“Voor jou tien anderen”, kan de goed geschoolde werknemer binnenkort tegen zijn baas zeggen, voorspelde de Industriebond FNV onlangs. Scholing is in. Vandaag staat het hoog op de agenda van het najaarsoverleg tussen de werkgeversorganisaties, de vakcentrales en het kabinet. De praktijk is nog weerbarstig. Een werkgever: “Denk niet dat je 's avonds een hele piet bent als je 's ochtends op school zit.” Een werknemer: “Bij kleine baasjes is het moeilijker cursussen volgen.”
Scholing moet daarom hoog op de agenda. Bedrijven moeten scholingsplannen maken en adviseurs in de arm nemen. Ook de loodgieter op de hoek en de fietsenmaker met zijn twee werknemers moeten er aan geloven. Voor de vervanging van werknemers die een cursus volgen, moet in de ogen van de bond een arbeidspool in het leven worden geroepen.
Maar ondanks mooie woorden als 'employability' is scholing ook voor de vakbond nog een tamelijk onontgonnen terrein. Enig overzicht van de schoolgang van werknemers in de industrie bestaat niet. Ook een lijstje van alle scholingsafspraken in CAO's is er niet, constateert M. Claassen, beleidsmedewerker opleidingen van de Industriebond FNV, spijtig. Toen ze onlangs van 55 bedrijfs-CAO's de scholingsafspraken op een rijtje zag, schrok ze. “Er wordt nog veel te weinig gedaan. Er is nog een lange weg te gaan.”
Ook als een notitie over het arbeidsvoorwaardenbeleid voor volgend jaar van haar eigen bond op tafel komt, slaat de schrik even toe. “Waar staan wij?” Achterin valt het woord scholing wel, maar op dit moment worden de CAO-onderhandelingen in de industrie nog voornamelijk in beslag genomen door andere kwesties, zoals korter werken en het ombouwen van vut-regelingen.
In de metaalnijverheid staat scholing op dit moment op de CAO-agenda, zij het niet hoog. De bonden proberen het aantal scholingsdagen onder werktijd uit te breiden van één naar twee per jaar. Daarnaast moeten werknemers de mogelijkheid krijgen die dagen op te sparen, om een langere cursus te volgen.
Uit een pas gepubliceerd uitgebreid onderzoek naar scholing in de metaalnijverheid - het eerste in zijn soort - blijkt dat scholing in de sector lastig te regelen is. De sector bestaat voor driekwart uit bedrijven met minder dan tien werknemers. Daar is het voor werknemers moeilijk overdag weg te gaan voor een cursus. Vandaar de vervangingspool waar de industriebond voor pleit.
Iets meer dan de helft van de werknemers in de metaalnijverheid heeft de laatste drie jaar een cursus gevolgd, blijkt uit het rapport. Terwijl werkgevers geld storten in een opleidingsfonds waar in principe elke werknemer een beroep op kan doen.
Dat betekent niet dat die fondsen ieder jaar veel geld over houden, blijkt uit een gisteren bekend gemaakt onderzoek van de vakcentrale FNV. De metaalnijverheid heeft nog wel een reserve van 65 miljoen gulden maar teert per jaar 20 miljoen in. De bouwnijverheid heeft met 650 miljoen wel een veel te riante pot, omdat te weinig werknemers scholing volgen. Maar de fondsen voor de overheid, de dienstensector en de levensmiddelenindustrie hebben helemaal geen geld over.
Dat werkgevers soms wel erg achteloos met de opleiding van hun werknemers omgaan, ervaarde Claassen eerder deze week. “Ik was bij een bedrijf dat 12 miljoen gulden winst maakt. Omdat het iets slechter gaat, heeft de werkgever alle cursussen voor de werknemers geschrapt, behalve die in de automatisering en de wettelijk verplichte dagen voor ondernemingsraadsleden. Terwijl het hooguit om een paar ton gaat.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.