Nee, het PvdA-Kamerlid De Visser had geen hoge pet op van de drukker, die door het ministerie van buitenlandse zaken was uitgekozen om een nieuw paspoort te maken. 't Is geen oude adel, zei Paspoort-Piet in 1988 tegenover de parlementaire enquêtecommissie-Hermans, die het geklungel met het paspoort onderzocht. En daar had het Kamerlid toen veel mee gezegd. Inmiddels lijkt het erop dat we het van de oude adel ook niet meer moeten hebben. Uitgerekend over twee van haar vertegenwoordigers binnen het openbaar ministerie, graaf Van Randwijck en jonkheer De Beaufort, velt de enquêtecommissie-van Traa een hard oordeel.
Beetje toeval misschien, maar toch niet helemaal. De oude adel, die het nog onverminderd als plicht beschouwt (noblesse oblige) orde en gezag in de natie te stutten, is door de tijden heen een voorname recruteringsbasis voor de magistratuur gebleven. Dat is voor de cultuur in deze kring niet zonder gevolgen gebleven. Het kan niet anders of het elitegevoel, nog eens versterkt door de vereiste onafhankelijkheid, heeft tot een zeer gesloten cultuur van de magistratuur geleid. De democratiseringsgolf in de jaren zestig heeft daar weliswaar bressen in geslagen, maar de commissie-Van Traa heeft dit gesloten huis met zijn negentiende-eeuwse trekken nu volledig opengebroken.
Het ontluisterende beeld dat de natie donderdag te zien kreeg was zo verpletterend, dat de meeste politici zich niet eens waagden aan een antwoord op de vraag, die in de voorafgaande dagen vrijwel ieders lippen schroeide, namelijk of minister van justitie Sorgdrager zou moeten heengaan. Maar die vraag zal, zodra de eerste schokgolf is weggeëbd, terugkomen. Hoewel het rapport geen concrete punten bevat op basis waarvan de Tweede Kamer de minister zou kunnen wegsturen, de enqueëecommissie bovendien mild over haar oordeelt, is er wel degelijk reden de vraag op te werpen of Sorgdrager, die zelf zo lang van het vermolmde apparaat deel heeft uitgemaakt, de aangewezen figuur is om het herstel te leiden. Die vraag, die zij uiteraard in eerste instantie zichzelf moest stellen, heeft zij gisteren na uitvoerig politiek beraad positief beantwoord.
Daar heeft ze ook goede redenen voor. Vrijwel direct na haar aantreden anderhalf jaar geleden heeft zij, vooruitlopend op de uitkomsten van de enquête, een aantal maatregelen getroffen ter verbetering van de organisatie en de controle op de opsporingsmethoden. Maar er is nog iets anders dat er voor pleit dat zij het karwei voortzet. Het rapport-Van Traa mag voor een aantal leidinggevenden bij politie en justitie uitermate pijnlijk zijn, binnen de aanstormende nieuwe generatie wordt het juist als een verademing ervaren. Zij rekenen erop dat het als een breekijzer zal fungeren om structuren en patronen die als sterk belemmerend worden ervaren op te ruimen. Een van die patronen is de eeuwige stammenstrijd tussen de ministeries van justitie en binnenlandse zaken. De commissie-Van Traa oppert voor de zoveelste keer deze departementen samen te voegen. Zij trapt daarmee opnieuw op zeer lange Haagse tenen, maar het klimaat voor deze tot dusver onmogelijke operatie kon nu wel eens een stuk gunstiger zijn.
De crisis is ernstig, maar biedt tegelijk een uitgelezen mogelijkheid om dor hout te kappen en de organisatie te moderniseren. Dat de onvermijdelijke koppensnellerij voor de jonge generatie ook nieuwe carrièrevooruitzichten schept, speelt daarbij zeker ook een rol, maar tegelijk is er ook ongeduld en de uitgesproken wil om problemen te tackelen.
Nu kan het zijn dat Sorgdrager zich niet als de uitgesproken representant van de dertigers en veertigers beschouwt, binnen deze generatie wordt zij wel zo gezien. Het ziet er aldus naar uit dat er een stevig en zelfs vruchtbaar draagvlak bestaat voor het proces van herstel en modernisering, al zal dat heel wat voeten in de aarde hebben en een flink aantal jaren vergen.
De tegenstelling tussen de oude-adelcultuur en het storm en drang-gevoel van de nieuwe generatie is hier bewust wat scherp aangezet. Het zal duidelijk zijn dat het beeld genuanceerder is. De afstand tussen officieren van justitie en politie, die mede aan de door Van Traa gesignaleerde gezagscrisis heeft bijgedragen, is ook niet overal zo groot.
In de politiek is bijna terstond na het verschijnen van het enquêterapport een discussie losgebrand over de vraag of Van Traa de politie de handen niet te veel op de rug bindt. Vooral het CDA-Kamerlid Hillen zette dat debat meteen fors aan met zijn uitspraak dat we de politie niet met 'pleisters en een washandje' op pad mogen sturen. Het is de vraag of dat het werkelijke probleem is. Van Traa wilde de politiek weer eens voorhouden dat de beginselen van onze rechtsstaat 'geen boekenwijsheid' zijn. Waar ook de politiek de afgelopen jaren door het schrikbeeld van een oprukkende mafia op hol was geslagen, kan dat ook niet als overbodige luxe worden beschouwd. Tegen die achtergrond en gezien de opstelling van het CDA in het nabije verleden had Hillen best iets terughoudender kunnen zijn. Op z'n minst had hij blijk kunnen geven van reflectie, juist waar het onbeheerste roepen om gezag en orde zoveel ellende heeft gebaard.
Bovendien is het de vraag of Hillen wel de kern van het probleem raakt. Signalen uit het veld geven aan dat er in de eerste plaats behoefte bestaat aan duidelijkheid en dat de grootste frustraties zich richten op de schaal waarop in Nederland de internationale misdaad wordt bestreden. De roep om een centrale recherchedienst - geen aanbeveling van de commissie-Van Traa overigens - zal de komende tijd geheid weer opklinken. Hirsch Ballin gaf gisteren in deze krant al aan, dat hij spijt als haren op zijn hoofd heeft dat hij dat idee als minister te snel liet onderspitten.
De nieuwe generatie, om die voor het gemak maar weer even over één kam te scheren, denkt veel meer in internationale termen. Zij onderkent scherper dat Nederland een klein landje is, dat zich zo'n organisatorische verbrokkeling bij het opsporen van internationale misdaadstromen niet langer kan veroorloven. Maar ja, praten over de schaal in dit land leidt, zoals de discussie over de stadsprovincie Rotterdam opnieuw laat zien, al snel tot oeverloos gekissebis zonder concrete resultaten.
Ook de paarse coalitie, waarvan op dit vlak iets verwacht mocht worden, dreigt vast te lopen op taaie machtsposities en hardnekkige rudimenten uit het negentiende- eeuwse Nederland. Van Traa heeft nu in een van die rudimenten het breekijzer gezet, maar of van dat instrument gebruik zal worden gemaakt is nog maar de vraag. Tegelijk is duidelijk dat we het met de cultuur van de oude adel in de 21e eeuw niet meer zullen redden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.