Wat heeft de familie Gümüs met Nederland te maken? Veel, heel veel. De familie heeft ons een aardige spiegel voorgehouden, een lachspiegel eigenlijk. Wat zien we daarin? Een over het paard getilde politieke prima donna die zijn partij in de ban doet wanneer men de regels niet wil veranderen op zijn dictaat. Een staatssecretaris die tegen een volk dat zijn eigen regels niet wenst te respecteren zegt: 'Zoek het dan zelf maar uit.' Het is veel Nederlandser dan je op het eerste gezicht geneigd bent te denken.
In wezen komt de discussie over de familie Gümüs neer op het volgende: Geldt de rule of law of geldt de rule of men? De 'rule of law' (de heerschappij van het recht) betekent dat men zich aan regels houdt en deze niet telkens verandert wanneer het resultaat even niet goed uitkomt. Niet de grillen van mensen heersen ('rule of men'), maar het recht.
Wat de heerschappij van het recht en de ondermijning daarvan inhouden, kan men illustreren aan de hand van het strafrecht. In het strafrecht geldt het beginsel - heel algemeen geformuleerd - dat de overheid zich aan het recht houdt. Dat betekent dat de overheid een burger alleen mag opsporen, vervolgen en veroordelen wanneer daarvoor een wettelijke grond bestaat. Een wettelijke bepaling is een noodzakelijke voorwaarde voor veroordeling. Noem dat principe het legaliteitsbeginsel I. Maar traditioneel ging men er ook van uit dat telkens wanneer een wetsschending had plaatsgevonden de overheid ook moest vervolgen. Waar had je zo'n wet anders voor? Noem dat legaliteitsbeginsel II.
Het beginsel I staat nog overeind, maar het beginsel II, daarin is de klad gekomen. Met de toegenomen criminaliteit bleek al snel dat niet alle wetsschendingen kunnen worden vervolgd in verband met de overbelasting van het opsporings- en vervolgingsapparaat. In plaats van het beginsel 'alle wetsschendingen vervolgen' kwam 'wetsschendingen in beginsel vervolgen, maar er kunnen redenen zijn om dat niet te doen'. Deze afgezwakte vorm van legaliteitsbeginsel II gold tot aan de jaren '70. Toen kwam er een breuk. Dat had te maken met de swingende jaren '60. Velen dachten dat in de wetten dingen stonden die eigenlijk niet zo ernstig waren (stickies roken, pornografie, godslastering enzovoorts). Waarom zouden we niet zeggen: 'In beginsel wetsschendingen niet vervolgen, tenzij er een reden is om dat wel te doen'? En zo geschiedde.
We noemen dat 'gedogen'. Een bepaalde gedraging is dus wél strafbaar gesteld in de wet, maar op overtreding van die wet volgt geen reactie van de overheid die met de handhaving daarvan is belast. De regels zijn er wel, maar we maken er geen punt van wanneer ze niet worden gehandhaafd. Inmiddels is het, laten we het maar eerlijk zeggen, een puinhoop geworden met dat gedoogbeleid. Niet alleen in het strafrecht, maar ook in het bestuursrecht. Ja, overal eigenlijk.
En nu zijn er weer mensen die heel onbevangen de vraag stellen waarom je wel regels zou maken en deze vervolgens niet handhaven. Is dat niet een beetje vreemd? Geeft dat niet een grote onzekerheid over de status van het recht? Is het niet de vervanging van de 'rule of law' door de 'rule of men'? Immers, de vervolgende instanties gaan dan - los van wat er in de wet staat - willekeurig schiften wat wel en niet vervolgd zou moeten worden.
Maar Ed. van Thijn is aan deze nieuwe wijze van denken nog niet helemaal gewend. Hij behoort tot de generatie die haar politieke vorming opdeed in de jaren '60. Hij denkt dat de regels er zijn om naar willekeur dan eens wel en dan eens niet toe te passen. En als de PvdA-coryfee het met de regels niet eens is, dan slaat hij hard met zijn vuist op tafel.
Ik ben benieuwd wat het zal uithalen. Het zou een aardig signaal zijn als hij hierin eens niet zijn zin kreeg. Stilletjes hoop én verwacht ik dat. Inmiddels is ook de regering tot het inzicht gekomen dat aan het schenden van de 'rule of law' schaduwkanten kleven. Terwijl premier Kok nog heldhaftig het Nederlandse drugsbeleid in Ierland verdedigde liet de regering tegelijkertijd een notitie uitgaan waarin de 'grenzen van het gedogen' centraal stonden. Het is een zeer wollige en obscure notitie. En hoe kan het anders? De ambtenaar die over dit onderwerp een consistent verhaal moest schrijven was met een onmogelijke opdracht opgezadeld. Maar één ding is toch wel duidelijk: het gedogen is over zijn grens heen. De jaren '90 zijn kennelijk iets anders dan de jaren '60.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.