*

 
dossier

Archief

Rapport: Afgepaste hoeveelheid onderwijs per leerling

Door: redactie − 27/01/95, 00:00

Van onze onderwijsredactie DEN HAAG - Na de mavo, het VBO of de eerste drie klassen havo en VWO moet er een scherpere selectie voor leerlingen komen. De scholier moet op dat moment van de school een advies krijgen over de verdere opleiding.

Wie het havo aankan, krijgt nog drie jaar de tijd om dat diploma te halen. Wie VWO aankan krijgt daarvoor nog vier jaar tijd.

Wie een andere richting uit wil, krijgt op dat moment nog vier jaar tijd. De school krijgt een leerling ook niet langer gefinancierd.

Volgens de commissie-Kemner, die gisteren een rapport ('Leerwegen gewogen') publiceerde waarin dat staat, is zo'n scherpere selectie de oplossing voor de steeds hoger wordende kosten van het onderwijs.

Steeds meer jongeren volgen een opleiding, maar ook doen ze er steeds langer over. Soms is dat omdat ze blijven zitten, soms omdat ze in een onderwijssoort terechtkomen waar ze niet op hun plaats blijken.

Het geld dat te besparen zou zijn door de routes door het onderwijs te stroomlijnen, moet volgens Kemner - vroeger voorzitter van de vereniging van hogescholen, de HBO-raad - worden uitgegeven aan betere begeleiding van scholieren en studenten.

Tegelijk met de invoering van het zogeheten 'leerrecht', het recht op een afgebakende hoeveelheid onderwijs, moet elke scholier ook een 'leerdossier' krijgen, waarin de prestaties van die scholier worden bijgehouden en dat met de leerling meegaat naar elke volgende school.

Kemner en zijn commissie onderscheiden het onderwijs in drie soorten. Op 'funderend onderwijs' (basisschool, mavo, voorbereidend beroepsonderwijs en de eerste drie klassen van havo en VWO) heeft volgens hen iedereen recht.

Op twee andere soorten onderwijs moet het recht worden ingeperkt, vinden Kemner en zijn commissie. De ene soort is wat Kemner 'studiekwalificerend onderwijs' noemt: de hogere klassen van havo en VWO. Daarvoor krijgt een scholier één jaar langer de tijd dan het programma duurt. Bovendien is de toegang alleen bedoeld voor scholieren die het volgens de school aankunnen.

De andere soort heet 'beroepskwalificerend onderwijs'. Daar rekenen Kemner c.s. toe: het leerlingwezen, het (kort) middelbaar beroepsonderwijs, en de opleidingen van hogeschool en universiteit. Op die laatste soort moet iedereen volgens Kemner vier jaar toegangsrecht krijgen. Dat recht mag overigens ook later worden opgeëist: tot het 35ste jaar.

Wie langer dan vier jaar wil studeren, moet dat zelf betalen. Uitzondering daarop zijn MBO'ers die verder willen in het HBO. Zij krijgen drie extra jaren.

Het advies dat een school rond de 15de verjaardag aan de scholier geeft, is overigens niet bindend. Ouders die hun zoon of dochter per se naar het vwo willen sturen terwijl de school dat niet verantwoord vindt, kunnen dus toch hun zin krijgen.

Kemner: “Het zou buitengewoon vergaand zijn om ouders te dwingen. Alleen moeten ze de consequenties van zo'n keus dan wel zelf dragen.”

De eerste reacties op 'Leerwegen gewogen' zijn sceptisch. De CNV-onderwijsbonden PCO en KOV vinden dat de commissie-Kemner er te sterk van uitgaat dat keuzes in een onderwijsloopbaan te voorspellen zijn.

Ook vinden ze dat het middelbaar beroepsonderwijs niet in korte tijd tweemaal een nieuwe manier van financieren moet krijgen.

Ook de HBO-raad reageert zorgelijk. In de plannen van Kemner wordt het onmogelijk om van 'lagere' naar 'hogere' onderwijssoorten door te stromen. Dat vindt de raad onaanvaardbaar.

Staatssecretaris Netelenbos van onderwijs reageert afstandelijk op het idee om op scholen 'rendementsbekostiging' in te voeren, de financiering waarbij een school geld krijgt voor een vastgesteld aantal jaren.

mailIcon print |