Vanavond en morgen nog in de Haarlemse Toneelschuur (20.30 uur), t/m 9 maart tournee door Nederland en België. Informatie: 023-5328450.
Maar onverschrokken presenteerde Swarte aldus zijn nieuwste voorstelling 'Parijs in de XXe eeuw', een toneelbewerking (Niek Barendsen) van het herontdekte manuscript 'Parijs au XXme' van Jules Verne uit 1863. Vanuit de vorige eeuw situeert Verne Parijs in het toekomstperspectief van 1963. Swarte op zijn beurt keert naar de 19e eeuw terug, stapt over 1963 heen en blikt en passant ook al naar 2097. En naar 1984 niet te vergeten, want het Parijs van de Firma Rieks Swarte vertoont verdacht veel trekjes van Orwells '1984'.
Ontmanteling van de individuele geest, verkilling en liefdeloosheid vormen de leidraden van 'Parijs in de XXe eeuw', en daar komt natuurlijk geheid opstand en verzet van. De held Michel, energiek-jongensachtig vertolkt door Rutger le Poole, komt naar Parijs om werk en liefde te vinden en bovenal een poëtisch bestaan te leiden. Maar dat kan amper meer in een wereld waar romans, gedichten, muziek en filosofie tot staatsgevaarlijke activiteiten worden gerekend. In zijn queeste naar poëzie raakt Michel in een anarchistisch complot betrokken, waaraan ook een zekere Jonkheer van de Droevige Figuur deelneemt. Michel moet de taak van Anarchist X overnemen door met een betonschaar de ankerdraden van de boven de stad hangende zeppelins door te knippen. Zijn passie voor literatuur brengt hem bij zijn liefde Lucie (Tjitske Reidinga), die zo vurig 'smoorverliefd wil worden' en tot dan toe nog niet weet op wie. In een knalgeel broekpakje verbeeldt Lucie de zonnestralen, die maar een paar seconden per jaar in deze kille toekomstwereld doordringen.
'Parijs in de XXe eeuw' is geen komische voorstelling geworden, ook al geen droevige, het is meer een voorstelling waarbij je je - de thematiek van de voorstelling getrouw - om het kwartier afvraagt hoe laat het zijn zou. Toch wil dat niet zeggen dat er niets gebeurt op het toneel. Swarte komt met een stoet rariteiten en ongekende uitvindingen aanzetten. Eigenhandig trekt hij een enkelhoge monorail over het toneel, de uitvinding van de trein openbaart zich in kartonnen rijtuigen met een sleep waterkruiken en strijkijzers achter zich aan, bordkartonnen stoomschepen varen over en weer, een fraai belichte lampion is na een handomdraai een zeppelin, een strak op borsthoogte gehouden lat is in één oogopslag als reling geduid, twee rolgordijnen staan opeens als kloeke boekenkasten, een bezemkast blijkt een klavier met dubbele registers en op een rol ronddraaiende partituur te herbergen. Zich hermetisch sluitende deuren zijn niet te zien maar wel te horen: de spelers sissen en wachten even voordat ze een ander toekomstvertrek binnengaan.
Letterkast
Ook voor vrije-toneelproducties is in deze wereld geen plaats; met een houten letterkast moet Michel leren hoe je levenloos en identiek theater voor de massa moet maken. “Een klucht zonder zes deuren is geen klucht”, krijgt hij te verstaan, en: “Probeer niet origineel te zijn!”. De essentie van 'tragedie' wordt geduid door het als 'traag-gedie' uit te spreken. 'Parijs in de XXe eeuw' wemelt van de visuele grapjes maar wordt, na de XXe geeuw, desalniettemin op een of andere manier ongrijpbaar. Ondanks het kwieke spel zou traagheid daar wel eens alles mee te maken kunnen hebben. Hoe theatraal-dramatisch de sneeuw tenslotte ook neerdaalt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.