Van onze redactie economie NIJMEGEN - De nieuwe bijstandswet, ingegaan per 1 januari, brengt vrouwen in het nauw. “Het betekent een omslag in het door de overheid met veel tamtam aangekondigde beleid voor economische zelfstandigheid”, stelt de juriste Judith Wielders.
Met de generatie Nederlanders, die na 1990 achtien jaar werd, had het allemaal moeten beginnen: vrouwen en mannen die zelfstandig hun geld verdienen en bij werkloosheid recht hebben op een uitkering, onafhankelijk van hun partner. In de praktijk bleek de zogenoemde '1990-maatregel' het startsein van een reeks bezuinigingen op de sociale zekerheid, die averechts werken voor de economische zelfstandigheid van vrouwen.
Dat concludeert Wielders in haar proefschrift waarop ze gisteren promoveerde aan de Katholieke universiteit Nijmegen. De slogan 'Een goede meid is op haar toekomst voorbereid', die de overheid eind jaren tachtig lanceerde, gaat in ieder geval voor de 29-jarige juriste zelf op. Twee jaar geleden, terwijl ze nog werkte voor haar doctorstitel, begon ze met een stage-opleiding waardoor ze zich over zo'n drie jaar rechter mag noemen.
Wielders onderzocht of de 1990-maatregel ertoe heeft bijgedragen dat vrouwen beter in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. De maatregel, geldend voor iedereen geboren na 1971, geeft kostwinners die hun werk verliezen niet langer automatisch recht op een aanvulling op de uitkering tot het sociaal minimum. Voorwaarde voor zo'n kostwinnerstoeslag werd dat de partner, meestal de vrouw, ook actief werk zocht.
Het lag in de bedoeling dat er een heel pakket van regelgeving zou volgen, met als uiteindelijk resultaat een gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen. Wielders constateert dat het uitblijven van dit vervolg een belangrijke verklaring is voor het mislukken van de 1990-maatregel. “Er is geen specifiek beleid gekomen voor die generatie. Wel zijn er voorstellen gedaan voor wetswijzigingen, maar zonder resultaat.”
De discussie rond het minimumloon vindt ze een goed voorbeeld. De kleine linkse partijen vonden het rechtvaardig het minimumloon, berekend op een heel gezin, te verlagen in ruil voor individuele uitkeringsrechten. Het toenmalige CDA/VVD-kabinet wilde hier niet van horen. “De regeringspartijen wezen erop dat kostwinnersvoordelen juist de lagere inkomensgroepen beschermen.” De juriste vindt dat niet helemaal onterecht maar wel inconsequent, gezien het uitgangspunt dat iedereen recht heeft op een eigen inkomen.
Een tweede reden, volgens Wielders, dat de 1990-maatregel zonder effect bleef, was dat de sociale diensten gezinnen een toeslag toekenden zonder de eis te stellen dat beide partners solliciteerden. Bij de twaalf sociale diensten die ze bezocht, bleek dat er helemaal niets bekend was over de 1990-maatregel, of dat er iets niet klopte.
Probleem is, volgens Wielders, dat mannen en vrouwen vanaf 1980 weliswaar dezelfde aanspraken hebben op de sociale zekerheid, maar dat dit in de praktijk leidt tot ongelijkheid. De gelijke behandeling had namelijk onmiddellijk bezuinigingen op de uitkeringen tot gevolg. De regering verscherpte zowel de toetredingseisen als de hoogte van de uitkeringen. Dit raakte vooral vrouwen die vaker dan mannen onregelmatig en deeltijdwerk hebben.
De nieuwe bijstandswet die mensen met kinderen ouder dan vier dwingt te solliciteren, ziet Wielders als een verdere belemmering van economische zelfstandigheid voor vrouwen. “Ik zie van de herziene bijstand geen emancipatoire werking uitgaan. De combinatie van arbeid en zorg is gewoon moeilijk in Nederland.” Haar oplossing overstijgt de grenzen van het recht. “Ik vind het heel belangrijk dat er meer aandacht komt voor deeltijd-arbeid. Vooral voor mannen, zodat die zich ook meer gaan bezighouden met zorg.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.