BELGRADO - Sinds een dag of wat heeft het huis van de familie N. 's ochtends tussen zes en tien geen stroom. “Er zijn tekorten”, heet het officieel, “het leed moet gelijkelijk over de bevolking worden verdeeld”. Het commentaar van de heer des huizes is kort maar krachtig: “M'n reet!”
Voor de oorlog exporteerden we zelfs elektriciteit, zegt hij, nu kan dat niet meer vanwege de sancties. En driekwart van de industrie ligt stil. En dan toch nog te weinig voor ons? Het is alleen maar een truc om ons bang en rustig te houden.
Aan de oproep om, buiten die vier uur, vrijwillig te bezuinigen, doet hij dan ook niet mee. Sterker nog; hij draait, voor het naar bed gaan, de verwarming hoger. “Als je dan 's ochtends opstaat, hoef je tenminste niet met je voeten op een koude vloer”.
Hij is er chagrijnig van geworden, van het hele gedoe. Dagenlang miste hij zijn ochtendkoffie, maar daar heeft hij inmiddels wat op gevonden. Een oud en nogal wankel campingbrandertje brengt hem 's ochtends weer op gang.
Alleen is hij nu gisteren in de lift blijven hangen. Want de elektriciteit valt ook weleens onaangekondigd uit. Drie kwartier heeft hij tussen de derde en vierde verdieping gezeten. Helemaal verkleumd kwam hij tenslotte op de zesde aan. Uit revanche heeft hij die avond de verwarming nog drie graden hoger gezet.
De kinderen zitten er niet zo mee. Die vinden die afwisseling in hun bestaan eigenlijk wel leuk. De reden: de elektronische wekker laat nu om half acht geen geluid meer horen. “We zijn drie keer te laat op school gekomen”, meldt de oudste van 12 triomfantelijk, alsof hij zojuist een acht voor een proefwerk rekenen heeft gehaald, en hij vindt het bijna jammer dat het nu vakantie is.
Oma daarentegen neemt de stroomuitval zeer zwaar op. Haar grootste zorg; de diepvrieskist, die tot over de rand met etenswaar is gevuld. Ze durft er niet aan te denken wat er gebeurt als alles gaat ontdooien. Een journalist van het onafhankelijke weekblad Vreme dacht wel vooruit: Als de diepvrieskisten in Servie het begeven, dan breekt de revolutie uit.
Als het aan oma ligt zal het zover echter niet komen, in ieder geval niet in eigen huis. Voor alle zekerheid heeft ze daarom vorige week toch nog maar een varken gekocht. Het hangt nu in de badkamer en houdt je, gezellig schommelend, gezelschap als je op de wc zit.
Maar oma zou oma niet zijn, als ze ook daar niet helemaal gerust op is. Want ze heeft laatst ergens gehoord dat de boeren hun varkens niet of nauwelijks meer inenten, dus wie weet waar dat beest in de badkamer mee is besmet. Er gaan zoveel geruchten, zucht ze, ik weet niet meer wie of wat ik moet geloven. Denk je dat het echt waar is dat er bijna geen chloor meer is voor de waterleiding? Maar dan wordt binnenkort toch iedereen ziek!
De heer des huizes heeft geduld noch tijd om te filosoferen over de ellende die nog moet komen. Hij heeft het al druk genoeg met de huidige, harde realiteit. Op dezelfde dag dat de stroomvoorziening kuren begon te vertonen heeft namelijk ook zijn auto, een oude Yugo 101, definitief de geest gegeven. En in Joegoslavie betekent 'geen auto' dat je een aanzienlijk deel van je mannelijkheid verliest.
“Weet je wel wat het betekent om met de bus te moeten?”, vraagt hij, alsof de toehoorder hem dit leed hoogstpersoonlijk heeft aangedaan. Je moet een veldslag leveren om de bus binnen te komen en je hebt mazzel als'ie het niet halverwege de rit wegens gebrek aan benzine of afvallende onderdelen begeeft. En als je pech hebt (“bij een vriend van me is het gebeurd”), zit er een of andere gek met een revolver die de bestuurder dwingt naar de andere kant van de stad te rijden.
Voor een dergelijke non-service weigert hij te betalen. Net zoals voor de elektriciteit trouwens, daar doet hij ook niet meer aan mee. Niet dat de kosten nou zo hoog zijn. De torenhoge inflatie eet de rekening vanzelf en heel snel op. Het gaat om het principe, zegt de heer des huizes, maar zelfs dat vermag hem nauwelijks wat vrolijker te maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.