*

 
dossier

Archief

De lessen van de zaak-Eijk

Ton van Schaik − 13/09/99, 00:00

De Utrechtse kerkhistoricus Ton van Schaik kon op landelijke interesse rekenen toen hij vorige maand in het weekblad Hervormd Nederland begon te citeren uit de college-tractaten van Wim Eijk, de nieuw benoemde bisschop van Groningen. Het was het begin van een affaire. In een open brief noemde Eijk die citaten 'uit hun verband gerukt'. Van Schaik reageert nu op die kritiek: 'Wat Eijk echt in zijn hoofd heeft, kun je lezen in die tractaten. Dat is zijn agenda.'

De mensen verwachten blijkbaar nog iets van een bisschop. Dat is een possieve conclusie die aan de negatieve publiciteit rond dr. Eijk kan worden verbonden. Er is heel wat duidelijk geworden. Over de persoon van de nieuw benoemde, over Rolduc, en over de criteria voor nieuwe bisschoppen.

Het rumoer rond de benoeming van dr. W.J. Eijk tot bisschop van Groningen is nog niet uitgewoed. Dit tot ergernis van kardinaal Simonis en de nieuw benoemde zelf, die zich over deze inderdaad ongelukkige start in RKK's Kruispunt beklaagden, daarbij degene die in HN Magazine royaal uit de Rolducse tractaten had geciteerd in het voorbijgaan als schuldige aanwijzend.

Al in 1950 betoogde paus Pius XII dat in de kerk een publieke opinie noodzakelijk is, en veel kerkmensen hebben dat vroom beaamd, maar als die publieke opinie zich werkelijk gaat roeren is het huis te klein. Een jaar of wat geleden zei aartsbisschop John Patrick Foley, voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemedia (het Vaticaanse pr-bureau), dat de kerk een 'glazen huis' behoorde te zijn, waarin iedereen kon weten wat er gebeurt.

Dat het zover nog lang niet is, weet elke journalist, en hij stelt het vooral vast bij bisschopsbenoemingen. Als op zaterdagmiddag om twaalf uur zo'n benoeming via de radio is bekend gemaakt, volgt er een nietszeggende persconferentie waarvan de vragen en de antwoorden intussen bekend zijn, een televisieportretje met het geboortehuis en liefst ook een familielid van de aankomende prelaat en dat is het. Daarna is het afwachten, lijdzaam toezien en er het beste van hopen. Dat ligt nu anders en dat is winst, die de binnenkerkelijke discussie ten goede kan komen. Met de beredeneerde bloemlezing uit de moraal-tractaten van Eijk is in minstens drie roomse schemerzones wat licht gekomen.

Ten eerste weten we wie dr. Wim Eijk echt is. Nergens heeft hij zich vrijer gevoeld, en nergens heeft hij zich minder terughoudend over zijn opinies en zijn aanpak uitgesproken dan juist voor de priesterstudenten van Rolduc en het St. Janscollege. Die openheid kan nooit meer worden overtroffen. Het neo-thomistisch doortimmerde bouwsel van zijn moraaltheologie is voor iedereen te bezichtigen.

Het verwijt dat de citaten uit hun verband zijn gerukt is een beetje flauw. Daarom is het een goede zaak dat NRC-Handelsblad heeft besloten de betreffende teksten op Internet te zetten, zodat iedereen zich een oordeel kan vormen. Ook Paul Cliteur, die zich in de discussie ontpopte als een soort vrijdenkers-inquisiteur, beweerde voor Radio 5 losjes dat uit die tractaten 'tendentieus' was geciteerd, terwijl hij daar niets van kon weten. Dat was niet erg humanistisch en niet erg netjes van hem. De beschikbaarheid van de volledige tekst zal leren, dat het fundament onder deze bolwerktheologie nog vermolmder is dan ik al meen te hebben aangegeven, de voorbeelden nog absurder, de pretenties nog grotesker, de theorie nog ijler.

In het Johannes-evangelie wordt van de goede herder gezegd dat hij niet alleen zijn schapen kent, maar ook zijn schapen hem. Aan de evangelische aanwijzing is met deze tot nu toe niet vertoonde openheid in elk geval enig recht gedaan. Velen, waaronder ook de collega-bisschoppen zeiden: geef hem een eerlijke kans. De bisschoppen vroegen: laat hem groeien in zijn ambt. Maar daar zijn de gelovigen niet voor. Een bisschop is er integendeel om zijn mensen te laten groeien in het geloof. En dokter Eijks interne geneeskunde deugt daar niet voor. De zondenlijsten van Rolduc willen mensen laten groeien door ze klein te houden. De praktijk zal hem veranderen, zei bisschop Ernst en zeggen anderen met hem. Ik acht dat een illusie.

Ten eerste is Wim Eijk niet benoemd ondanks, maar dankzij zijn opvattingen. De verwachting, misschien wel de eis, van degenen die hem op deze post hebben neergezet was dat in de Nederlandse bisschoppenconferentie de opinie van de Romeinse instanties inzake seksuele moraal en medisch-ethische kwesties duidelijker zou worden verwoord.

In zijn lessen en in de methode van lesgeven liet de docent zich bovendien kennen als een man die kritische vragen hooghartig negeerde, er niet op wenste in te gaan, de vragenstellers kleineerde. Waarom zou hij dat als bisschop anders doen?

En tenslotte heeft de nieuw benoemde zelf al in zijn korte brief van 1 september laten weten dat hij 'de kerkelijke visie' altijd heeft uitgedragen en dat hij dat ook als bisschop zal blijven doen. Verwacht van mij dus geen veranderingen, behalve dan dat ik vanaf vandaag optreed als pastor, dat was ongeveer de boodschap.

Maar wat is dan die fameuze pastorale benadering, die hij nu opeens zegt te zullen gaan hanteren? Is dat iets meer dan pappen en nathouden, kruisjes uitdelen, vriendelijk knikken en kritische vragen welzalven zoals hij al deed in Kruispunt-tv? Wat hij echt in zijn hoofd heeft, kun je lezen in die tractaten. Dat is zijn agenda.

Het tweede dat de publikatie uit de Eijk-files heeft opgeleverd is dat er geen vooroordelen meer hoeven te zijn over Rolduc en het St. Janscentrum. Men kan er nu een oordeel over hebben. Er moet over die opleidingen veel meer openheid komen, veel meer gedachtenwisseling, terwille van de studenten in de eerste plaats, en verder voor de mensen voor wie ze straks pastor moeten zijn. Kardinaal Simonis zei voor de tv dat die tractaten naar buiten waren gebracht door 'een geloofsgenoot'. Niet dat dat er iets mee te maken heeft, want een mens doet gewoon zijn werk. Maar nu dat toch gezegd is, kan ik nog explicieter zijn.

Ik ben al zo'n jaar of acht als docent kerkgeschiedenis verbonden aan een priesteropleiding, Bovendonk in Hoeven, vallend onder de verantwoordelijkheid van de bisschop van Breda. Daar wordt op een heel andere manier ethiek gedoceerd, waarover later misschien nog eens. (Overigens bleek de kardinaal Eijks tractaten in het geheel niet te kennen, wat mij weer als een curieuze nalatigheid voorkwam.)

Waar het nu om gaat, is het volgende. Stel dat in een studentenbespreking, bijvoorbeeld met het oog op de jaarlijkse diakenwijding, iemand zou worden gepresenteerd met de moraal-theologische bagage en de geesteshouding zoals die oprijzen uit de Rolducse tractaten, dan zou ik, waarschijnlijk met het merendeel van de collega's, tegen zo'n kandidaat ernstige bedenkingen uiten. Zo iemand is ongeschikt voor het pastoraat in de kerk van vandaag, en al helemaal voor het gesprek met de wereld buiten die kerk.

Nog iets anders. Eijks bewering dat die teksten nog niet uitgekristalliseerd waren en nog niet rijp genoeg, heeft mij vooral bitter gestemd met het oog op die studenten van Rolduc en Den Bosch. Nog niet rijp voor publikatie, maar wel goed genoeg om jarenlang aan toekomstige priesters, jonge jongens, zelf nog bezig volwassen te worden, te worden uitgedeeld en ze er de pastorale praktijk mee in te sturen. Een praktijk die er wel heel anders uitziet dan hun in deze onwerkelijke papieren wereld was voorgehouden. Mij komt zoiets cynisch voor.

De laatste donkere kamer waarin een streepje licht is gevallen betreft de benoeming van zo'n nieuwe bisschop. Iedereen kan nu zien wat de criteria zijn waaraan in Rome een kandidaat moet beantwoorden. De kardinaal was voor de televisie wel heel snel met dat naar de Congregatie voor de Bisschoppen door te schuiven. Hij liet de procedures die aan de voordracht bij de Congregatie voorafgaan ongenoemd. Daarin heeft hij wel degelijk een cruciale rol gespeeld. Zijn eerbied voor de medische kennis van Eijk was bekend: hier was de man die hij nodig had. De kritische stemmen die gehoord werden op de fameuze besloten hoorzitting van 10 november vorig jaar in Amersfoort heeft hij genegeerd. Datzelfde deed hij met de bischoppenvergadering, waar verdeeld werd gestemd toen Eijks mogelijke bisschopskandidatuur aan de orde was. En tenslotte ging de voordracht van de Groningse kanunikken de prullenmand in, die toch het beste kunnen beoordelen wie ze daar nodig hebben.

Uiteindelijk werd het deze Roermondse priester, van wie nog nooit iemand in de drie noordelijke provincies had gehoord en die men kennelijk het voordeel van de twijfel gunde. Die twijfel is na korte tijd bij velen, heus niet alleen bij actievoerder Herman Verbeek, in een afwijzing omgeslagen. In plaats van de vorige bisschop die zijn oude vak bijhield, krijgen Groningers er nu een, die al bij de start in zijn vak vele ontwikkelingen achterloopt.

Heel de indrukwekkende stoet van katholieke geestelijke bevrijders vanaf 1950 - Han Fortmann en Hein Ruygers, Anna Terruwe en Willem Grossouw, de bischoppen Alfrink, Bekkers en De Vet, Buytendijk, Trimbos en Bartels - al het werk van de Katholieke Centrale Vereniging voor Geestelijke Gezondheidszorg, voor Eijk is het vergeefs geweest. Wat katholieken (en anderen) anno 1999 van een bisschop verwachten, heeft deze met het Opus Dei gelieerde theoloog niet te bieden.

Het goede nieuws is dat de mensen in dit geseculariseerde land blijkbaar nog steeds iets van een bisschop verwachten, anders was er nooit zo'n tumult geweest. Het slechte nieuws is intussen genoegzaam bekend. Dat is de benoeming van Wim Eijk tot bisschop van Groningen.

mailIcon print |