*

 
dossier

Archief

'Netanjahoe maakte met kolonisten gemene zaak'

Door: redactie − 30/05/98, 00:00

Van onze correspondent TEL AVIV - De actie van de Joodse kolonisten om in de islamitische wijk in Jeruzalem negen nieuwe woningen te bouwen, was gecoördineerd met het bureau van premier Benjamin Netanjahoe. Dat schrijft de doorgaans goedingelichte journalist Sjimon Schiffer in de krant Jediot Achronot.

Hij beroept zich daarbij op bronnen binnen het ministerie van premier Netanjahoe. In dit opzetje was afgesproken dat de kolonisten van de extreem nationalistische Ateret Kohanim (Kroon der priesters) zouden wachten met hun actie tot de premier zelf niet in het land zou zijn. Netanjahoe was heel ver weg, in China, toen de kolonisten afgelopen maandag in het holst van de nacht de bouwmaterialen aanvoerden om hun bouwsels op te richten.

Zij wilden daarmee de Joodse aanwezigheid in heel Jeruzalem versterken. Ateret Kohanim gaat er prat op al zo'n zestig gezinnen en 150 religieuze studenten te hebben gehuisvest in de uiterst dichtbevolkte moslimwijk. De kolonisten weten zich gesteund door een multimiljonair uit Miami, Irving Moskowitz, dezelfde man die ook Bibi Netanjahoe vorstelijk heeft bijgestaan in zijn campagne voor het premierschap.

Met behulp van Moskowitz' miljoenen kopen de kolonisten huizen van Arabieren. Dat gebeurt meestal via stromannen, als ook met de nodige intimidatie. Het is niet helemaal duidelijk op wat voor wijze Ateret Kohanim het bewuste stuk grond nabij de Herodespoort verkregen heeft, maar vast staat dat zij geen bouwvergunning hadden.

Die lijken zij nu dankzij hun actie alsnog te krijgen, via een kleine omweg. Het compromis, waarbij zij uiteindelijk bereid waren hun biezen te pakken, is een wassen neus. De afspraak is namelijk dat de kolonisten van Ateret Kohanim eerst als een soort opzichters ter plekke mogen zijn, én overnachten, terwijl het bureau van oudheden zijn inspectie uitvoert. Het betreffende deel van de stad valt namelijk onder een soort monumentenzorg, het Israëlische bureau van oudheden.

Alvorens de gemeente een bouwvergunning kan afgeven, moet dit bureau nagaan of er geen oudheden worden aangetast door de bouw. Dat blijkt nu overigens al het geval, want bij de ontruimingsactie is een oude muur beschadigd. Haast elke schep in de grond in deze wijk in de oude ommuurde stad van Jeruzalem kan zonder enige moeite iets van oudheidkundig belang opleveren, maar dat zal in dit geval weinig uitmaken. Want volgens diezelfde overeenkomt zouden de kolonisten nu al de toezegging op zak hebben dat zij na de inspectie met de bouw mogen beginnen.

Schiffer schrijft in Jediot Achronot dat ene Matti Dan, een activist van Ateret Kohanim, verleden week de deur van het ministerie van Netanjahoe heeft platgelopen. Dan en zijn vrienden ontkennen dit ten stelligste, maar een bron binnen het ministerie laat geen twijfel: “alles was éé grote voorstelling, perfect geregisseerd, inclusief het tijdstip.

Want waarom, vraagt Schiffer, hebben de kolonisten niet afgelopen zondag, op de alom gevierde Jeruzalemdag, hun actie uitgevoerd, maar hebben ze twee dagen gewacht. Het antwoord: Netanjahoe was toen nog niet weg.

Schiffer wijst ook op de nogal vreemde persconferentie die de kolonisten woensdagavond hielden, waarin zij gewag maakten van de overeenkomst over de ontruiming en hun terugkeer als opzichters. Uit hun woorden bleek op geen enkele manier met wie die overeenkomst was gesloten, met de regering, met het stadsbestuur, of met het bureau van oudheden? Alle drie ontkennen, maar ze houden zich er wel aan.

Conclusie van Schiffer: “alles is ten goede gekeerd. De kolonisten, zegt de bron op het ministerie, hebben zich vreedzaam teruggetrokken, zonder de regering te beschuldigen van verraad. Anderzijds heeft de regering bewezen dat ze hen weet te verwijderen. En bovendien blijven ze!”

mailIcon print |