*

 
dossier

Archief

Liefde als ruilhandel

WILLEM BREEDVELD − 23/08/96, 00:00

Zo op de markt, zo ook in de liefde. Meent HP/De Tijd in haar omslagartikel van vorige week en wel op gezag van enkele huwelijksmakelaars (Annelies Penning e.a.) en niet te vergeten de filosofe Miriam Reijen, die vindt dat we ons met romantische idealen als De Enige Ware voor de gek hebben gehouden: “Liefde is gewoon ruilhandel en dat is het altijd geweest. Wat je in die ruil betrekt is afhankelijk van de cultuur en de tijd waarin je leeft”.

Waarom ook niet? Voor wat hoort wat, nietwaar? En in een neo-liberale cultuur waarin het marktdenken hoog staat aangeschreven, zal een beetje man of vrouw zich ongetwijfeld marktbewust opstellen. Zoals gelukssocioloog Ruut Veenhoven in het artikel zegt: “Als je niet meer je hele leven aan aan één partner vastzit kun je bij elke ontwikkelingsfase die je doormaakt een nieuw geliefde kiezen. Het is net als met flexibele arbeid”.

In markttermen doorredenerend zou je zelfs vol kunnen houden dat zo een natuurlijk evenwicht ontstaat tussen vraag en aanbod, waarmee het maximale geluk voor een maximum aan mensen het beste gegarandeerd lijkt. Vraag is alleen: wie kent z'n marktwaarde in dit soort emotionele zaken? En wat te doen met een typisch menselijke trekje zich blind te staren op het gras aan de overkant? Laten we de liefdescaroussel op gezag van Veenhoven en Reijen dan maar onbekommerd doordraaien? Om ten slotte met de Spreukendichter tot de conclusie te komen: “Want van honigzeem druipen de lippen der vreemde vrouw, gladder dan olie is haar verhemelte, maar op het laatst is zij bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard”. (Spreuken 5: 3,4)?

Of zeggen we dat het apekool is om een liefdesrelatie door de bril van marktkoopman te willen bekijken? Per slot van rekening is liefde niet zozeer een vorm van hebben of krijgen, als wel van zijn. Zij is er of zij is er niet en iedere vraag naar een tegenprestatie doet afbreuk aan het zijn en daarmee aan de liefde. Per slot van rekening vervaardigt een kunstenaar zijn werk ook niet in de eerste plaats om in klinkende munt terugbetaald te worden.

Hoe het zij, deze poging van HP/De Tijd om de liefde in het keurslijf te willen persen van een overzichtelijke kosten- en batenanalyse, was er de oorzaak van dat ik met veel sympathie het artikel van de oud-fractievoorzitter van de PvdA, Thijs Wöltgens, in Socialisme en Democratie van deze maand heb gelezen. Daarin trekt hij van leer tegen het neo-liberalisme dat met zijn doorgeschoten marktdenken de laatste restjes solidariteit in de samenleving om zeep dreigt te helpen. Wöltgens roept op het neo-liberalisme tot de vijand van de PvdA uit te roepen en de bestrijding ervan te verheffen tot grondbeginsel van de sociaal-democratie.

Heel goed, Wöltgens. Toch vind ik het vreemd dat hij een vijand moet bedenken. Een vijand is een realiteit en als ie bedacht moet worden, dan betekent het alleen maar dat het neo-liberale denken inmiddels ook in de PvdA diep wortel heeft geschoten. En daar ziet het ook naar uit want de PvdA blijkt moeiteloos te kunnen regeren met de neo-liberalen van de VVD en D66. Het marktmechanisme van het voor wat hoort wat heeft vooral een 'gewoon' kabinet opgeleverd, waarin ideologische verschillen slechts met een vergrootglas waarneembaar zijn.

Kortom, Wöltgens heeft nog een lange weg te gaan voor het tot een harde ideologische confrontatie komt waarin de VVD en D66 tot de 'vijand' worden uitgeroepen. Als het al zover komt. En tot zo lang zullen we ons op de neo-liberale markt moeten behelpen.

mailIcon print |