De vochtige dreunen die de wind tegen het raam sloeg deden mijn hart sneller bonken. Hevig transpirerend maakte ik me los van de laatste flarden van de nacht en schudde de kleverige slaap van mij af. Storm! Op het dek! Vrouwen en kinderen eerst! Nooit eerder ben ik met zoveel geweld wakker geschrokken als op de ochtend van afgelopen woensdag. Nu moest het dan toch gebeurd zijn, dacht ik. Al twee dagen waarschuwden kranten en tv-journaals voor de aanstaande catastrofe. De dag tevoren had zelfs het nietige Dordtse bedrijfje RMD met zijn angstaanjagende alarmkreet een brede weg naar de nationale media gevonden: 'Er bestaat een reƫel gevaar voor instorting'.
Badend in het zweet en het onbehagen snelde ik naar pagina 703 van teletekst. 'Windkracht negen!', schreeuwden de blauwe lettertjes. Fatalistisch en verslagen schoof ik het gordijn opzij. De bomen in de straat leken door een onzichtbare vuist te worden gekneed en gewrongen en ook zag ik hoe de wind de vuilnisbakken tegen de gevels joeg. Maar daar, in de verte, ontwaarde ik het wonder. Ingeklemd tussen een als een riet buigende Euromast en het melkwit van het Dijkzigtziekenhuis stak boven het dak van het belastingkantoor fier en roerloos mijn geliefde brug uit. Maar voor hoe lang nog?
Ik sprong in mijn kleren en rende naar buiten. Aan het einde van de Westzeedijk aangekomen draaide ik naar rechts en kwam oog in oog met de Zwaan te staan. Hij stond als een eenzaam spook onder een deksel van zink en lood te zwijgen. Maar alvorens tegen zijn resonerende tuien aan te kruipen moest ik eerst een formidabele hindernis nemen. De crème de la crème van de Nederlandse journalistiek vormde een vijandige haag tussen de brug en mij. De microfonen werden bij bosjes onder mijn neus geduwd, terwijl tv-lenzen op mijn trillende handen inzoemden. 'Bent u een ras-Rotterdammer?' 'Kunt u ons in plat Rotterdams vertellen hoe erg het is om die brug straks in het water te zien ploffen?'. 'Wat gaat er door u heen bij het zien van uw dansend paradepaardje, uw zwabberende zwaan, uw vleugellamme vogeltje, uw slappe harp, uw bibberbrug?'. 'Het was toch peperduur, dit prestige-object van de Pepertjes?'
Ik beet op mijn lippen en baande me een weg door het Gooise en Amsterdamse gespuis, door hun waarschuwingskreten achterna gezeten. Nadat ik op het midden van het mooiste kunstwerk dat ooit in Nederland is vervaardigd was aangekomen, wist ik het zeker: de Nederlandse media hebben weer een fabeltje bij elkaar gelogen. Anderhalf jaar geleden deden ze ons al geloven dat de dijken op instorten stonden. Vervolgens besloten goedgelovige ambtenaren een ware volksverhuizing op gang te brengen.
Deze week ging het er niet anders aan toe. Na de anti-Rotterdamse hetze van de noordelijker gelegen media-instituten durft nog maar een handvol trambestuurders in halflege voertuigen met een bejaardengang over de Erasmusbrug te schuifelen. Maar gelukkig kan ik u vanaf de Zwaan berichten dat er geen reden tot ongerustheid bestaat. Want hoewel de storm zijn hevigste punt bereikte heb ik woensdag geen enkele bibbering kunnen waarnemen. Stevig als een rots ervoer de Zwaan het winderige geweld als een aangename kieteling van zijn majestueuze veren en kreeg hij hooguit wat kippevel door zijn tuien. En vertel me niet dat dit door een paar slappe nylondraadjes komt.
Het lijkt me dus verstandig om voortaan de verdere berichtgeving over de brug logischerwijs aan de kunstredacties over te laten. Toen ik het legertje van postende rampreporters weer passeerde moest ik hen teleurstellen: 'Dames en heren, voor echt onheil even op de volgende deur kloppen a.u.b. U kunt zich niet vergissen: er staat Oost-Zaïre op.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.