*

 
dossier

Archief

België legt vervroegde vrijlating seksuele delinquenten aan banden

JOOP BOUMA − 29/08/96, 00:00

STOCKHOLM - De Belgische minister van justitie, Stefan de Clercq, zal morgen in de ministerraad een maatregel voorstellen, die vervroegde vrijlating van seksuele delinquenten een stuk bemoeilijkt.

Een college van rechters zal in het vervolg een oordeel moeten vellen over voortijdige vrijlating van veroordeelden. Zij moeten tot een unanieme uitspraak komen. Nu is het 'jawoord' van de minister van justitie voldoende. Zo kon het gebeuren dat Marc Dutroux, de hoofdverdachte in het Belgische zedenschandaal met een straf van twaalf jaar wegens verkrachting van meisjes, na drie jaar al vrij kwam.

De Belgische minister van buitenlandse zaken Erich Derycke, maakte dit gisteren in Stockholm bekend tijdens een persconferentie. Derycke sprak als hoofd van de zeventien personen sterke Belgische delegatie tijdens het congres tegen commerciële seksuele uitbuiting van kinderen. Derycke sprak als vertegenwoordiger van een land “dat in diepe rouw is”, dat “een zwaar trauma heeft opgelopen” en “dat in de ban is van schande en afschuw.”

“Ik richt mij tot u als een mens die geraakt is, in wat hij als het dierbaarste en het innerlijkste van zichzelf beschouwt, namelijk de onschuld van zijn kinderen. Deze onschuld werd vernederd en bezoedeld, eerst door verkrachting en daarna door moord uit seksuele perversiteit en winstbejag. De ontdekking van een pedofielen- en prostitutienetwerk in België, de barbaarsheid van de zaak, de voortdurende ongerustheid over het lot van de slachtoffers van deze perverse mooordenaars, treffen ons als mens, als beschaafd land en als vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap.”

Aan het begin van het congres, dinsdag, was een minuut stilte in acht genomen voor de Belgische meisjes Julie en Mélissa, slachtoffers van de zedenzaak. Het congres wilde daarmee ook de nagedachtenis eren aan vele andere kinderen die door seksuele mishandeling zijn omgekomen.

Derycke deed een beroep op de internationale gemeenschap. Sinds vorig jaar zijn in België weliswaar maatregelen van kracht tegen kinderprostitutie, kinderporno en mensenhandel, maar, zei de minister, “deze wetten volstaan niet, zoals de recente gebeurtenissen hebben aangetoond.”

Hij pleitte voor een snelle ratificatie van het Europol-verdrag door alle lidstaten van de gemeenschap. Juist Europol kan naar zijn oordeel een belangrijke rol spelen in het blootleggen van internationale netwerken voor kinderporno en -prostitutie. Eerder had ook de Nederlandse minister van justitie Sorgdrager zich al in die zin uitgelaten.

Tijdens een persconferentie na zijn speech, bezocht door zo'n 300 journalisten, kondigde Derycke een reeks maatregelen aan die hij wil treffen en deels reeds heeft getroffen, in de strijd tegen het sekstoerisme. Zo hebben de Belgische ambassades en consulaten opdracht gekregen informatie en dossiers te verzamelen over Belgen, die zich elders schuldig hebben gemaakt aan kinderporno, kinderprostitutie of kinderhandel.

Sinds april '95 kunnen Belgen die in het buitenland strafbare feiten plegen die in hun eigen land ook niet zijn toegestaan, thuis worden vervolgd. Derycke deed in Stockholm geen mededelingen over eventuele maatregelen tegen justitie en politie in zijn land, die ernstig in opspraak kwamen door de affaire-Dutroux. “Dat is een zaak voor de minister van justitie”, antwoordde hij op vragen.

Deryckes ambtgenoot De Clercq zal in de ministerraad ook met een plan komen om zedendelinquenten tijdens de detentie een behandeling te laten ondergaan. In tegenstelling tot Nederland kent België geen TBS, waarin behandeling is opgenomen. Hij brak een lans voor internationale samenwerking op het gebied van zedenmisdrijven. “Want die samenwerking heeft nu nog de snelheid van een postkoets, terwijl de daders zich met de snelheid van het licht bewegen, zelfs al op Internet.”

- Meer nieuws op pagina 3

mailIcon print |