GHANJI (AP, Reuters) - Waar het Afghaanse dorpje Ghanji precies was, valt moeilijk meer te zeggen. Bergen klei die eens huizen waren, slinken in de regen en sijpelen weg langs de berghelling. De begraafplaats is vol nieuwe, haastig gedolven graven. Ruwe takken markeren de plaats waar de doden liggen, met tien tegelijk. Om voor ieder apart een graf te maken, waren er niet genoeg mannen over.
De overlevenden van de verschrikkelijke aardbevingen die het Noord-Oosten van Afghanistan midden vorige week troffen, bivakkeren in tentjes voor de ruïnes van hun huizen. “De eerste beving vernietigde ons”, vertelt de 34-jarige Abdoel Romon, terwijl hij kijkt naar zijn kinderen die zich proberen te warmen aan een kampvuurtje. “Maar daarna waren er nog drie naschokken. En wie weet hoeveel er nog komen.”
Romons broer is omgekomen samen met twee van zijn kinderen, maar de Afghaan heeft geen tijd om te rouwen. Hij moet op zoek naar voedsel voor zijn gezin. Vrijwel niemand heeft hier te eten. Rondom liggen dode koeien, geiten en ezels. De ovens, waar het brood vorige week nog in werd gebakken, zijn verwoest.
“Dit is alles wat ik heb”, zegt Farhi Niso (55). Ze wijst op een berg puin. Ze heeft haar zoon en vier kleinkinderen verloren. “Ik heb niks gevoeld. Er was opeens heel veel lawaai, en toen konden we niet meer naar buiten. Daarna hoorde je geschreeuw, dat duurde tot het dag werd.”
Slechts twee van de zeker twintig dorpen die zijn getroffen bij de aardbevingen in het district Rostak, vlakbij de grens met Tadzjikistan, zijn met de auto bereikbaar. Het glibberige weggetje naar Ghanji is niet meer dan een voetpad. Bijna een week heeft het hulpverleners gekost om er te komen. Mensen uit Rostak hebben hun ezels beladen met hulpgoederen en die naar hier gebracht, ondanks de gevaren onderweg. Op sommige plaatsen is de aarde gescheurd of vreemd opgestuwd.
De ellende in Ghanji kent geen einde. De 25-jarige Miro Mhat wordt levend onder het puin van zijn huis vandaan gehaald. Zijn redders leggen hem op de grond in het dorpje. Zijn gesluierde vrouw schudt zachtjes met haar hoofd en huilt. De man ademt, maar dokters zeggen dat hij het niet haalt.
De bijtende koude en de mist zijn nu de vijanden van de overlevenden. Een vliegtuig van het Rode Kruis en een vrachtvliegtuig van de Pakistaanse luchtmacht met medicijnen, tenten en dekens voor de duizenden daklozen zijn maandag bij Rostak geland. Twee andere toestellen konden de regio gisteren echter niet bereiken door het slechte weer.
Schattingen over het dodental van de bevingen lopen uiteen van 2 000 tot 5 000. Er zouden ongeveer 15 000 mensen dakloos zijn geraakt. Mohammed Doer, in het ziekenhuis van Rostak, is er een van. “Het was als een explosie”, vertelt hij over de aardbeving, die met een kracht van 6,1 op de schaal van Richter hele dorpen in het noorden van Afghanistan wegvaagde.
Tegen etenstijd, ongeveer kwart over zeven 's avonds, kwam Doer vorige week thuis. Hij warmt zich bij de kachel. Buiten vriest het dat het kraakt. Plotseling doet een krachtige beving zijn berghuis op de grondvesten schudden. Het zware dak, gemaakt van modder, komt naar beneden. De stenen muren vallen op het gezin van drie. Het kacheltje waarbij hij zich zo lekker warmde, zet nu het huis in lichterlaaie. Mohammeds rechterbeen raakt zo verbrand dat artsen het moeten amputeren.
De Afghaan ligt op een smerige vloer van het enige ziekenhuis van de districtshoofdstad Rostak, blij dat hij nog leeft. “Ik heb een half uur onder dat dak gelegen, en ik wist niet of ik het zou redden.” Hij heeft het gered, maar de rest van zijn gezin niet.
In de kliniek van het provinciestadje zijn zeker 250 gewonden behandeld. Veel patiƫnten hebben hun familie verloren en zijn nu afhankelijk van de vrijgevigheid van onbekenden, inwoners van Rostak, die voedsel en drinkwater brengen. Bij sommigen is het moeilijk te zeggen wat de meeste pijn veroorzaakt, de verwondingen of het verlies van dierbaren.
- Vervolg op pagina 5
Afghaanse autoriteiten overdreven helaas niet VERVOLG VAN PAGINA 1
Het zevenjarige meisje Barisj ligt in een hoek en begint te huilen als ze probeert te vertellen wat er precies is gebeurd. De rest van het gezin is er niet meer, haar ouders en vier broertjes en zusjes zijn om het leven gekomen. “Het doet zo'n pijn”, fluistert ze. “Ik weet niet of ik nog familie heb.”
Honderden dorpelingen, zwaar bepakt en kuddes geiten met zich mee voerend, trekken over de modderige wegen uit vrees voor meer naschokken. Er zouden twintig dorpen van de aardbodem zijn verdwenen in het district Rostak, dat is ingeklemd tussen de bergketens Pamir en Hindu Kush.
Buitenlandse hulpverleners, die aanvankelijk suggereerden dat de Afghaanse autoriteiten het aantal slachtoffers veel te hoog hebben gesteld, erkenden maandag dat het opgegeven aantal van 4500 doden waarschijnlijk toch niet zo overdreven is. Artsen zonder Grenzen houden het nu op minstens 4200 doden. Het Internationale Rode Kruis blijft voorlopig bij het dodencijfer van 2150, doorgegeven door de Afgaanse Halve Maan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.