Met de naderende verkiezingen breekt de tijd aan dat politici de kiezers gunstig stemmen. Zo wil de minister van Verkeer opeens enkele miljarden meer uittrekken voor nieuwe wegen. In het land wordt namelijk flink gemopperd over de files. Het PvdA-congres wil een HSL-Noord naar Hamburg. Beloftes voor nieuwe infrastructuur horen blijkbaar bij verkiezingen. Er wordt niet bij verteld dat de kiezer opdraait voor de miljarden, de tekorten betaalt en de hinder van nieuwe wegen en spoorlijnen ondervindt.
Het zicht op kosten en risico's gaat schuil achter de retoriek waarin infrastructuurprojecten worden verpakt. Infrastructuur wordt ons verkocht, omdat het goed zou zijn voor de werkgelegenheid, voor de concurrentiepositie, tegen de files. Maar nieuwe projecten zijn niet altijd goed voor economie en werkgelegenheid. Er zijn namelijk goede en slechte projecten. Bedrijven beseffen dat je verkeerde investeringen kunt doen, schadelijk zijn voor het bedrijf. De overheid sluit de ogen voor de economische risico's van nieuwe infrastructuur. Dit is onverstandig, blijkt uit onderzoek van de Europese Investeringsbank: Europa investeert teveel in onrendabele infrastructuur. Hierdoor is de economische groei zelfs verminderd.
Roepen dat meer infrastructuur altijd economisch verstandig is, is ongenuanceerd en misleidend. Het is de kunst om goede investeringen eruit te pikken en onrendabele projecten achterwege te laten.
Een nuchtere economische afweging vindt nu onvoldoende plaats. Dit is schadelijk voor de economie. Een manier om de besluitvorming over grote infrastructuur te verbeteren, is het opstellen van een goede kosten-baten-analyse. Dit moet niet gebeuren door betrokkenen of ministeries die een politieke stellingname innemen, maar strikt onafhankelijk, bijvoorbeeld door de Rekenkamer. Nu kleuren (politieke) belangen de sommetjes teveel en dat leidt slechts tot het bekende gesteggel over cijfers. Heel belangrijk is om in de economische beoordeling duidelijk zichtbaar met de risico's om te gaan. Beslissingen over grote infrastructuur zijn altijd risicovol. De prognoses voor de groei van Schiphol laten bijvoorbeeld zo'n grote spreiding zien dat eventuele uitbreiding in het slechtste geval weggegooid geld is en in het beste veel geld oplevert. Voor Maasvlakte, Betuweroute, nieuwe wegen en HSL's gelden soortgelijke onzekerheden. Hoe betrekken we deze grote risico's, die de overheid al gauw onderschat, bij de besluitvorming?
Het al dan niet nemen van grote investeringsrisico's is een typische ondernemersbeslissing. Het bedrijfsleven gaat bewust met risico's om, dekt die deels af door verzekeringen af te sluiten. Banken zijn gewend risico's om te zetten in voorwaarden bij risicodragende leningen. Het heeft dus grote voordelen om het particuliere bedrijfsleven te betrekken bij de ontwikkeling en financiering van infrastructuur. Als banken dan niet bereid zijn risicodragend geld te steken in de Betuweroute en andere projecten, zijn deze projecten blijkbaar economisch te riskant en dus onverstandig. De politiek zou gedeeltelijke private financiering van infrastructuur als voorwaarde moeten stellen voor de aanleg. Dan zal uiterst zorgvuldig met de risico's worden omgesprongen, waardoor de kans flink daalt dat onrendabele projecten toch worden uitgevoerd. Dit is pas echt goed voor de concurrentiepositie en voor de werkgelegenheid.
Het is teleurstellend dat het paarse marktdenken wordt toegepast op het infrastructuurbeleid. In plaats van de bouw van onrendabele wegen is het antwoord op de files een economische exploitatie van het bestaande wegennet, met economische prijzen voor het gebruik ervan. Hiermee valt nog veel te verdienen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.