*

 
dossier

Archief

Speelbal van duivelse inblazingen

P.J. KLOS − 13/01/97, 00:00

P.J. Klos is priester te Amsterdam.

Wanneer we zijn betoog serieus nemen - en waarom zouden we niet? - dan blijft er van de kosmische achtergrond waartegen ons leven zich afspeelt, en wat in de Bijbel staat beschreven, niets over. In Genesis (het eerste bijbelboek), hoofdstuk 3 zegt God tegen de slang (Satan), nadat deze de mens het verleid tot ongehoorzaamheid aan God, dat Hij “vijandschap zal wekken tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en haar kroost; dit zal u de kop verpletteren, maar gij zult loeren naar zijn hiel”.

In de Apocalyps, het laatste bijbelboek, hoofdstuk 12 staat beschreven hoe “een groot teken verschijnt aan de Hemel, een Vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en om haar hoofd een kroon van twaalf sterren”. Vervolgens doet de draak (Satan) een laatste poging om de Vrouw en haar Kind te vernietigen, maar hij wordt door de aarde verzwolgen.

De schrijvers van het Nieuwe Testament stellen dat Jezus - het kroost van de vrouw - op aarde is gekomen om de werken van de duivel teniet te doen; met name Johannes spreekt in zijn brieven veel over de duivel en over de Antichrist als de tegenstander waar Jezus tegen heeft gestreden en waartegen ook de christenen moeten strijden. De Bijbel stelt de duivel dus duidelijk voor als een persoon. Deze realiteit, dit gevecht tussen God en de duivel, met als inzet de mens, ontkennen of 'herinterpreteren' ontneemt elk fundament aan het christelijk geloof.

Nu zal Janssen wellicht aanvoeren, zoals velen van onze tijdgenoten, dat dit een manier van spreken is in de bijbelse tijd, en dat wij, moderne, rationele mensen, andere beelden gebruiken. Hij zal dit soort voorstellingen over de duivel en ook over de hel als achterhaald beschouwen en verwijzen naar het gedachtegoed van de 'donkere Middeleeuwen'.

Maar nog slechts enkele jaren geleden heeft het Vaticaan bevestigd dat volgens het katholieke geloof de duivel - als persoon - wel degelijk bestaat en werkzaam is in onze wereld. De Katechismus van de Katholieke Kerk (1993) en paus Johannes Paulus II leren dat eveneens. Wie dit 'achterhaald' noemt, acht het geloof van de r.-k. kerk dus achterhaald. Daar moet ik mij als gelovige, in dienst van het verkondigen van de waarheid van deze kerk, dus wel tegen verweren.

De meest gevaarlijke vijand is diegene, van wie men denkt dat hij er niet is. Deze vijand kan ongestoord zijn gang gaan. De grootste triomf van de duivel is dat de meerderheid van de mensen niet meer gelooft in zijn bestaan en werkzaamheid. Het doel van de duivel is de zielen te verderven en ze voor eeuwig van God te scheiden. Janssen vindt dat bangmakerij en hij acht het een bevrijding dat we van dit soort geloof zijn verlost. Maar hij maakt hiertoe wel eerst een karikatuur van de macht van de duivel en van de biechtstoel.

Geloof in de duivel betekent niet dat “de mens door het kwaad kan worden gegrepen en meegesleurd in een diepe put” - althans niet zonder medewerking van de mens zelf. Alleen als we ons inlaten met de werken van Satan kan het zover komen. In de r.-k. doopformule beloven wij dan ook “te verzaken aan de werken van Satan”.

Wanneer wij trachten te leven overeenkomstig het evangelie en het gebed een belangrijke plaats geven in ons leven, dan heeft de duivel geen macht over ons. Bang zijn voor de duivel en voor de hel hoeft dus niet als we geloven dat Christus in ons woont en sterker is dan de kwade. Een zekere vrees voor het kwaad en het zich inlaten met de praktijken van de duisternis kan echter wel heilzaam zijn. Dat loslaten betekent niets anders dan een grote roekeloosheid en een in de wind slaan van al Gods waarschuwingen in de Bijbel - en ook van daarna.

De 'oplossing' van Herman Pleij om het kwaad toch te benoemen, maar niet met achterhaalde namen als Satan of de duivel, is een schijnoplossing. Aids, kanker, milieuverval, etcetera zijn verschijningsvormen van het kwaad in de wereld, maar de vraag is of er achter dit kwaad een 'Veroorzaker van het kwaad' schuilt. Wanneer we slechts de verschijningsvormen van het kwaad bestrijden, maar niet de Kwade Bron, dan dweilen we met de kraan open.

'Verlost zijn' van de duivel is in tegenstelling tot wat Janssen beweert, helemaal geen bevrijding, maar een misleiding. Wanneer we het bestaan van de duivel ontkennen, dan zijn we daardoor alleen al een speelbal van zijn inblazingen.

New age

Een treffend voorbeeld daarvan geeft Janssen zelf. Als “indrukwekkende poging de religie opnieuw uit te vinden” noemt Janssen het New Age-denken. Inderdaad, dat komt ervan als we de duivel als persoon (en tevens God als Persoon) verwerpen. New Age is in feite de oerzonde: de mens die meent dat de ontwikkeling van zijn kennis en bewustzijn leidt naar een 'bewustzijnssprong', naar een goddelijk bewustzijn: “Gij zult zijn als God.” New Age heeft geen Verlosser nodig; de mens is zijn eigen Verlosser. Dat is de oerleugen, de misleiding van de 'Vader van alle leugen', dat is de duivel.

New Age is in de kern veel gevaarlijker en levensbedreigender dan alle voorgaande ideologieën. De 'Nieuwe Tijd' van harmonie en vrede is de meest complete nabootsing van het beloofde Rijk van God, maar gebaseerd op een fundamentele leugen en zal daarom slechts uitlopen op diepe frustratie en ongebreidelde haat.

Het slot van Janssens artikel is een hulpeloze poging om via “een strompelende lange weg en via rituelen” toch nog een zin te geven aan het vele lijden dat de mens overkomt. Dat komt ervan, als men eerst alle waarheden van het christelijk geloof overboord zet. Natuurlijk is er geen afdoend rationeel antwoord op het vele kwaad en het vele lijden. Maar als we geloven dat Christus de duivel overwonnen heeft en wij geroepen zijn eens deel te krijgen aan zijn Koninkrijk, dan is dat een enorme kracht. Dat werkt allesbehalve deprimerend, maar kan ons mensen maken van hoop en liefde, die sterker zijn dan de dood.

mailIcon print |