig is, zal dat waarschijnlijk vooral vanwege Irak zijn.
Misschien is Amerika bang voor een wanhoopsdaad. Iran zou, net als Irak in 1990, kunnen besluiten zijn economische problemen op te lossen met de bezetting van een rijk buurlandje. Waarschijnlijk is dat niet, want de stunt van Saddam in Koeweit is nauwelijks herhaalbaar, omdat de verrassing ontbreekt.
Omslachtig
Misschien wil Amerika met zijn embargo Iran uitschakelen als verstoorder van het vredesproces. Het lijkt een omslachtige methode. Als Syrië de Golan terugkrijgt van Israël, zal het de Hezbollah aanpakken en komt er vrede. Iran zal daar waarschijnlijk weinig tegen ondernemen, want het heeft al aangegeven dat het zijn bondgenootschap met Syrië zal handhaven, ook als Syrië vrede sluit met Israël. Als Syrië de Golan niet terugkrijgt komt er geen vrede, zelfs niet als Amerika Iran wurgt.
Het kan ook dat het allemaal vooral om Amerikaanse binnenlandse politiek gaat. Republikeinen en Democraten bieden tegen elkaar op wie het meest anti-Iran en pro-Israël is. Maandag sloeg Clinton twee vliegen in één klap met een bevlogen anti-Iraanse rede voor een gehoor van leden van de Aipac, de pro-Israëlische lobby in Washington. Gisteren scoorde de Republikeinse senator Dole, met zijn voorstel de Amerikaanse ambassade in Israël over te brengen van Tel Aviv naar Jeruzalem. Eerder al hadden Republikeinen gedreigd met stopzetting van hulp aan Rusland. Het lijken openingszetten in de strijd om het Witte Huis, waarin de steun van joodse kiezers beslissend kan zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.