Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Roken is ook al slecht voor het groene milieu. Want de tabaksteelt veroorzaakt ontbossing in landen als Zimbabwe en Malawi. Maar het is een illusie te denken dat roken ooit helemaal wordt uitgebannen. In Nederland wordt sinds 1993 zelfs weer meer gerookt. Daarom moet er maar een eco-sigaret komen, een rokertje met een keurmerk: de tabak in die sigaret is op duurzame wijze verbouwd.
De Kamerleden M. Augusteijn (D66) en W. Passtoors (VVD) kwamen gisteravond met die vondst tijdens de laatste van een reeks Nationale Duurzaamheidsdebatten in Amsterdam. Het duo werd nog net niet weggehoond, maar duidelijk werd wel dat die eco-sigaret er vooral nooit moet komen. “Ik zag de vertegenwoordiger van de tabaksindustrie al achter z'n hand lachen”, zei een toehoorder.
“We willen met z'n allen voorkomen dat jongeren gaan roken en dan kom je met zo'n eco-sigaret? Dan geef je de tabaksindustrie nou juist het perfecte marketingmiddel om jongeren tot roken over te halen. Wat zou ze nog tegenhouden, als die sigaret ook nog eens milieuvriendelijk is”, zei B. de Blij van de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro).
Tabaksindustrie en milieubeweging zijn het over de exacte cijfers niet helemaal eens, maar vast dat staat de tabaksteelt in zuidelijke landen tot ontbossing leidt, vooral omdat voor het drogen van de tabaksbladeren veel hout nodig is. De ene partij zegt dat voor een kilo tabak acht kilo hout nodig is, ofwel voor iedere driehonderd sigaretten een boom. Een stevige roker jaagt er zo per jaar een perceeltje van dertig bomen door. De andere partij, de tabaksindustrie, zegt dat de ontbossing niet kan worden ontkend, maar dat de omvang van de schade nou ook weer niet moet worden overdreven: met vier kilo hout per kilo tabak houdt het wel op. “En verder, waar hebben we het eigenlijk over,” aldus H. van Ronkel, woordvoerder van de industrie, “de tabaksteelt neemt slechts drietiende procent van het totale landbouwareaal op de wereld voor z'n rekening. Volgens Amerikaans onderzoek draagt de tabaksteelt slechts één procent bij aan de ontbossing. En slechts tien procent van de tabak wordt met hout gedroogd.” Van Ronkel wees erop dat de tabaksindustrie veel doet aan herbebossingsprojecten en terugdringing van het gebruik van hout. “Want de industrie is niet gebaat bij roofbouw in die landen.”
Zwak
Het gesprek dwaalde gisteravond geregeld af naar binnenlandse rookproblemen, zoals de vraag hoe voorkomen kan worden dat jongeren gaan roken. Nog voordat een discussie over de ontbossing goed en wel op gang was, laaide een oud twistpunt tussen anti-rook (Stivoro) en pro-rook (Van Ronkel) hoog op. Stivoro (De Blij) meldde dat het met zijn budget van 10 miljoen niet zo simpel is een anti-rookcampagne gericht op jongeren op te zetten, als de industrie daar reclamebudgetten van 250 miljoen tegenover kan zetten. (De industrie houdt vol dat er jaarlijks hoogstens 85 miljoen aan reclame wordt besteed.)
Een defaitistische houding, een zwak betoog, vond Van Ronkel: “Alsof je met een goede campagne geen gedragsverandering bij jongeren kunt bereiken. Natuurlijk kan dat, dat is vaak genoeg bewezen. In de verzekeringsbranche is ooit met veel succes de bromfietshelm tot een spannend object gemaakt.” Roker D. Engel zei gisteravond dat hij steeds meer het gevoel krijgt dat er tegen hem en zijn lotgenoten een hetze wordt gevoerd. “Eerst was er het meeroken, toen de accijns op sigaretten en nu weer de ontbossing. Wat is het volgende? Het gat in de ozonlaag? Zoek de oplossing bij de mensen die werkelijk de grote veroorzakers zijn van de ontbossing, zoals de houthandelaren. En niet bij de roker die een volkomen legaal product consumeert.”
De twee Kamerleden vonden elkaar tijdens het debat op de stellingen dat er in Nederland veel minder reclame zou moeten worden gemaakt voor roken, dat verkoop van tabaksartikelen aan jongeren onder de achttien moet worden verboden en dat er op en bij scholen een rookverbod moet worden ingevoerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.