Valt er nog te flirten met het christendom? Of is het voorbij? Of is de toekomst aan de rooms-katholieke kerk of aan de verenigde protestantse kerken of aan de evangelische bewegingen? Of is kunst de nieuwe religie? Of komt er een Systeem? Deze week in de toekomst der religie de dichter Leo Vroman: “Nadat ik een keer wat psalmen voorlas, kwam er een glimlachende heer op mij af om mij te vragen of ik dan niet in die oorspronkelijke psalmen van de bijbel geloofde, en ik bekende een hekel te hebben aan die verzoeken of God s.v.p. de Filistijnen wou vernietigen. En voorwaar, de heer glimlachtede nog meder, opende de mond en sprak: “Maar die zijn vernietigd!”
Dat vallende duister kan wel gezichtsbedrog zijn: veel zogenaamde denkers verbeelden zich liever dat hun eigen daling die van de wereld is. Toen ik nog jong was vond ik ten minste ook de Mens, wie dat dan ook was, in een staat van ontwikkeling. Nu alleen omdat ik in wetenschap blijf geloven, zie ik de wereld daarbinnen toch nog steeds jong en groeiend. Bovendien zie ik de wereld van alle soorten kunst, muziek en literatuur ook dolgraag in een staat van ontwikkeling, door wetenschap geholpen.
Maar religie, en die mens zelf...tja. Zolang we nog leven kunnen we een religie van alle kanten bekijken, behalve van bovenaf. Wetenschappelijk, slordig (psychologisch), politiek, seksueel, bang, en fijntjes artistiek. Maar wat mij betreft vooral: hoogst persoonlijk, zoals alle geloof met inbegrip van mijn geloof in engelen zoals Tineke.
Wetenschappelijk gezien lijkt religie anti-wetenschappelijk. Ik praatte eens met een goede kennis, echt een schat, ze was geloof ik baptist of hoe dat heet, en Afro-Amerikaans. Jullie, joden, zei ze, hebben alles mee, en zouden volmaakt zijn als jullie ook Jezus hadden. Toen ze mij ook nog trachtte te doen geloven dat de aarde nog maar zoveel duizend jaar, maanden en dagen oud was, en ik zei dat we toch WETEN dat fossielen miljoenen jaren ouder kunnen zijn, was haar antwoord: ah, jij praat over weten, en ik praat over GELOVEN.
De toekomst voor dat soort van levensverkalking zie ik wel somber in, ja. Wie vanuit zo'n dikke zelfgebouwde stenen schil gelooft voort te bestaan in een absolute wonderwaardigheid kan alleen door een absoluut wonder worden bevrijd. Veel overgelovige mensen kijken wel eens door een scheurtje naar buiten, merken hoeveel succes de wetenschap heeft, en proberen dat te gebruiken. Net zo makkelijk kan een wetenschapper zichzelf verleiden de eigen vaktechniek te misbruiken om te doen of een eigen, wankele theorie bewezen blijft.
Ik ken een heel knappe, bekende gespecialiseerde geleerde (bovendien nog ouder dan ik, vooral als hij nog leeft) die lang geleden begon te geloven dat twee verschillende stollingseiwitten onderdeel waren van een enkel eiwit. Alle steeds ingewikkeldere proeven die hij verzon en die door een groeiende staf werden uitgevoerd, wezen in die richting. In de loop van veel jaren werd er telkens een nieuw eiwit bij ingelijfd, zodat tenslotte meer dan de helft van alle bekende stollingsproteïnen een onderdeel werden van zijn steeds persoonlijker en steeds gecompliceerder molecuul. Waarin hij boven alle gelovigen op alle gebied uitstak, was in zijn onverwoestbare eerlijkheid, zodat hij tenslotte bekend maakte dat hij zich had vergist.
Ik heb zelf ook zo'n geloof, namelijk dat de eiwitmoleculen waarmee we denken, en dat zijn er heel wat die allemaal ingewikkeld met elkaar reageren, dat die ons de baas zijn, en dat alles wat we denken te denken alleen maar een ingewikkeld product is van die lange, krullende, woordachtige moleculen die eindelijk hebben geleerd zich uit te drukken via de taal van onze gedachten. En nu die eiwitten dan eindelijk hebben geleerd te spreken, spreken ze alleen over zichzelf.
Dit alles maakt natuurlijk dat ik met nog grotere achterdocht om mijn eigen theorieën heen loop dan om de waanideeën van anderen. Maar goed, laten we voor het gemak geloven dat wat ik schrijf en dus waarschijnlijk ook denk, òf
a) afkomstig is van een soort ik (een geheel waarvoor nog geen wetenschappelijk verdedigbare definitie bestaat),
b) de uitdrukking is van een ontelbaar aantal op onvoorstelbare wijze met elkaar communicerende moleculen (voornamelijk eiwitten),
c) ingegeven is door iets groters, van buitenaf.
Wat doet dat er dan toe of ik a, b, of c ben, zolang ik maar geloof dat jullie allemaal zo in elkaar zitten en je zo uitdrukt? Pas als ik zou gaan denken dat ik anders en vooral beter ben dan jullie allemaal, zou je mogen twijfelen aan de oorsprong van alles wat hier en overal elders is te horen, te zien en te lezen. Dat denk ik niet, dus we zijn allemaal samen - zie boven - a) een nog miljoenen malen minder te bewijzen systeem van niet te bewijzen individuen, of b) een nog miljoenen malen groter aantal eiwitsystemen die met elkaar communiceren, of c) de instrumenten van iets zo groots dat we geen idee hebben hoe we samen werken en waartoe.
Dat alles samenhangt, in welke gedaante van die drie ook, ja dat geloof ik; en dat ik dus het recht heb om die samenhang een naam te geven, dat geloof ik ook. Nu wil ik God, vanwege diens in het verleden en dus ook misschien in de toekomst door mensen belachelijk mistekende betekenis, bedoeling en zelfs gedaante, niet meer zo noemen. Daarvoor is Het te dichtbij, en een hoofdletter is voldoende om aan te geven wanneer ik het over Het heb. Ik noem immers mijn gestorven grootvader geen Moos want hoewel ik hem bevat, bezit ik hem niet.
Ik heb dus, gelovend in Alles met inbegrip van ons heelal, maar met inbegrip speciaal van de bron of oorzaak en de vernietiging van Alles, gezocht naar een naam daarvoor, en, bij gebrek aan beter, gebruik ik in een nog steeds groeiend stel psalmen het woord Systeem. Daardoor ontstaat een geloof dat zuiver wetenschappelijk is te benaderen maar natuurlijk nooit helemaal te kennen. Een onderdeel van iets kan immers nooit genoeg bevatten om het geheel te 'begrijpen', want zulk begrip verlangt het bezit van alle informatie met inbegrip van zichzelf, om te kunnen voorspellen wat het geheel, wat Het, van plan is om bijvoorbeeld morgenochtend met dat onderdeel te gaan uithalen.
Dergelijke problemen, maar ook fysische (bijvoorbeeld over entropie, een soort van verloederingslust) komen in die psalmen voor. En nu, nu ik ben begonnen een CD-ROM te bestuderen die 'HyperCell' heet en in prachtig duidelijke tekenfilmpjes laat zien hoe eiwitmoleculen in cellen bijvoorbeeld een soms nodig zelfmoord systeem hebben ontwikkeld, en hoe ze met elkaar 'spreken', ja, wat denk ik nu? Je moet weten dat een paar soorten van cellen zeg maar wat bacteria ontdekken, ze als onbekend herkennen, ze opeten en dan stukjes verteerde bacterie, voorzien van een eigen handtekening, uit hun huid laten steken, en dat andere soorten cellen die boodschap vanwege de herkende handtekening accepteren, en heel ingewikkeld tot het maken van verdedigingseiwitten komen! En dat weer andere cellen kunnen merken of een cel ziek is van zeg maar opgegeten virus, en die zieke cel dan helpen te sterven met virus en al. Dan vraag je je af of die kleine bezige wezentjes wel weten voor wie ze werken, en daardoor komt men tot het idee dat wij allemaal werken zonder te weten voor Wie.
Ik ben een beetje achterdochtig geworden tegen al te strakke dus schijnbare overeenkomsten en schuw voor een toekomstige religie die te nauwkeurig op dat idee is gebaseerd. Vanwege het onaardige van die achterdocht zal ik de namen niet noemen van de paar mensen die mij achterdochtig hebben gemaakt. Een daarvan, terwijl hij geloof ik neerkeek op een stad, 'besefte' dat een cel net zo is. Dan moet je je toch afvragen wat voor mensen er in je cel wonen en wat voor onlogisch idee dat is. Een andere man paste een eenvoudig principe toe met zijn computer: bouw dingen op uit onderdelen die dezelfde eigenschappen hebben als het hele ding. Deze man gelooft hier een model van leven geschapen te hebben. Zijn armzalige twee beste bewijsstukken zijn een varenblad waarvan de blaadjes net zo zijn als het hele blad (onzin), en de long waarvan een enkele alveole net zo is als de hele long (onzin).
Dat soort onecht wetenschappelijk redeneren door echte wetenschappers komt misschien wel uit alle religies voort waarin de mensjes zich als goden of als door een gelijksoortige god geschapen zien. Hoe bescheiden we soms ook zijn, we kunnen blijkbaar niet veel beters bedenken dan onszelf, jammer.
Maar ik heb een bijna onbeperkt vertrouwen in de groei van echte wetenschap. Alleen al in het gebied tussen atomen en hele cellen is een bloeiende wereld duidelijk geworden waarin de wonderen zich grenzeloos openen, en het meest wonderbaarlijke daarvan is nog de feilloze logica in hun werk en samenhang. Terwijl ik het ene veld na het andere van die CD over cellen oproep op mijn scherm en bekijk, denk, ja roep ik telkens: 'Natuurlijk!!' Natuurlijk kan dat eiwit molecuul niet geboren worden zonder eerst een etiket te krijgen. Natuurlijk kan het zichzelf niet oprollen zonder zogenaamde chaperonnes die het gedurende de groei begeleiden. Natuurlijk mag het na geboorte niet verdwalen. Natuurlijk moet hier voor de veiligheid een stel moleculen zijn die pas samenkomen als dat nodig is. Natuurlijk moet daar een soort motor bestaan, en daar een rem. Natuurlijk moet deze cel van alles vergeten en die cel van alles onthouden en kinderen krijgen die net zo zijn.
Het is wel waar dat we ons bewegen als een ingewikkelde som van bewegingen die door miljoenen cellen worden uitgevoerd, maar in die samenhang lijken we al, vind ik, geen flikker meer op een enkele cel. Nou, dan hebben we ook geen recht om aan te nemen dat Systeem op een van ons, of zelfs op een stad vol mensen lijkt, of op een planeet, of op ons heelal.
Wat, vraag je je hoop ik langzamerhand af, denk ik dan van de toekomst van religies? Niet veel soeps wanneer ze niet uit hun eigenwaan ontwaken. Het beeld van mannen met baarden die ons duizenden jaren geleden vertelden dat de Man met de Baard hun de waarheid heeft geopenbaard: eet geen vlees met melk, draag iets op het hoofd, draag niets op het hoofd, laat vrouwen gesluierd rondlopen anders zijn ze te lekker, ga stil zo zitten om na te denken, ga staan wankelen om na te denken, open je ogen, sluit je ogen, wikkel de doden in doeken, stop de doden in dozen, begraaf ze, leg ze op een schavot in de zon, eet ze niet, eet ze toch maar wel, dit land is voor ons bestemd sedert zesduizend zeven een half jaar, nee voor ons sedert zesduizend acht jaar. God bless America, God zegene de Koning van het Seizoen.
Nadat ik een keer wat psalmen voorlas in Holland, kwam er een glimlachende heer op mij af om mij te vragen of ik dan niet in die oorspronkelijke psalmen van de bijbel geloofde, en ik bekende een hekel te hebben aan die verzoeken of God s.v.p. de Filistijnen wou vernietigen. En voorwaar, de heer glimlachtede nog meder, opende de mond en sprak: “Maar die zijn vernietigd!” en zie, de dag was nog niet volbragt of Leo wierp zich in de armen van haar die hij buitengewoon bijbelgoed kende, en voorwaar, hij lachtede.
Natuurlijk maak ik mij vooral zorgen over fanatici die zich heilig verbeelden dat ze andere, dus onheilige mensen moeten vernietigen. Zulke idioten hebben zich geloof ik net zo hard vermenigvuldigd als de geestelijk gezonde of ten minste meer menslievende, en naarmate de idioten beter gewapend raken zullen ze meer schade doen aan de mens. Systeem, denk ik dan, Systeem, dat zal allemaal wel nodig zijn, als we elkaar allemaal uitroeien krijgen de kakkerlakken een betere kans, of als de aarde door Kernbommen voor Kerstmis wordt gladgeschraapt, ach misschien voel Je Je dan wel schoner.
Het valt misschien op dat ik liefst geen mensen meer zag bidden in de toekomstige religie, maar dieper denken. Want waaraan ontlenen wij in godsnaam het recht, te vragen om wat dan ook voor wie dan ook, behalve voor Systeem zelf? In dat psalmenboek heb ik al eerder beweerd, niets te willen dan het voortbestaan van ons geliefd Systeem, de Gedachte of Wat ook Die het heelal vormde, en nog hervormt, en als het waar is dat ons heelal nog steeds opzwelt en misschien later weer ineenstort tot een punt, moeten we dan niet alleen maar bidden dat Het zo door zal gaan met nog biljoenen jaren inademen, en dan biljoenen jaren uitademen, in en uit, in en uit. Vooral niet als een mens, natuurlijk.
Niet lang geleden werden er foto's vertoond die in de ruimte waren gemaakt en een gedaante van wolken lieten zien waarin sterren werden geboren, bijna aan de buitenkant van ons heelal. Het was makkelijk in een van die wolken een gebaarde man te zien die verdrietig en vaag genoeg leek om Jezus te zijn. Hoe gezegend zijn onze hersenen dan toch, om met al die wonderbaarlijke technieken, uit onze hersenen voortgevloeid, een werkelijkheid te zien en daarin een totale onmogelijkheid?
Zo zie ik allerlei religies in verschillende richtingen groeien met het groeien van onze kennis. Sommige zullen in onze moleculen naar geheime wegen zoeken op weg naar een bewijs van zegen of vervloeken, en sommige zullen erop staan om verder en verder de ruimte in te gaan, om in den zogenaamde hogen een onbestaande poort te mogen maken en God zelf aan te raken, en zo voort. En altijd weer van die extremisten die bloed willen zien vloeien zonder te weten hoe mooi het is, die denken dat de dood van anderen nuttiger is dan die van hunzelf.
En ik? Als ik nog even of zelfs een tijd mag blijven leven, zie ik het liefst: Bescheidenheid. Laat ons met onze lijven maar lekker huiselijk blijven. En wat zijn we dan eigenlijk waard? Vraag dat aan degene met heerlijke armen en benen waar je zo dolgraag mee paart.
Buiten deze lekkere zelfzucht zie ik wel een andere toekomst voor religies: daar waar religie probeert onze dood te begrijpen, en de diepte van alle schijnbare en bijbehorende onrechtvaardigheid te ademen. Want geen religie heeft een toekomst als die ons niet helpt, onze eigen uiteindelijke toekomst te herkennen en lief te hebben. Ik heb vaak nagedacht over onschuldige slachtoffers, en de laatste maanden over degene die met vlucht TWA 800 zijn neergestort. Ik heb het volgende verzonnen. Om grondig mee te lijden ben ik begonnen mij de physiologie van hun losgebarsten en vrijgekomen cellen voor te stellen, hoe ze daar in de oceaan als binnen een nieuw en vloeibaar lijf een nieuw leven beginnen, al is het maar drie minuten lang. Ook in zo'n korte tijd, van heel vlakbij gezien, verloopt misschien een eeuwigheid, en wie kan mij vertellen, Systeem, of al die doden niet in hun cellen voortbestaan, cellen die bovendien nog een tijdje geloven in hun eigen eeuwigheidje? Nog sterker: ik kan mij voorstellen dat hele groepen cellen, kolkend uit allerlei openingen en open wonden, daar op de bodem van de oceaan een nieuwe wereld vonden, en dat het oceanisch leven totaal hernieuwd ons mensen een nieuwe reden kan geven tot bestaan.
Misschien is elke religie maar zo'n soort spel: maak je eigen regels en leef ernaar, als je maar lief blijft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.