Cor Boonstra en Oskar Lafontaine, twee mannen die het economische nieuws van vorige week beheersten. Op het eerste gezicht een wereld van verschil. Twee uitersten op de sociaal-economische schaal. Boonstra, topman van Philips, aan geen grens gebonden, aan niemand verantwoording schuldig dan zijn aandeelhouders. Een harde, afstandelijke manager die vorige week bekendmaakte een derde van zijn fabrieken wereldwijd te zullen sluiten. Lafontaine, nieuwbakken superminister van financiën van Europa's machtigste economie: Duitsland. Een ouderwets linkse politicus die het vorige week na zijn installatie opneemt voor de miljoenen werklozen van Europa met zijn pleidooi dat centrale bankiers bij de vaststelling van de rentestand niet alleen moeten kijken naar de prijsstabiliteit, maar ook naar economische groei.
De eerste gooit mensen eruit, de laatste probeert ze weer aan het werk te krijgen. Toch werd hoon beider deel en daar begint de overeenkomst tussen deze twee extremen binnen het maatschappelijke spectrum.
Natuurlijk roepen vakbonden BOE! als er ontslagen worden aangekondigd. Ik zou wel eens een andere grammofoonplaat willen horen, maar anderzijds blijft het knellen als een redelijk lopend bedrijf mensen eruit zet.
BOE! klonk ook van centrale bankiers en zelfs Lafontaines politieke geestverwanten op diens verlangen Europa meer te laten zijn dan een financiële abstractie. Gelijk hebben zij dat ze niet door politieke kruideniers, die elke vier jaar hun huig naar de maatschappelijke wind laten hangen, voor de voeten willen worden gelopen als het gaat om het nastreven van prijsstabiliteit. Maar is het zo erg om temidden van de euro-euforie aandacht te vragen voor de miljoenen Europeanen zonder baan en zonder perspectief?
Tegendraads zijn die twee, niet bang om tegen de stroom in te gaan. Belust op macht, altijd nummer 1 zijn. Dulden geen tegenspraak. Arrogant ook, blijkt uit de vele beelden. Dat laatste is dikwijls een teken van onzekerheid. Ligt misschien aan hun afkomst. Boonstra's vader was melkboer, die van Lafontaine bakker. Kleinburgerij, waar zekerheid voorop stond. Houden wat je hebt, gooi nooit oude schoenen weg voor je nieuwe hebt. Dat soort dingen.
Nu die twee tot grote hoogten zijn opgeklommen, is onzekerheid dodelijk. Vandaar vaak de vlucht naar voren. Niet altijd is die vlucht onlogisch, onredelijk of zelfs onrechtvaardig. Boonstra's reorganisatie is ingegeven door een wereldeconomie die zich sinds tien jaar kenmerkt door lagere handelsbarrières en de ineenstorting van het communisme waardoor meer dan een miljard (!) supergoedkope arbeiders de markten zijn opgestroomd. Koppel dat aan een technologie waarmee het een fluitje van een cent is je zaken aan de andere kant van de wereld te laten uitvoeren of thuis je werknemer door machines te laten vervangen. In zo'n competitieve economie is het zaak alleen maar te doen waar je goed in bent. Beter nog, waar je de beste in bent. In zo'n wereld moet je snijden en plakken, snijden en plakken tot je de beste bent en blijft. Dat is goed voor aandeelhouders en werknemers.
Lafontaines pleidooi mag ouderwets zijn, wat is er tegen een fundamentele discussie als het gaat om de legitimatie van de Europese eenwording? Op het scherpst van de snede als dat moet, want het is nogal een stap. Waarom mogen politici daar niet aan bijdragen?
De makke van Boonstra en Lafontaine is dat zij een goede boodschap zo ongelukkig verpakken. Die twee zijn door hun karakter niet in staat met hun omgeving in gesprek te gaan. Te communiceren, zouden hun duurbetaalde adviseurs zeggen. Ze missen te enen male sociale intelligentie. Voor een manager/politicus van tegenwoordig een onmisbare eigenschap. Wie kon dat duidelijker zeggen dan Wim Sonneveld: 'Je zingt wel lekker, het komt alleen zo rottig je strot uit'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.